Al sinds zijn jongensjaren is Maarten Asscher gefascineerd door Oscar Wilde, door zijn werk en ook door zijn leven. Er zijn duizenden studies en honderden biografieën over deze cultfiguur geschreven, maar nog nooit is het raadsel opgelost van de gouden crucifix die Wilde als student in 1876 aan zijn eerste grote liefde Florence Balcombe schonk. Twee jaar later verrast ze Oscar door plotseling te trouwen met een andere jonge schrijver uit Dublin, Bram Stoker, de toekomstige auteur van Dracula. In een vermakelijke biografische vertelling, die nog het meest lijkt op een detectiveachtige speurtocht, doet Maarten Asscher een poging de raadsels van deze Victoriaanse liefdesdriehoek op te lossen. Het resultaat werpt een verrassend licht in de duistere hoeken van Bram Stokers vampiristische fantasie, en het boek is tegelijk een schitterende ode aan de verbeelding.
Maarten Asscher is schrijver, jurist en directeur van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam Hij werkte verder als uitgever, kunstambtenaar, recensent en columnist o.a. voor Vrij Nederland en het tv-programma Buitenhof. Eerder publiceerde hij onder meer een roman Het uur en de dag (2005) en een boek over Nederland H2Olland. Op zoek naar de bronnen van Nederland (2009).
Maarten Asscher trained as a lawyer, then became a writer and a publisher before turning to bookselling as director of the Athenaeum Bookshop in Amsterdam. He has published a collection of poetry Night Fodder (2002), a novel called The Hour and the Day (2005) and a book about the Netherlands and its water H2Olland (2009). Five of his books have appeared in German translation. He also translates poetry and has contributed columns to various newspapers.
10 Als je hetzelfde verhaal in andere woorden vertelt, vertel je een ander verhaal.
Maarten Asscher heeft zo’n beetje alles gelezen van en over Oscar Wilde. En dat merk je bij het lezen.
Op eerste kerstdag 1876 geeft Oscar Wilde, hij is dan 22, een gouden crucifix aan Florence Balcombe. Hij is verliefd.
In dit boek vraagt Maarten Asscher zich af waar die crucifix is gebleven. Leuke weetjes komen naar boven in dit verhaal. Florence bijvoorbeeld trouwt uiteindelijk niet met Oscar maar met Bram Stoker. De schrijver van Dracula. Er is een interpretatie die zegt dat Oscar Wilde model stond voor de ’hemoseksuele’ graaf Dracula. Want ook Bram Stoker heeft een fascinatie voor mannen getuige bijvoorbeeld een brief naar Walt Whitman:
153 ‘Ik ben 1,90 meter lang, naakt weeg ik 76 kilo en mijn borstomvang was altijd 104 of 107 cm. […] ‘Ik heb uw gedichten ’s nachts gelezen met mijn kamerdeur op slot.’
Het aardige is dat Oscar Wilde tijdens zijn reis door Amerika Walt Whitman heeft ontmoet. Hij zei daar later tegen vrienden over:
107 ‘Ik heb de kus van Walt Whitman nog steeds op mijn lippen.’
En zo komen we op de zoektocht naar dat kruisje ook nog Arthur Canon Doyle tegen. En zijn creatie Sherlock Holmes!
Aardig experiment waarin ik ongewild maar gretig meer te weten ben gekomen over Bram Stoker en zijn ‘Dracula’ - inclusief de theorieën wie er voor de Transvaalse, ‘hemoseksuele’ graaf portret zou hebben gestaan - dan over het daadwerkelijke crucifix van Wilde’s vlam Florrie.
Grootheden als Irving, Whitman en Doyle worden opgevoerd, met name in verhouding tot Oscar Wilde en Bram Stoker. En in ouderwets aandoende bewoordingen die meer dan eens uitleggen dat huidige begrippen als ‘queer’ of ‘gender’ destijds ontbraken (die helaas mansplainend aandoen) maakt de auteur overduidelijk dat ‘homo’ (gebruik dan tenminste ‘homoseksueel’) zijn iets was waarvan Stoker zich in elk geval voor het oog van de buitenwereld ten tijde van de veroordeling van Wilde om niet zo schimmige redenen (volgens de auteur dan) mijlenver van wilde distantiëren.
De auteur benoemt bij het beschrijven van de nogal ophef wekkende ontvangst van ‘Dorian Gray’ ten opzichte van de veel kalmere van ‘Dracula’ weliswaar de verschillende vormen die de werken hebben, maar niet in hoeverre de conventies van die tijd daarin een rol speelden - een ‘verslag’ van brieven, notities e.d. ten opzichte van de opzet van een roman zoals we die tegenwoordig kennen.
Tekstueel en biografisch is er genoeg op deze nogal als louter persoonlijk project aandoende poging tot experiment-biografie aan te merken, maar anderzijds was het ook wel weer zodanig vlot uit (met links en rechts wat speedreaden) dat dit muggenziften zou zijn.
Nadat Oscar Wilde en Florence Balcombe op Kerstdag 1876 in Dublin de mis hadden bijgewoond gaf de schrijver in spe de jongedame een gouden kruisje. Het was een blijk van zijn liefde, alleen bleef die liefde niet duren. Wilde verwaarloosde Florence daar niet net iets te vaak voor. Hij studeerde in Oxford en in zijn vrije tijd trok hij liever naar Griekenland of Italië dan terug te keren naar de Ierse hoofdstad. En dus maakte Florence het twee jaar later uit om prompt met de elf jaar oudere Bram Stoker te trouwen, de business manager van het Londense Lyceum Theatre die wereldberoemd zou worden met het in 1897 gepubliceerde Dracula. Wat er met het gouden kruisje gebeurde weet niemand Maarten Asscher, een levenslange fan van Wilde die uit The Picture of Dorian Gray opstak dat literatuur net zo opwindend kan zijn als seks, en tien jaar geleden zelfs een proefschrift aan de schrijver wijdde, zag daar een uitdaging liggen. Hij zou zelf het verhaal van het kruisje verzinnen, wat uitmondde in Oscar Wilde’s Crucifix, een vernuftige en intrigerende mengeling van fictie en non-fictie die trouwens zowel in het Nederlands als in het Engels verschijnt. De delen in gewone tekst zijn op de werkelijkheid gebaseerd, de cursief afgedrukte komen uit de fantasie van Asscher. En daarmee treedt hij in de voetsporen van Wilde zelf aangezien die zijn leven af en toe ook wat fictionaliseerde. Zo beweerde hij bijvoorbeeld dat hij er in april 1877 bij was geweest toen archeoloog Ernst Curtius in het Griekse Olympia de Hermes van Praxiteles opgroef, terwijl dat beeld pas een maand later werd gevonden, toen Wilde alweer in Oxford zat. De verzinsels van Asscher zijn heel wat onschuldiger. Zo laat hij bijvoorbeeld Philippa, de oudere zus van Florence, bekennen dat zij ook wel wat had gezien in de jonge Oscar, maar dat het leeftijdverschil van zes jaar toen onoverkomelijk was en lezen we de aantekeningen van een Amerikaanse uitgever die Oscar Wilde en Arthur Conan Doyle uitnodigde voor een etentje, een etentje dat trouwens ook echt heeft plaatsgevonden, alleen de aantekeningen zijn nep. Maar het hoogtepunt bewaart Asschers voor het einde, waarin hij Sherlock Holmes op zoek laat gaan naar het kruisje en alle puzzelstukjes op hun plaats lijken te vallen. En dat zijn er nogal wat, want heeft Stoker zijn van de homo-erotiek uitpuilende Dracula niet op de uitspattingen van Wilde gebaseerd? En werd er in dat boek ook al niet te pas en te onpas gezwaaid met een gouden kruisje? ‘Waar geen overdrijving is, daar is geen liefde,’ loofde Wilde een essaybundel van de door hem fel bewonderde Walter Pater, ‘en waar geen liefde is, daar is geen begrip.’ Het zijn woorden die ook Maarten Asscher in ere houdt.
Leuk boek over een gouden kruisje, via het leven van Oscar Wilde, zijn collega Bram Stoker en hun gezamenlijke liefde Florence Balccombe. Interessante vorm waarin geschiedenis en op geschiedenis geïnspireerde fictie elkaar afwisselen. Het komt wel een beetje willekeurig over, maar het is speels en leesbaar. En die levens zijn intrigerend genoeg, alleen al om de verschillende manieren om met de dan nog streng verboden homoseksualiteit om te gaan. En dan komen ze ook nog Arthur Conan Doyle tegen.