De afgelopen jaren reisde auteur en journalist Auke Hulst, bekend geworden van zijn sterk autobiografische roman Kinderen van het ruige land, de halve wereld over en schreef naar aanleiding daarvan fictie- en non-fictieverhalen. In Buitenwereld, binnenzee zijn de beste van die verhalen samengebracht. Hulst neemt de lezer mee: van een zoektocht naar bestsellerauteur Haruki Murakami tot een verblijf in een eigenaardig hotel in Birma. Buitenwereld, binnenzee beweegt zich met inhoudelijke en stilistische bravoure op het snijvlak van kunst, filosofie en literatuur.
Auke Anthony Hulst is een Nederlandse romanschrijver, journalist en muzikant.
Van zijn site: Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) groeide op in het buurtschap Denemarken, boven op de gasbel van Slochteren. Zijn jeugd daar – ‘in een Pippi Langkous-huis in een bos’ – stond model voor zijn succesvolle derde roman Kinderen van het Ruige Land (2012), die genomineerd werd voor de BNG Literatuurprijs, en werd bekroond met de Cutting Edge Award 2013, de prijs voor het Beste Groninger Boek, en de Langs de Leeuw Literatuurprijs van het gelijknamige tv-programma. Eerder publiceerde hij de romans Jij en ik en alles daartussenin (2006) en Wolfskleren (2009), en maakte hij met tekenaar Raoul Deleo het literaire reisboek De eenzame snelweg, in het spoor van Jack Kerouac (2007). Dat boek werd genomineerd voor zowel de Stripschappenning als de Prix Saint-Michel. Begin 2015 zal bij Ambo|Anthos zijn roman Slaap zacht, Johnny Idaho verschijnen.
Auke is ook literatuurcriticus, reisjournalist en essayist voor onder meer NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, De Standaard en Columbus Magazine. Daarnaast is hij muzikant. Hij maakte onder andere bij Wolfskleren het soloalbum The Hidden Shape onder de naam Sponsored by Prozac. En hij is de voorman van de Nederlandstalige band De Meisjes, die in 2012 debuteerde met het album Beter Dan Niets. In 2014 verschijnt het tweede album Dokter Toestel.
Ik heb nog maar twee boeken gelezen van Auke Hulst. Nog maar een klein deel van wat hij heeft geschreven. En toch is hij op dit moment een van mijn favoriete auteurs. Hij schrijft prachtig, vaak met veel humor, en toch soms een wat sombere ondertoon. Zoals deze: 'Een oude piraat vindt een schatkaart, ik vond een boek. Het stond met de rug naar mij toe tussen duizenden soortgenoten, lonkend.' Hij heeft maar een paar woorden nodig om een beeld te schetsen. Prachtige zinnen, met veel gevoel op papier gezet. Dit boek is een pareltje. Vol korte verhalen. Het zijn reisverhalen, maar niet alleen reisverhalen. Auke Hulst bezoekt bij zijn reizen plaatsen die voor zijn favoriete auteurs belangrijk waren, of die voorkomen in favoriete boeken, of die rol speelden voor zijn favoriete muzikanten. Het zijn niet zomaar reisverhalen, maar een soort cultuurhistorische beschouwingen. Niet alle verhalen vind ik even sterk. Bij sommige verhalen, zoals Four states of nostalgia, bouwt Hulst zijn verhaal rondom citaten uit andere boeken of van beroemde schrijvers. Wat mij betreft wat teveel, want het leest als één lange voetnoot. En het verhaal heeft het niet nodig. De verhalen waar hij zelf aan het woord is, zijn juist het sterkst, zoals Lost in Tokyo en Zoeken naar Haruki M. Echt een plezier om te lezen.
Een zeer afwisselende verhalenbundel. De kwaliteit van de verschillende verhalen verschilt ook, maar zelfs de verhalen die me het minst aanspreken zijn goed. Mijn favoriet is 'Dreamland', wat naar mijn mening uitgewerkt zou kunnen worden naar een roman.
Het kleine boekje lonkte, zoals het daar, in zijn afwijkende formaat, stond op de plank met ‘nieuwe boeken’ in de bibliotheek. Op de voorkant een stad, in de verte vervagend. Doet een beetje denken aan Parijs, maar is Tokyo, compleet met de Tokyo Tower,. Een grijze herfstdag wellicht of mist van zee? Van die auteur, van wie ik altijd nog eens 'dat andere' boek wilde lezen, vaak aangeraden, nooit aan toegekomen. Lees de rest van de recensie op http://suzannevdijk.wordpress.com/201...
Het tweede reisboek van Auke Hulst dat ik lees. De andere las ik vorige week. Toen ik deze tegenkwam merkte ik dat ik benieuwd was, hongerig naar meer.
Opnieuw reist Hulst helden achterna: Rimbaud, Murakami, The Beatles. Anders dan in het vorige boek, staan er een paar korte verhalen in en is er behalve het reizen iets minder die rode draad die het vorige boek wel had. Dit komt mede doordat het niet één reis, naar één land op één moment is. Dit maakt het boek minder krachtig, iets fragmentarischer.
Toch kent het boek prachtige gedeeltes. Hulst laat veel van zijn kwetsbare zelf zien, filosoferend, twijfelend. Hij vraagt zichzelf wat een bestemming heilig maakt. Hij merkt op dat hij, bij gebrek aan religie, prestaties van mensen heilig verklaard. Hij weet dat hij zich tot iets wil verhouden en uniek wil zijn. Daarom zoekt hij de plekken van zijn helden - de heiligen - op: om tot een "select, liefst deskundig gezelschap" te behoren.
Hulst is zich er bewust van dat er verdriet schuilt in het reizen: "nieuwe mensen en nieuwe plekken verdwijen voortdurend in de achteruitkijkspiegel". Zoals Calvino vergelijkt hij het reizen met de herfst, "het jaargetijde van de melancholie (..), van verdriet dat een zekere lichtheid heeft verworven".
Het zijn deze gedeeltes die het boek de moeite waard maken. Het zijn de gedeeltes waarin Hulst het dichtst bij zichzelf komt. En zijn schrijfstijl is dan om van te smullen, zoals in het hoofdstuk over The Beatles. Hulst ontmoet een vrouw tijdens zijn zoektocht naar de Fab Four. Het geeft een extra laag aan het stuk. Helemaal als er af en toe een songtekst van de Beatles als knipoog onderdeel wordt van het verhaal. Ook in het korte gedeelte over San Francisco is Hulst op zijn best. Hij vertelt dat onze wil onze perceptie kleurt. Zo wil hij dat San Francisco zijn favoriete stad is ook al weet hij dat dit niet zo is, toch blijft hij volhouden. "Ik wil die droom", zegt hij. Maar hij ziet iets anders: "voormalige bloemkinderen die te lang zijn blijven hangen, bedelend voor drugs en hondenvoer - hun zomer van liefde baarde een winter van misgenoegen".
Laat Hulst maar dromen, laat hem maar in conflict zijn met zichzelf. Laat hem op reis gaan, zijn helden achterna en laat hem vooral schrijven. Ik zwaai hem wel uit, al wachtend op het volgende boek.
Een fijn boek. In ieder hoofdstuk reis je mee naar uithoeken van de wereld en naar meer bekende plaatsen. Je reist mee met bekende schrijvers, je leert bij - laat ik ook een Steinbeck en Murakami bij me hebben - en krijgt interessante tips.
Af en toe een gedeelte lezen en dan de filosofische gedachten laten bezinken en over mijmeren aan zee. Of terugdenken aan herinneringen die je zelf hebt gemaakt op beschreven plaatsen. Nieuwsfeiten ophalen en in het licht van vandaag beschouwen. • Een reis om de wereld. Van Aziatisch Japan of Russisch Moermansk naar de oost- en westranden van de VS of Europees Noorwegen. Wat een kennis, vooral ook van literatuur.
'Boeken omvatten de wereld, en wie niet leest heeft maar weinig plekken bezocht. Enkel het een of het ander doen is half werk.'
Ik had een reflectief boek verwacht wat de lezer in staat stelt iets te proeven van de ervaring van Auke, maar haar/hem zelf laat zoeken naar duiding. Helaas bleek Aukes schrijfstijl voor mij te stellig en té vol met eigen conclusies en de bevindingen van anderen. Quotes, literaire feitjes en eigen opinie wisselen elkaar snel af in een brei die voor mij te onpersoonlijk is. Auke blijft op een afstand, en schrijft fantastisch als je ervan houdt tientallen verschillende draden bij elkaar te brengen en in het detail de context te ontdekken. Ik ben niet zo'n persoon en lees liever de vage open stijl van Nicolas Bouvier. Typisch vond ik dat Auke zelf Walden van Thoreaux aanhaalde door te zeggen: "Ervaring, hoe beperkt en eenzijdig ook, is de enige manier om echt iets over het leven te weten te komen. Al het andere is 'rookgordijn en opinie'." Het lijkt alsof Auke graag dat existentiële naar voren had laten komen, maar niet voorbij dat rookgordijn van zijn culturele en literaire kennis geraakt. Zonde, want volgens mij valt er een hoop moois te ontdekken achter die facade.