In 'De weg naar het licht' betoogt journalist Marina de Haan dat het leven een pelgrimstocht is. Of je nu gelovig bent of niet, ieder mens is onderweg en gaat een eigen route. Maar waar leidt de weg naar toe? En wat, of wie, is de goede weg? Aan de hand van de pelgrimspsalmen neemt Marina je mee op deze ontdekkingsreis. Daarbij deelt ze ook openhartig over haar eigen leven met chronische ziekten. Elk hoofdstuk is een bemoedigende brief om je te motiveren op je tocht. Ieder deel van de reis sluit af met een meditatie.
Streling voor de ziel! Leest heerlijk en is heel liefdevol en zacht geschreven. Voor onderweg maar ook inspirerend vanaf de bank met een kopje thee. Prachtig - het boek neemt je mee op de pelgrimstocht genaamd: ‘het leven’. Alles komt voorbij. Geschreven vanuit eigen ervaring, maar dat is een fijne toevoeging die zo nu en dan terugkomt in het boek
Ook het boek van Marina de Haan is het verslag van een levensreis waarbij de lezer moet leren van de ervaringen die De Haan zelf meemaakte. In het boek komen geregeld ingrijpende gebeurtenissen voorbij. Als tiener overleefde De Haan bijvoorbeeld ternauwernood een heftige allergische reactie. Ze moet leren leven met deze chronische allergie en met chronische astma, waardoor haar leven beperkt. Ze beschrijft hoe het gedroomde leven zoals ze voor zich zat niet uitgekomen is: geen man, geen kinderen. Ze beschrijft haar levensverhaal en de lessen die ze leerde als een pelgrimsreis. Ze begint met de route, het gaat door de diepte, waarna er geklommen moet worden om op een grote hoogte uit te komen. De Haan typeert haar boek als een moderne pelgrimsreis. Wat zij beschrijft is inderdaad anders dan een gebruikelijke pelgrimsreis. Vroeger gingen pelgrims een tijd lang op reis naar een bepaalde heilige plek, waar ze God konden ontmoeten en genade konden vinden. De pelgrimsreis die De Haan beschrijft is een innerlijke reis, waarbij je op zoek bent naar jezelf, naar wie je bent, jezelf leren begrijpen, naar acceptatie van jezelf. Haar zoektocht naar zichzelf is ook een zoektocht naar God, naar wie God is en wie God voor haar kan zijn. Voor haar lezers houdt ze ook de mogelijkheid open dat je jezelf kunt vinden zonder God. Zoals zij zelf op haar levensreis mensen heeft die met haar opgelopen zijn en nog steeds oplopen, wil zij voor de lezer iemand zijn die meeloopt en geregeld ook de weg wijst. Op de route die De Haan beschrijft, met dalen en beklimmingen, komen inzichten uit boeken die ze leest en enkele van de ‘psalmen van opklimming’ (Ps 120-134) voorbij. De Haan schrijft brieven aan de lezer en vraagt geregeld om stil te staan voor momenten van reflectie. Geregeld spreekt ze de lezer aan in een vorm van bevestiging en stimulans. Persoonlijk geeft dat voor mij als lezer juist een afstand tot de reis die zij maakt, terwijl ze hoopt dat de lezer haar reis ook loopt om over zichzelf te leren. Ook bepaalde ervaringen die veralgemeniseerd worden, omdat iedereen die zou meemaken, zorgen ervoor dat het meelopen op deze reis voor mij moeizaam is. Tijdens het lezen bekroop mij als lezer een ongemakkelijk gevoel, alsof de reis door een dal via een klim naar een top een vast sjabloon zou zijn. Ik wil niet te negatief zijn, want andere lezers zullen vast een andere ervaring hebben. Als lezer met een gereformeerde geloofsbeleving vallen me een paar zaken op. Door de pelgrimsreis te kiezen als manier van de zoektocht naar jezelf ligt bij De Haan alle nadruk op het aankomen. Die aankomst is tweeledig. Aan de ene kant aankomen op een top. Aan de andere kant thuis aankomen, aankomen bij jezelf en bij God. Ik vraag me af of de aankomst op een top niet onbedoeld een verkeerde druk legt op de reis, waarbij je moet doorgaan om op de top aan te komen. Wordt die top altijd wel behaald? Kan het ook niet zo zijn dat de top niet behaald wordt, omdat de reiziger verdwaalt of niet verder kan en onderweg blijft steken? De moeiten en de dalen komen wel aan de orde, maar dan vooral vanuit een perspectief waarin ze het verleden liggen of vanuit een perspectief om door te gaan naar de top. Is het leven niet veel meer een fragment, een leven waar de top niet gehaald wordt, kruisdragen? Als de pelgrimstocht ook een zoektocht naar jezelf is, kan het therapeutische en het geloofsmatige door elkaar heen lopen. Nu hebben die beide aspecten zeker met elkaar te maken, maar lopen ze in deze beschrijving niet het risico teveel door elkaar heen te lopen? Voor de gereformeerde geloofsbeleving is het wezenlijk dat onze identiteit niet in onszelf ligt, maar buiten onszelf: in Christus. Dan is de identiteit iets wat je gegeven wordt en niet iets dat je moet vinden. In het boek komen wel heel veel appèls voorbij. De moderne pelgrim moet vooral veel doen: voor zichzelf en voor anderen. Ik schrijf dat niet vanuit betweterigheid, alsof de gereformeerde geloofsbeleving bij voorbaat beter is. Eerder vanuit bezorgdheid, omdat uit het boek duidelijk is De Haan hard aan het werk is om alle levenservaringen aan de slag te zijn. Al met al laat deze moderne pelgrimsreis zien hoe belangrijk een goede geestelijke begeleiding is. Niet alleen in de zin van een kerk die pastorale professionals heeft die kundig zijn op het terrein van geestelijke begeleiding, maar ook in de zin dat gewone gelovigen durven mee te lopen met degenen in hun omgeving die allerlei heftige gebeurtenissen meemaken.