Jump to ratings and reviews
Rate this book

De stinkende durian en de slang

Rate this book
Ezli Suitela en Vadim Dijkshoorn trokken gedurende een half jaar rond langs de eilanden van de Molukken, met het doel om eeuwenoude overgeleverde volksvertellingen vast te leggen voor het nageslacht. De reis draaide uit op een grote speurtocht langs oude wijze mannen, dorpshoofden en lokale koningen, langs gewijde grond op afgelegen eilanden en langs geïsoleerde kampongs diep in bijna onbegaanbare bergen. Dat resulteerde in een schat aan magisch-realistische vertellingen die nooit eerder in het Nederlands werden opgetekend. Zo is er het verhaal van de man die bevriend raakte met een bewoner uit de hemel – de bovenwereld – en na een bezoek aldaar een rijstkorrel meesmokkelt en zodoende rijst op aarde introduceerde. De stinkende durian en de slang presenteert deze en andere vertellingen op zo’n manier dat ook lezers van buiten de Molukken ze kunnen waarderen.

218 pages, Kindle Edition

First published March 18, 2025

4 people are currently reading
16 people want to read

About the author

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
0 (0%)
4 stars
0 (0%)
3 stars
1 (100%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 of 1 review
Profile Image for Paul.
196 reviews3 followers
August 21, 2025
Volkskunde 126/2-3 (2025)

Ezli Suitela & Vadim Dijkshoorn, De stinkende durian en de slang. Molukse vertellingen, Zutphen, Uitgeversmaatschappij Walburgpers, 2025, 222 blz. + ill., ISBN 978 94 6456 474 7, € 22,50; e-boek ISBN 978 94 6456 475 4, € 11,99.

Deze bundel roept bij de lezer gemengde indrukken op. Enerzijds wordt hiermee een waardevolle verzameling Molukse volksverhalen gepresenteerd en in het Nederlands toegankelijk gemaakt. Anderzijds ontbreekt de wetenschappelijke inbedding in aanzienlijke mate.
Op de flaptekst wordt gesuggereerd dat de auteurs tijdens hun maandenlange reis door de Molukken vele verhalen ter plaatse hebben opgetekend. Uit de (te lange) inleiding blijkt echter dat dit beeld niet strookt met de werkelijkheid: de bevolking bleek ofwel niet bereid verhalen te vertellen, ofwel niet (meer) vertrouwd met de traditie, op enkele fragmenten na. Daarbij wordt voorbijgegaan aan het gegeven dat mondelinge tradities vaak fragmentarisch worden doorgegeven en dat de vertelschat, zowel in Indonesië als in de diaspora, voortdurend evolueert. Uiteindelijk hebben de auteurs hun materiaal voornamelijk ontleend aan eerder verschenen bundels, zoals die van Geurtjens (1924), Jensen (1939) en Lilipaly-de Vooght (1993). De flaptekst had in dit opzicht transparanter mogen zijn.
De inleiding van veertig bladzijden leest eerder als een reisverslag dan als een academische introductie en draagt weinig bij tot de essentie van de bundel: een geannoteerde verzameling Molukse volksverhalen (waaronder varianten uit de Nederlandse diaspora). Gezien de vermelding dat de auteurs mikten op ministeriële subsidiëring, zou men een steviger wetenschappelijke onderbouwing verwachten. Die ontbreekt vrijwel volledig: er is geen bibliografie, geen kritisch apparaat, en de woordenlijst is uiterst summier. Het project wekt daardoor de indruk enigszins onvoorbereid en op de bonnefooi te zijn aangevat.
Ook de terminologische keuze is problematisch. De auteurs spreken herhaaldelijk van “legendes” en “mythes”, terwijl het hier in feite enkel gaat om sagen, fabels en sprookjes. Een eenvoudige raadpleging van de typologische bijdrage van Stefaan Top had hier op een makkelijke manier uitkomst geboden. De opgenomen verhalen zijn bovendien hertaald en naar eigen inzicht bewerkt, zodat ze in hun gepresenteerde vorm eerder als literaire herschrijvingen dan als representatieve volksverhalen moeten worden beschouwd.
Toch zijn er ook positieve aspecten. De verhalen zijn vlot leesbaar en bieden, ondanks de beperkingen, een inkijk in de Molukse vertelschat. Daarbij wordt duidelijk dat vele motieven verwant zijn aan de internationale verhaalschat. Voor een nadere vergelijking kan verwezen worden naar de bespreking van Theo Meder op Neerlandistiek (10 juni 2025) . Bovendien doen sommige teksten denken aan bijbelse parabels, zoals de gelijkenis van de talenten in “De domme zoon van de raja”.
De uitgave zou wel baat hebben gehad bij een zorgvuldiger eindredactie. Verspreid doorheen het boek treft men taalkundige slordigheden en merkwaardige formuleringen aan, zoals “dit aardmens” (31), “dat mens” (85), “ik wordt” (125), “Zeven telde het aantal zonen van de raja” (125). Ook de zin “hij stapte met zijn linkerbeen naar voren, draaide met zijn bovenbeen uit en schroefde hem daarna in één explosieve beweging terug” (86) roept bevreemding op. Dat substantieven als been onzijdig zijn, lijkt daarbij over het hoofd gezien, en het gebruik van de onzijdige vorm bij mens geeft een onbedoelde betekenisverschuiving.
Conclusie. Deze bundel is voor lezers die op zoek zijn naar goed geconstrueerde verhalen uit de Molukse traditie zonder meer aantrekkelijk. Voor wie echter een wetenschappelijk gefundeerde uitgave verwacht, met kritische verantwoording en adequate terminologie, schiet het boek tekort. Een van de tussentitels luidt kurang tahu, een uitdrukking die, bewust of niet, ook de algemene indruk van deze uitgave treffend samenvat, want wie wat Indonesisch spreekt, weet dat die uitspraak duidelijk twee betekenissen heeft.
Displaying 1 of 1 review

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.