In een poging te ontsnappen aan haar eigen problemen nadat ze haar man en kind heeft verloren, besluit Rika dienst te nemen als huishoudster in een vervallen geishahuis in Tokio in de jaren vijftig. Als enige bediende wordt ze te pas en te onpas om boodschappen of de verdwaalde huiskat gestuurd; de eigenares verlangt regelmatig een arbeidsintensief warm bad. Algauw blijkt dat het wanordelijke huis in financiële moeilijkheden verkeert, niet het minst omdat de geisha’s voortdurend opzeggen. De schrandere Rika maakt zich gaandeweg onmisbaar en wordt aangesteld als manager, in de hoop dat iemand van buitenaf het in verval geraakte geishahuis nieuw leven zal inblazen.
Deze roman geeft een kijkje achter de coulissen van het geishaleven, maar wat de lezer vooral zal bijblijven is het beeld van Rika, die alle banden met haar vorig leven verbreekt en zich ontwikkelt tot een onafhankelijke vrouw.
Aya Kōda (幸田 文 Kōda Aya?, September 1, 1904 - October 31, 1990) was a Japanese essayist and novelist. She was the second daughter of Meiji period novelist Kōda Rohan. Her daughter Tama Aoki and granddaughter Nao Aoki were also writers.
Kōda was born in Tokyo. At the age of five, she lost her mother, and later her younger sister and brother. She studied at the Tokyo Women's School (Joshigakuin). She married at age 24, but divorced after 10 years and returned with her daughter, Tama, to live with her father. During World War II, she helped secure her father's job as described in Tama Aoki's Koishikawa no Ie (小石川の家, The house in Koishikawa). Her first works, written when she was 43, were memoirs of life with her father; they include Chichi (父, My Father) and Konna koto (こんなこと, Such an affair). Seen as the writings of a dutiful daughter, they achieved critical success.
Her subsequent short stories, novels, and essays explored women's lives, family, and traditional culture. They include the 1955 novel Nagareru (Flowing), which was made into a popular movie, as well as essays such as Kakera (Fragments) and Mono Iwanu Issho no Tomo (A Friend for Life), and short stories including Hina (Dolls for a Special Day) and Kunsho (The Medal). She received the Yomiuri Prize for Kuroi suso.
De naam Aya Kōda verscheen voor het eerst op mijn leesradar toen ik twee jaar terug het prachtige 'Perfect Days' van Wim Wenders zag. Daarin werd deze in Japan erg populaire auteur kort vermeld wanneer het hoofdpersonage in een piepkleine boekhandel tweedehands haar essayboek Bomen koopt. De altijd lezende verkoopster zegt daarover: 'Aya Kōda gebruikt dezelfde woorden als wij, maar ze zijn speciaal'. Toen ik haar achteraf googelde, bleek ze nog niet vertaald, maar daar kwam - mede dankzij de film - nu verandering in.
Over geisha's is al heel wat geschreven en verfilmd, maar hoe Aya Kōda hier het reilen en zeilen van een wegkwijnend geishahuis in de jaren '50 beschrijft, gezien door de (autobiografische) ogen van de pientere en onvergetelijke huishoudster Rika, is verrassend levendig en interessant. Ze duikt vaak van de ene scène in de andere, laat de zaken en intriges pas gaandeweg duidelijk worden aan de lezer, net zoals dat voor de huishoudster zo was en zorgt voor een boeiend en gevarieerd koor van sterke en minder sterke vrouwenstemmen.
Want een geishahuis is natuurlijk een vrouwelijk nest en als zo'n huis financieel in verval raakt en op verdwijnen staat, komen de verdoken conflicten, de sluimerende meningen en de uiteenlopende persoonlijkheden vanzelf bovendrijven. Daarnaast worden ook verschillen tussen generaties uitvergroot en is het in zo'n huis een komen en gaan van gewenste en ongewenste gasten. Door dit alles te beschrijven vanuit de blik van de nieuwe huishoudster die uit de burgerwereld komt en compleet geen weet heeft van de geplogenheden in de geishawereld, maar over een empathisch en doortastend observatievermogen beschikt, zorgt de auteur voor een geniaal perspectief waar je als lezer al snel door wordt meegevoerd.
De titel is, zo lees je in het nawoordje van de schrijfster, gekozen vanuit een eerder abstract gevoel en idee. Tegelijk stroomt dit boek ook écht omwille van de verfrissende, gedurfde en levendige stijl. Het enige wat me vrij lang een beetje moeite kostte, was het uit elkaar halen en houden van de geisha's en de huisgenoten. Hun namen vallen relatief binnen hetzelfde register en ik kreeg moeilijk vat op hun specifieke eigenschappen om ze in de soms snel in elkaar over stromende scènes van elkaar te onderscheiden. Maar voor het overige alweer een boeiende nieuwe parel uit die rijke Japanse literatuur. Met dank aan de vlotte vertaling van Jacques Westerhoven.
Het tempo ligt heel laag in dit verhaal, waar alleen de beschrijving van kimono's uitbundig is en de rest subtiel wordt verteld. Ik weet niet eens of ik het verhaal op zich mooi vind, maar de vertelwijze is groots.
Het leven in een geishahuis in Tokio, verteld door de inwonende bediende: naast de indrukken en rituelen uit het leven van geisha’s, ook de miserie, de ruzies, de armoede en de smoezeligheid. Wat een verrassend boek!
Een boek dat in de jaren 50 werd geschreven door Aya Koda, over haar ervaringen als huishoudster in een geisha huis in Tokio, maar pas onlangs in het Nederlands verschenen. Een prachtig geschreven boek dat het in Japan zelf altijd heel erg goed heeft gedaan en waar Aya Koda een gerenommeerd schrijfster is.
Na het overlijden van haar man solliteert Rika, een vrouw van middelbare leeftijd voor de functie van huishoudster in een geisha huis dat niet goed te boek staat in de hanamachi; de bloemenwereld, zoals een geisha district wordt genoemd. Rika wordt al direct geconfronteerd met de vuile boel in het huis waarvan de geisha's elkaar betichten. Langzaam raakt Rika steeds meer op de hoogte van alle intriges tussen de geisha's onderling, over de schulden die het geisha huis heeft bij diverse personen en een vervelende zaak die de geisha- moeder heeft met de familie van een weggelopen geisha. Rika probeert buiten deze zaken te blijven, maar geraakt steeds dieper in de problemen van het huis.
Waar Japanse literatuur meestal heel observerend is en weinig gevoelens prijs geeft leer je hier Rika beter kennen. Haar karakter ontwikkelt zich subtiel, van haar eigen verleden vol verdriet naar een onafhankelijke vrouw die onder moeilijke omstandigheden een nieuw leven opbouwt. Verwacht geen snelle actie, maar een traag tempo met beschrijving van stilte, emoties en subtiele. Een mooie leeservaring.
Voor mij is Aya Kōda sterk in het gebruiken van alledaagse details om grotere thema's aan te snijden. Het geishahuis is niet alleen een plek waar geisha's werken, maar staat ook voor een traditie die in verval verkeert, voor de spanning tussen tradities uit het oude Japan versus de moderne realiteit en verandering.
Stromen is het tweede boek van Aya Kōda dat door Jacques Westerhoven werd vertaald. Van dit boek verscheen in de jaren vijftig ook een film, nl Nagareru (Flowing) van Mikio Naruse.
Bedankt @atlascontact voor het recensie-exemplaar!
Taferelen uit het leven in een vervallen geishahuis, verteld door de meid. Het levert een boeiende inkijk op. De ene na de andere episode toont Koda het harde leven achter de schmink. Het leven is hard en zelden romantisch. De dienstdames proberen het hoofd boven water te houden, maar de tijd is een vijand en het loopt zelden goed af. Ondertussen weet de verteller/meid zich geleidelijk aan op te werken in de zaak.
Boeiend, maar helemaal wild ben ik niet van Stromen. Het tempo ligt erg traag en de verteltrend is soms behoorlijk afstandelijk. Dat maakt het moeilijk om echt mee te leven. Misschien ligt dat aan mij, want Stromen was alleszins wel een succes in Japan en werd amper een jaar later al verfilmd door Mikio Aruse. Die ken ik van het prachtige When a woman ascends the stairs (1960), waarin hij een vergelijkbare thematiek aansnijdt. Dus daar verwacht ik veel van.
Hoewel het boek een inkijkje geeft in het leven van geisha's in een geishahuis, werd ik niet echt gegrepen door het verhaal. Daarvoor bleef het toch iets te beschrijvend. Toch 3 sterren, want als Japan-liefhebber heb ik er zeker van genoten.
Dit 70 jaar oude werk van de mij onbekende Japanse auteur Aya Koda is dit jaar in de Nederlandse vertaling verschenen. Vanuit haar levenservaring als voormalige huishoudster in een geisha huis omschrijft ze gebeurtenissen in het leven van Rika die na het overlijden van haar echtgenoot en kind in een geishahuis gaat werken. Al snel ontdekt ze dat zo'n geishahuis niet alleen glitter en glamour kent maar ook af te rekenen heeft met bedrog, jaloezie, armoede, schuld, .... In feite is Rika getuige van de ondergang van de geishacultuur als gevolg van de snelle modernisering van Japan na WOII. Traditie moet plaatsmaken voor modernisme.
Is dit een goed boek dat je met spanning in één ruk zou uitlezen? Zeker niet. Als lezer krijg je een goed beeld van de teloorgang van het betrokken geishahuis waar de enkele dames en de huishoudester proberen te overleven. De auteur geeft aan de hand van de gesprekken tussen de dames over de tradities en gewoontes van geisha's enig inzicht aan de lezer. Voor wie zich wil verdiepen in de Japanse cultuur en tradities is dit zeker een aan te raden boek. Hou er dan wel rekening mee dat dit boek van de jaren 50 van vorige eeuw dateert en dat één lang hoofdstuk van 281 pagina's is zonder enige pauze. Ook het veelvuldig gebruik van Japanse termen maakt het er niet gemakkelijker op hoewel achteraan een lijst met vertalingen is aangebracht. Vooral naar het einde toe heb ik mezelf moeten dwingen om het boek alsnog uit te lezen. Ik zou het boek enkel aanraden aan diegenen die zich willen wentelen in de Japanse cultuur en in de geishawereld in het bijzonder.