What do you think?
Rate this book


170 pages, Hardcover
First published January 8, 2021
'Het had dus geen zin om de kunst in de kunstenaar te zoeken. Het had alleen zin om de kunstenaar te zoeken in de kunst.What is the value of this book and these interviews? Shouldn’t we search for Kiefer in his works? Isn’t this what one should do while visiting the Kiefer exhibition?
Dus waar was Kiefer in zijn kunst?' p.30
'Al het andere was een spel. Met andere woorden, een kunstenaar interviewen stond lijnrecht tegenover de kunst zelf en was alleen interessant op zichzelf, niet met betrekking tot de kunst, waarvan het interview voor altijd afgesneden was.' p.73-74Realising this helps Knausgård to meet Kiefer, an extraordinary, somehow eccentric and not always easy to reach person alongside watching his works of arts. At the end the most fascinating thing is Knausgård own view. You get to see Kiefer through Knausgård’s eyes. This book about Kiefer is at the same time about Knausgård too.
''Knausgård!' riep hij uit. Hij kwam naar me toe en ja hoor, hij kuste me op beide wangen, zoals ik al had gevreesd. Maar daar nam hij geen genoegen mee. Hij verkondigde vorstelijk dat het nu tijd was voor het diner, waarna hij me bij de arm pakte en me langzaam door de hal naar de brede trap leidde, als een vader die zijn dochter naar het altaar leidt. Ik gloeide, en terwijl ik me in mijn hoofd in allerlei bochten wrong om me te bevrijden, merkte ik dat de rest van het gezelschap ons achterna kwam.' p.99During their last meeting Kiefer seems to be absentminded and confused. Did they grow apart?
'Zo ongeveer begreep ik Kiefer. En daar stopt ook ongeveer het gesprek over kunst, want ook kunst is iets op zichzelf dat woorden niet kunnen onthullen. Het lijkt alsof de kunst het geheim niet alleen laat zien, maar er tegelijkertijd ook over waakt.' p.159

'Sommige mensen zijn zo bekend dat je ervan uitgaat dat je ze nooit zult ontmoeten...
Anselm Kiefer is voor mij altijd zo'n naam geweest, misschien wel meer dan welke andere hedendaagse kunstenaar ook, omdat zijn kunstwerken zo monumentaal zijn, zo beladen door de tijd, zo bezwaard door de geschiedenis, en omdat het private, het kleine en persoonlijke, er geheel in ontbreekt.' p.12-13
'Maar ook al heeft zijn naam door de jaren heen een andere betekenis gekregen, en ook al lopen de meningen over zijn kunst uiteen, toch hebben zijn schilderijen nog steeds hetzelfde effect als dertig jaar geleden: je wordt er sprakeloos van.' p.15
'Maar het opmerkelijkste was de afwezigheid van mensen, terwijl alle ruimtes en landschappen juist tot aan de rand met het menselijke waren beladen. Misschien, bedacht ik terwijl ik op de tentoonstelling rondliep, is dat wel Kiefers hoofdthema: de manier waarop we de wereld een lading geven.
Hoe kan een leeg landschap met geschiedenis beladen zijn?
Wat is geschiedenis eigenlijk?' p.16-17
'We leven met andere woorden in de tijd van De Schreeuw. En dan mag kunst niet meer gericht zijn op het urgente, op het oplossen van de tijd en het opheffen van de ruimte, maar moet kunst juist gaan over het tegenovergestelde. Ze moet ons de ruimte, en daarmee de tijd, teruggeven. Dat was wat ik gewaarwerd op Kiefers tentoonstelling Walhalla. Er waren geen mensen in de wereld die hij liet zien, alleen ruimtes zonder tijd, of beter gezegd gevuld door alle tijd. Het lijden was ingehouden en daardoor duidelijker en beangstigender.' p.34
'...wij leven honderd jaar later, voor ons ziet de geschiedenis er anders uit, en als as in de context van een kunstwerk wordt gebruikt, associëren we dat in de eerste plaats met de uitroeiing van de Joden.
Niets van dat alles zit in de as zelf, het zit in ons.' p.49
'De afstand tussen hem en zijn kunst was ook geen mysterie, maar een manier om zichzelf en zijn kunst te beschermen, door beide op zichzelf te laten bestaan.
Tegelijkertijd zat er in heel wat van zijn schilderijen een sterke nabijheid, en waar kon die anders vandaan komen dan van hem en wat hij was?' p.61
'Telkens als Kiefer een tentoonstelling opende of deelnam aan een evenement leek er een groot diner of feest op te volgen waar altijd dezelfde mensen aanwezig waren, de meeste uit de kunstwereld. Het was net een koninklijk hof, iedereen was daar voor hem, terwijl hij er voor niemand leek te zijn, zijn gedachten waren elders.' p.153
'Even later wandelden we door onderaardse gangen en kwamen we in grotachtige ruimtes, waarvan sommige vol loden bedden stonden, met hier en daar foto's erboven, en ik bedacht dat Kiefer als een Midasgedaante was: alles wat hij aanraakte veranderde in kunst. Of dat een zegen of een vloek was, wist alleen hij.' p.155
''Wat we zien, is een met vakkundige helderheid opgebouwd schilderij, zei hij. 'En toch worden we ontroerd, om niet te zeggen overweldigd. Ondanks de eenvoudige compositie spreekt het schilderij tot ons. We hebben het gevoel dat onze eigen onzekere benadering van de wereld is blootgelegd.'
Onze eigen onzekere benadering van de wereld. Dat we eigenlijk niets over die wereld weten. Dat laat de kunst ons zien. Niet het antwoord op het mysterie, maar het mysterie zelf.' p.158