De elfjarige Ernst, zoon van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf, raakt vermist in de buurt van een concentratiekamp. Zijn broer Reinhart beweert hem te hebben achtergelaten aan de oever van het verraderlijk diepe meer, waar ze aan het vissen waren. Hij zal toch niet in het water zijn gevallen? Terwijl de geallieerde legers in de verte al te horen zijn en iedereen in het kamp beseft dat het einde van de oorlog nabij is, gaat Karl op zoek naar zijn zoon.
Bert Natter (1968) debuteerde in 2008 met de roman Begeerte heeft ons aangeraakt, die werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2015 verschenen Remington (longlist Libris Literatuur Prijs) en Goldberg (shortlist ECI Literatuurprijs), in 2018 gevolgd door Ze zullen denken dat we engelen zijn. In 2022 publiceerde hij het literaire non-fictieboek Leven met Lidewij.
Een boek dat qua inhoud al echt goed is, al is het daarin niet uniek. Maar de vorm: weerga-loos. Echt hoor, het samengaan van inhoud en vorm maakte het lezen van dit boek voor mij - met de eerste 120 pagina’s als absoluut hoogtepunt - tot een bloedstollende ervaring.
Want wat doet Bert Natter? Hij knipt zijn vertelling op in pakweg 30 perspectieven die steeds kort en in willekeurige herhaling aan het woord zijn (enkele regels tot maximaal één pagina). En door naar een volgend personage. Zonder hoofdstukindeling. In één grote stroom die niet ophoudt. Er wordt je geen leespauze gegund.
In de eerste 120 pagina’s is de plaats van handeling voor vrijwel alle personages nog die ene plek, een concentratiekamp. Mijn verbeelding was nog nooit zo snel helemaal aanwezig in een context. En ook nog nooit zo totaal, alsof ík niet in de scenes, maar de scenes in míj aanwezig waren. Ik, de lezer, de grote alles-ziener en alles-voeler.
En in die eerste scenes gebeurt iets dat tegelijkertijd zo normaal als bizar is in die context (‘Gaat Bert Natter mij nu echt híeraan onderwerpen? Serieus??’), dat ik het boek helemaal niet meer kón wegleggen. Ik raakte er een beetje kierewiet van.
Zonder twijfel het allerbeste dat ik van Bert Natter las. Dikke dikke aanrader!
‘Aan het einde van de oorlog’ van Bert Natter is een bijzonder boek dat onder je huid gaat zitten. Niet alleen door de inhoud (je bent als lezer 24 uur in een concentratiekamp getuige van de meest verschrikkelijke gebeurtenissen die in de geschiedenis van de mensheid hebben plaatsgevonden), maar ook qua vorm (je volgt meer dan dertig personages met hun eigen achtergronden eigenschappen). Het boek gaat over waarheid en is in het huidig tijdgewricht bijzonder actueel. Heel mooi is de plattegrond voorin het boek. Ik raad deze roman iedereen aan.
Mijn 3e Bert Natter voelde af en toe als huiswerk.
Het was mijn 3e Bert Natter (na Begeerte **** en Remington ****) en ook mijn 3e concentratiekampboek dit jaar nadat ik de autobiografische verslagen van Primo Levi en Jeroen Brouwers had gelezen.
Met ruim 600 pagina's vond ik Natters beschrijving van een niet-bestaand concentratiekamp het moeilijkst om 'doorheen' te komen.
-/- Dat kwam vooral door zijn keuze om het verhaal over de laatste 24 uur in een Duits fictief concentratiekamp door 31 fictieve personages in korte en iets langere fragmenten te laten vertellen.
Het verhaal wordt door deze keuze zeer beeldend beschreven en leent zich uitstekend voor een verfilming maar ik miste hierdoor vaak verbinding met de hoofdpersonages.
+/+ Los van mijn ervaring zie ik wel dat Natter een razend knap boek en een ijzersterk hoofdpersonage heeft gecomponeerd: de 40-jarige SS'er Karl Zehlendorf. Alleen om in het gestoorde brein van deze man te kijken is dit boek toch een aanrader.
PS Ik zet mijn geld op Thijs Römer als vertolker van dit (film)personage.
Dat een mooi boek toch zo vol gruwel kan staan.Op het einde van de oorlog in dit concentratiekamp van het boek vinden tal van monsterlijke daden plaats. En temidden van deze waanzin verdwijnt het jongste zoontje van de kampcommandant. Het blijft boeiend tot het einde. Mede ook doordat er verteld wordt in sequenties belicht vanuit verschillende invalshoeken. Ik twijfelde eerst of ik het boek zou lezen maar ben nu zo blij dat ik dit effectief ook deed.
Het moet geen sinecure zijn geweest om dit boek te schrijven en in de geesten van kampbeulen en kampgevangenen en diverse omstanders te duiken. Het was ook geen sinecure om het te lezen, doordat het zo gruwelijk was op zo veel vlakken. Maar wel heel erg de moeite waard, want wat is het knap geschreven met dat mozaïek aan perspectieven. En het dwingt je tot nadenken over de vraag hoe we omgaan met onze individuele verantwoordelijkheid en vanaf waar we ons beginnen te verschuilen achter een systeem. En ook over de vraag hoe mensen in staat kunnen zijn tot zulke gruweldaden. Dit boek zal nog wel een tijdje rondspoken in m’n gedachten.
Ik ben in de veronderstelling dat iedereen - maar dan écht iedereen - een fictieboek kan schrijven over de Tweede Wereldoorlog.
Maarrrr nadat ik een podcastaflevering luisterde van een van mijn favoriete podcasts, Alle geschiedenis ooit, kon ik niet anders dan toegeven, ook al heb ik dit genre boeken al vanaf de brugklas afgeschreven. Bert Natter's nieuwe boek zou namelijk zo'n pageturner zijn, dat je hem moet lezen.
En daar was niks aan gelogen. Ook al verslaat het hele verhaal van 637 pagina's maar één etmaal, blijft het rete spannend. Het bijzondere eraan is dat je eigenlijk al redelijk vroeg in het boek (ongeveer pag. 150) te weten komt wat er met de verdwenen zoon van de kampcommandant Zehlendorf is gebeurd. Je zou zeggen dat de clou dan is vergeven en je niet meer zo veel behoefte hebt om het boek te verslinden. Maar dat is niet zo.
In 637 pagina's leer je de doodsangsten kennen van mensen die in en rondom het kamp "leven" en werken. Voor sommigen bestaan die doodsangsten nog maar een aantal uur, het is namelijk april 1945 en het Rode Leger staat op de stoep, maar voor sommigen zijn deze doodsangsten al jarenlang onderdeel van het bestaan.
Zo'n 30 personages nemen je een dag mee, de dag waarin de Russen het kamp binnenvallen.
Wat een afschrikwekkende, enerverende, verstikkende leeservaring. Een klap voor je kop is dit boek. De vorm en de inhoud grijpen je bij je lurven en dwingen je door te lezen tot het bittere eind. Ben er stil van! Iedereen in deze roman verdraait de waarheid. Wat is de waarheid? Wat blijft er over van de mens en het menselijke als je je laat dirigeren door systemen en door het verhaal ‘de zogenaamde waarheid’ die anderen in pacht zeggen te hebben? Een gruwelijk boek dat hopelijk door velen gelezen gaat worden.
Dit verhaal, dat leest als een filmscript -dit wordt toch verfilmd ooit, niet?- beklijft van begin tot einde. Inhoud en stijl versterken elkaar enorm. In hoeverre kun je in een oorlog over ‘goed’ en ‘slecht’ spreken als haast iedereen bloed aan de handen heeft kleven? In hoeverre kan je over immoreel gedrag spreken als je zelf weinig keuze hebt? Kent een oorlog winnaars of toch maar enkel verliezers? Het is zo’n boek waarvan je weet dat je nooit gaat vergeten dat je het steengoed vond.
Na het lezen van dit boek had ik alleen nog behoefte aan koffie drinken met Hannah Arendt
Een vrouwenconcentratie- en vernietigingskamp ten noorden van Berlijn, 20 april 1945. Ernst, de elfjarige zoon van de plaatsvervangend kampcommandant Karl Zehlendorf is met zijn vier jaar oudere broer Reinhart aan het vissen bij het meer naast het kamp. Ze krijgen ruzie en Ernst loopt weg. Enkele uren later is het in het huis van Karl Zehlendorf en zijn vrouw Christine duidelijk dat Ernst vermist is. Met in de verte het aanhoudend gerommel van de Russen die Berlijn innemen begint een zenuwslopende zoektocht naar Ernst. De zoektocht zal 24 uur duren, tot het moment dat de Russen het kamp bevrijden. Natter vertelt vanuit het perspectief van 31 personages. Zowel personages die instaan voor het functioneren van het concentratiekamp als slachtoffers van die personages worden gevolgd via korte tekstfragmenten. Steeds vermeldt Natter op welke locatie het personage zich bevindt: ‘in de ziekenbarak’, ‘in de spreekkamer’, ‘voorbij de hoofdpoort’, ‘in de bunker’, ‘onderweg’, ‘in de dienstwagen’, ‘in de tuin van huize Zehlendorf’. Natter schrijft wat die personages op deze locatie zien, horen, doen en vooral denken. Het is aan de lezer om al die scènes als puzzelstukjes in elkaar te passen. Dat maakt dat je als lezer de ‘alwetende’ bent. Je weet precies wat gebeurt en vooral wat gebeurd is. Je weet voortdurend meer dan de afzonderlijke personages. En juist daarom slorpt het verhaal je helemaal op. Je wil het boek niet aan de kant leggen want je wil zien hoe iedereen meedraait in het raderwerk en je wil vooral weten hoe het met ze afloopt. Soms wil je de personages toeroepen: ‘Doe dat niet! Doe dit! Pas op! Ga niet verder! Loop weg!’ De organisatie en dagelijkse gang van zaken in het kamp worden gedetailleerd beschreven. Ook dit maakt van ‘Aan het einde van de oorlog’ geen vrolijke roman. Wat er zich afspeelt is akelig en gruwelijk. Wat is er dan zo boeiend aan dit boek? Je leert de personages goed kennen. Hun achtergrond, ideeën, mentaliteit en verwachtingen. Voor sommigen vat je sympathie op, anderen zet je weg als demonische monsters. Maar dan zijn er weer voor wie je mededogen aan de dag legt. Dit maakt duidelijk dat goed en kwaad / slachtoffer en dader geen zwart-wit verhalen zijn. Het boek doet je de vraag stellen hoe de morele structuur van een volk zo kon ontaarden en wie daar de verantwoordelijkheid voor draagt. Een collectieve verantwoordelijkheid? Heeft elk individu evenveel verantwoordelijkheid? Treft de vrouw van de kampcommandant evenveel schuld als de commandant zelf? En dan, wat met de leden van het sondercommando die de lijken uit de gaskamer moeten verbranden? Jezelf deze vraag stellen en dan die vraag aan een ander stellen* dat is de grote verdienste van deze roman. *uit het schitterend gedicht ‘Verzet’ van Remco Campert
Zo, wat was dat hé? Eerste 50 pagina's moeilijk inkomen door de opzet van het volgen van de verschillende personages maar daarna las het als een soap. Een bijzonder naargeestig soap, dat wel. Alsof je een film zit te kijken zo levendig ook. Ik denk niet dat ik ooit al zoiets heb gelezen of dat ik het snel zal vergeten. Dat 635 pagina's minder dan 24 uur beslaan en dan toch vol spanning zitten is uniek en knap. Blij dat ik door heb gezet.
"Nieuws, waarover dan wel?" "Over de jongste zoon van de Obersturmführer." "Geen nieuws. En dat lijkt me in dit geval geen goed nieuws. Succes, maat" "En van het front?" "Je boft" zegt een andere man, die koffie staat te drinken "dat komen de Russen je binnenkort persoonlijk vertellen."
Het boek begint goed. Er zit vaart in en je leert de personages al gauw kennen, mede dankzij een lijst van personen, in het begin van het boek. De belangrijkste gebeurtenis vindt al vroeg plaats: het jongste zoontje van de obersturmführer wordt vermist. En dan springt het de hele tijd van de ene naar de andere persoon, in zeer korte hoofdstukjes. In het begin zorgt dat voor spanning. Je wil altijd maar verder lezen. Alles speelt zich af in ongeveer een half etmaal. Hoe zal het aflopen? Maar! Helaas. De spanningsboog wordt véél te lang uitgerokken en dan krijg je het omgekeerde effect bij de lezer, althans bij mij. Het blijft maar duren, allemaal in die ene nacht. En weer een zijsprong en nog een en nog een. De chauffeur, de bediende, de echtgenote, de muzikant, de mannen die in het crematorium werken, tussendoor worden nog alle mogelijke verschrikkingen van een concentratiekamp beschreven. Te veel, veel te veel. Op blz. 460 heb ik het opgegeven. Het kan mij niets meer schelen of Karl (de nazi en tevens hoofdpersonage van het boek) uiteindelijk snapt hoe de vork in de steel zit en hoe het met hem afloopt.
Wat een steengoed boek. De haast onwerkelijke tijdsbeleving doordat het vertelde tijd en verteltijd bijna samenvielen; het absurdistische om de tegenstellingen nog meer aan te zetten; dat gevoel van ‘vind ik dit nu écht erger dan al die duizenden?’; de weerzin jegens personages, hun taal, de droogkomische toevoegingen, niets aan het gissen overlatend; de open en net zo goed de gesloten eindes die je soms ziet en soms voelt aankomen en dan toch… Zelden iets gelezen waarin vorm en inhoud zo samen bijdroegen aan de boodschap, het jakkerende, het verharde, de existentie keren je adem weer inhouden. Wel echt een dikke pil en bij vlagen zo afschuwelijk dat ik ‘m weg moest leggen uit - ja, wat, zelfbescherming? Het idee dat er te veel hiervan hartstikke waargebeurd kon zijn? - maar stoppen kon ik ook niet. Ik dacht dat met het oplossen van de centrale premisse de spanning zou vervlakken, maar dat gebeurde amper en dat terwijl de verhaallijn toch amper onvoorspelbaar te noemen is. Echt een meesterwerk.
Een verhaal over 24 uur in een concentratiekamp vertellen in 640 paginas, wisselend tussen 30 perspectieven dat leest als een filmscript was voor mij (ik heb eigenlijk een hekel aan verhalen over de oorlog en films kunnen me eigenlijk ook niet bekoren) echt geen goede match. Neemt niet weg dat ik veel bewondering heb voor de auteur, een gruwelijk verhaal op een originele wijze schrijven dat (aan het aantal lovende recensies te zien) veel mensen aanspreekt is bewonderenswaardig. voor mij was het te gruwelijk en op een aantal sterke scènes na, was er veel herhaling en waren sommige personages ongeloofwaardig neergezet. Gestopt met lezen op 38% omdat het me echt teveel tegen begon te staan.
Leest als een film. Het verhaal, hoe vreselijk ook, komt door de schrijfstijl tot leven. Vanaf de eerste bladzijde was ik aangehaakt, eerst de lijst met personages leren kennen en de plattegrond van het kamp. Maar die heb je al snel niet meer nodig.
Nog nooit las ik een boek dat ruim 600 bladzijden nodig had om ongeveer een etmaal te beschrijven Maar wat was het de moeite waard! Een prachtige vorm. We volgen aan het einde van WO II zo’n dertig mensen in en om een concentratiekamp ten noorden van Berlijn de dag voor de Russen binnen vallen. We volgen hen allemaal afwisselend door die dag heen, bijna als een filmscript
De elfjarige Ernst, zoon van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf, raakt vermist in de buurt van een concentratiekamp. Zijn broer Reinhart beweert hem te hebben achtergelaten aan de oever van het verraderlijk diepe meer, waar ze aan het vissen waren. Hij zal toch niet in het water zijn gevallen? Terwijl de geallieerde legers in de verte al te horen zijn en iedereen in het kamp beseft dat het einde van de oorlog nabij is, gaat Karl op zoek naar zijn zoon.
Ik leende het boek van de bieb en begon laat met lezen. Het moest ineens binnen een week uit zijn. Heb 4 en 5 mei lezend doorgebracht, wat was er passender geweest tijdens deze dagen? Niets denk Ik. Vandaag was het echt uit. Aanrader!