Boekenweekessay 2025. In dit Boekenweekessay onderzoekt Paulien Cornelisse de essentie van de Nederlandse taal. Ze bestudeert woorden die we voortdurend gebruiken zonder dat we ons ervan bewust zijn. Wat bedoelen we met ‘even’, ‘gewoon’ en ‘soms’? En wat zeggen die woorden over ons?
Hèhè, dat is uit. Grapje. Heerlijk Boekenweekessay als je net zoals ik fan bent van Paulien Cornelisse en haar bespiegelingen over de Nederlandse taal. Dit is zeg maar echt mijn ding.
Fijn essay over gezelligmakers (even, gewoon) en eerlijkmakers (eigenlijk, nou) met een paar kwesties die me nog wel even zullen blijven bezighouden, zoals ‘Zijn er manieren om je tegen een ongewenste “hè” te verzetten, zonder dat het lijkt of jij de sfeer verpest?’ en de vraag of ‘hèhè’ een levensfase is: ‘Misschien hebben pubers nog niet genoeg reden tot “hèhè” in hun leven.’
Als taalmaatje heb ik verschillende keren de subtiele betekenis van de woorden proberen uit te leggen die Paulien Cornelisse aanhaalt in haar boekenweekessay (even, eens, maar, gewoon, etc). Nooit dacht ik daarbij aan de lading van 'gezelligheid' en 'eerlijkheid' die zij erbij haalt, maar ik vind dat ze dicht bij de kern komt hiermee. Het doet mijn liefde voor de Nederlandse taal alleen nog maar toenemen. Sommige voetnoten vond ik wat onnodig flauw, maar in zijn geheel heb ik van de lopende tekst erg genoten. En ik ben blij dat ik de 1e druk met de mooie roze zijkant heb! Dat wordt straks nog een collector's item!
alle recensies gebruikmakend van de besproken woorden uit dit essay zijn al geschreven, dus daar zal ik me (maar) niet aan wagen.
het was een plezier om te lezen en ik merkte dat ik vrijwel direct extra aandacht begon te schenken aan m'n eigen taalgebruik en alert werd op modale partikels etc.
wél vond ik dat er erg veel herhaling in zat en dat ook de voetnoten - hoewel heus af en toe geestig - vaak flauw waren. een essay in de ruimste zin van het woord, zou je het gerust kunnen noemen.
Zo, hèhè, dat was natuurlijk gewoon even een fijne afleiding tijdens het surveilleren (even voor mijn collega's ((o, en de inspectie;)): Ik heb echt de boel in de gaten gehouden, hoor, ging allemaal hartstikke goed, niets gemist, steeds tussendoor opgekeken, ook omdat ik af en toe stilletjes moest gniffelen, wat dit oneindige saaie werk juist fijn maakte). Ik wil nu ook dat Chronologisch Woordenboek (ik ben jarig in juni), ik controleer nu ook al m'n zinnen op ‘even’, ‘eigenlijk’, ‘gewoon’, ‘natuurlijk’ en hoor nu ook hoe vaak wij ‘hè’ gebruiken. Heb m'n leerlingen nog geen hèhè horen bezigen, maar wie weet!
Geweldig essay over terloops Nederlands taalgebruik. Groot fan van mensen die diepgravend onderzoek doen naar of überhaupt enthousiast worden van alledaagse dingen en dat kan Paulien Cornelisse beide als geen ander ❤️
Heb een paar keer hardop gelachen in esc door dit boekje vandaag. Ik vind Paulien Cornelisse dus echt heel grappig voor als je dat nog niet doorhad. Ik heb geleerd van dit boek: het Nederlands draait om de vibes, wat een fijne realisatie.
Wat leuk om in het konijnenhol van de modale partikels en nog apart in ‘hèhè’ te duiken. En te ontdekken dat Finnen een soortgelijk huh huh hebben. Wauw. En als dat je niet boeit, dan zijn alleen de voetnoten al het lezen waard. ‘Ik weet niet precies wat een signaalwoord is in de levensmoede context van het schoolcurriculum’. Hèhè, eindelijk iemand die daarvoor uit durft te komen.
Hè, wat een heerlijk boekje is dit. Ja, interessant. En zo grappig ook, hè? Nou, hè, zeker!
—————————
Citaten:
Als je de dt-regels goed toepast, kom je met je zinnen in ieder geval over als neutraal, want niemand zal zich ergeren aan een juiste werkwoordvervoeging. Dus uit puur opportunistische overwegingen is het handig om te leren hoe het hoort, en verder moet je vooral plezier hebben met taal, want de taal is van jou, met je ‘joggingsbroek’. En ook van u trouwens, met uw ‘ik dorst niets te zeggen’.
———
Vaak staat ‘hè’ aan het einde van een zin: ‘Wat hebben we het toch goed, hè?’ Hier wordt een reactie verwacht, de ander kan reageren met: ‘Nou, inderdaad!’ Ergens midden in de zin kan ook: ‘We waren aan het après-skiën, hè, en Sylvia stond meteen op tafel te dansen.’ En zelfs aan het begin van een zin mag een ‘hè’ staan: ‘Hè, wat lekker, een kopje thee!’ ‘Nou meid, je hebt het verdiend.’ En zo kun je een gesprek al hè-end doorkomen met elkaar:
Persoon A: Gezellig terrasje, hè? Persoon B: Ja hè, heerlijk. Persoon A: Hè, zo lekker. Persoon B: Echt wel. Zonnetje erbij, hè, niks meer aan doen.
———
Zeggen pubers ‘hèhè’ tegen elkaar? Ik geloof het niet. Misschien gaat ‘hèhè’ niet over een culturele trend die opkwam en weer uitdoofde, maar meer over een levensfase. Misschien hebben pubers nog niet genoeg reden tot ‘hèhè’ in hun leven. Ze zijn wel de hele tijd uitgeput, maar wellicht hebben ze nog genoeg basale levensenergie om het zonder ‘hèhè’ af te kunnen.
Het Boekenweekessay. Over ogenschijnlijk nutteloze woorden, die toch heel nuttig blijken te zijn. Woorden die onze taal afwisselend gezelliger en eerlijker maken (maar als het té (sorry Tim Krabbé) eerlijk wordt, moet het gezelliger en als het te gezellig is moet het eerlijker). Een essay voor taalliefhebbers.
Opdat de taal vol mag blijven staan met modale partikels en dat de gebruikers daarvan zich soms af zullen vragen: Wat zeg ik nou? En wat zegt het dat ik dat zeg?
Niet vergeten: Nederlands is een taal die gaat om vibes!!!
(ga het lezen)
'Stel, jij zegt tegen je moeder: 'Het is helaas niet gelukt om mijn kamer op te ruimen', dan kan zij tolerant reageren met: 'Nou, dat komt dan binnenkort wel.' Maar als ze vlak voor die 'nou' een 't' zegt, die ze als het ware naar binnen zuigt (probeer het maar even uit), dan wordt die hele zin doordrenkt met ergernis.'
Ik heb niet echt vergelijkingsmateriaal - dit is volgens mij het eerste boekenweek essay dat ik ooit las - maar wat is dit leuk! Paulien Cornelisse schrijft grappig, ze weet je echt te boeien. Ik ben gaandeweg geïnspireerd om anders te gaan kijken naar taal. Daarnaast ben ik simpelweg dol op auteurs die voetnoten tot hun uiterste benutten. Dit smaakt zeker naar meer.
4.2* - Eerlijk: niemand schrijft leuker over taal dan Paulien Cornelisse! Haar essay over 'hèhè' was heerlijk onderhoudend; auteurs die op een boeiende manier weten te vertellen over zo'n non-woord hebben voor eeuwig een plaatsje in mijn hart. (Een extra 0.2* voor de soms hilarische voetnoten.)
Ja leuk!! Ik merkte wel dat ik deel 1 leuker vond dan deel 2. Ik kan niet wachten tot na de leesclub-bespreking, want dan ga ik boekswappen en kan ik Cavia - terug naar kantoor gaan lezen (mijn moeder krijgt in ruil een hele stapel literatuurhuiswerk).
Erg veel gelachen, en over nagedacht (ook ik schrijf een mail en moet daarna allerlei kleine woordjes wieden). Ik ben fan van de modale partikels met hun capeje.