In this story about love as second skin, Mortier remains true to the perspective of his dazzling debut, Marcel looking at the world through the eyes of an observant and impressionable young boy.
I mistakenly thought that this was a recent work by the Flemish author Mortier, but appears to be only his 2nd book (published in 2000), after his succesful debut Marcel. And it still clearly is an early work. The theme - a coming of age story around the young Anton - is closely related to the debut, as is the environment in which it takes place - the Flemish countryside in the 1970s. Mortier is still searching for his own voice: he experiments with the word art that has become so typical of him; in this book the style is at time very successful, but sometimes rather banal or simply too wordy. New is the theme of sensuality, the attraction of Anton to other boys, announcing the focus on the struggle with the homosexual orientation that became more central to Mortier's later work; but here it is still touched upon in a rather vague way. A real letdown is the particularly clumsy way in which this story ends. So for me, not very successful (rating: 1.5 stars). If you want to read Mortier, I'd rather recommend Godenslaap and Gestameld liedboek: Moedergetijden.
Ik heb dit boek geleend van de bibliotheek maar ontdekte toen ik het boek al bijna uit had dat ik het zelf ook in huis heb! Ik kon me van het verhaal echter niets meer herinneren.
Coming-of-age roman. Met name het eerste deel als Anton (de hoofdpersoon en verteller) nog een peuter is en het tweede deel als hij voor het eerst naar de brugklas gaat, vond ik goed en soms erg herkenbaar. In het derde gedeelte is Anton als 19-jarige op weg naar de universiteit en neemt het verhaal een dramatische wending. Gaandeweg het boek wordt duidelijk dat Anton anders is.
De belangrijkste karakters in het verhaal (de ouders, zijn neef Ronald die bij hen komt wonen en klasgenoot Willem) hadden van mij wat krachtiger in de literaire verf mogen worden gezet. Ik vrees nu dat ook na herlezing dit verhaal niet lang zal blijven hangen.
Pieter Steinz zegt over Mortier dat “hij soms in mooischrijverij verkeert”. En daar heeft hij wel een punt.
“Meneer Vaneenooghe daarentegen leek met pak en al uit een magazijn te komen waar alles chronisch in de uitverkoop was. Hij bewoog zich door de klas alsof hij aan een knaapje hing, met een geestdrift waar zwaar de mot in zat.”
Vanwege dit soort mooie zinnen en metaforen betrapte ik me erop dat ik regelmatig even terug moest om de draad van het verhaal niet kwijt te raken.
De achterflap geeft een boekbeschrijving die serieus misleidend is. Het boek gaat over opgroeien in een na-oorlogse Vlaanderen, als Vlaamse boerenjongen in een warm gezin waar echter niet veel tijd wordt besteed aan praten, over ontluikende seksualiteit en de verwarrende gevoelens die hiermee gepaard gaan, en over sterven. In het begin wordt het boek geschreven vanuit het toen tweejarige hoofdpersonage. Dat stuk beviel me minder, omdat t niet consequent vanuit een kindperspectief wordt geschreven. Vanaf de leeftijd van 12 jaar leest t boek echter als een sneltrein. Het ongezegde is, zoals vaak, belangrijker dan het gezegde. Die subtiliteit bevalt me wel. Een goed boek, maar geen uitblinker.
Beautiful and heartbreaking. My Fellow Skin is more than a coming of age story, it's the story of young Anton coming into himself. As a young boy barely able to talk, he knows himself but doesn't really understand the world around him. As an adolescent, he finds he doesn't understand much of anything. When he meets Willem, another outsider at his school, that begins to change. Anton's story is told in bits and pieces with great detail in some places and skipping large chunks of time, as memory often does. At 184 pages, it was a quick and engrossing read. I put off the last 20 pages because I didn't want it to end. And as soon as it was over, I wanted to start it again.
Dit boek deed me denken aan de recente film 'Close' (2022) van Lukas Dhont. Maar het boek was er natuurlijk veel eerder (2000). Uiteraard is het een universeel thema, een hechte jongensvriendschap en hoe die zich ontwikkelt tijdens het ouder worden. Ik vond dit boek tweedehands bij Premsela (Amsterdam) en het heeft me aangezet om ook nog eens Mortiers debuut, Marcel (1999) te lezen. Daarna heb ik zijn boeken bijna allemaal gelezen en bijna allemaal waren ze mooi. Mortier schrijft dicht bij de huid, daarom is de titel van dit boek ook zo goed gekozen!
A brief novel that is both a coming of age story and a story about how we see ourselves through the eyes of those around us. Lyrical but never overly wordy, and manages just the right pace for its small page count.
We leven mee met hoofdpersoon Anton, in drie periodes van zijn leven. Als (ik denk) peuter, als scholier in het eerste jaar van de middelbare school en in de overgang tussen de middelbare school naar het studentenleven.
Anton, geboren op een boerderij, die niet meer als boerderij gebruikt wordt. Hij woont er met zijn ouders, sappelaars, zijn tantes en een oom, die met de kleine Anton op schoot zijn laatste adem uitblaast. Subtiel schetst Mortier het milieu waarin Anton opgroeit.
De neef van Anton, Roland, die een paar jaar ouder is, is zo’n pester, snoever, ophitser, maar ook ontroerend verlegen als het op meisjes aankomt. De moeder van Roland is opgenomen en daarom komt Roland, op het moment dat Anton naar de middelbare school gaat, bij Anton en zijn ouders wonen. Ook hier maakt Mortier zijn schrijverschap waar. Roland krijgt laagje na laagje een steeds interessantere vorm.
En de middelbareschoolvriend van Anton, Willem, zijn beste vriend, rijk, knap. De eerste liefde van Anton. Teer, intiem, en ook hier uiterst subtiel beschreven.
‘’Ik droomde niet. Ik keek te veel. Mijn ogen waren trechters. De wereld goot er kwistig indrukken in. De ware huistaak waar ik me iedere avond aan moest wijden, was ze te ordenen, op hun plaats zetten, in doosjes te stoppen, als puzzelstukken in elkaar te passen, zodat ze niet bleven rondhangen en ‘s nachts mijn lijf omwoelden als een laken.’’
Mortier kan met weinig woorden ontzettend veel zeggen. Het verhaal leeft in de stiltes van het ouder worden. Tragisch, maar tegelijkertijd heel erg mooi.
3,5 * Omdat ik af en toe, zeker na een hele hoop boeken in het Frans en Engels gelezen te hebben, ook behoefte heb om iets moois in mijn moedertaal te lezen. En mooi, bij momenten zelfs geniaal op gebied van taal, is het zeker. Jammer dat het af en toe naar het overdadige neigt, wat het lezen stroever maakt. Maar mijn interesse naar 'meer' van Mortier is zeker gewekt.
Met Mijn tweede huid heeft Erwin Mortier een boeiende, fragmentarisch opgebouwde ontwikkelingsroman geschreven. Het verhaal bestaat uit drie ongelijke, chronologisch geordende delen. In geen van die ontwikkelingsfasen echter is er voor de hoofdpersoon een andere rol weggelegd dan die van schuchter en passief, zij het vaak scherp waarnemend toeschouwer, aan wie het leven dreigt voorbij te gaan.
Het eerste deel is, net als Mortiers debuutroman Marcel, geschreven vanuit het perspectief van de jonge, onervaren, naïeve hoofdpersoon. Van meet af aan zitten er barsten in de paradijselijke ervaring van huiselijke geborgenheid die de jeugd van de kleine Anton kenmerkt. De geliefde oom Michel overlijdt plotseling, het pesterige neefje Roland terroriseert zijn omgeving, en zo meer.
Het tweede deel, het uitvoerigste, beslaat zowat de helft van het boek. Het schetst de ontwikkeling van Anton grosso modo van zijn twaalfde tot zijn veertiende jaar. De bescherming die de beslotenheid van het ouderhuis bood, wordt vervangen door de gevangenschap van de school. De uitstekende relatie van Anton met zijn vader komt onder zware druk te staan. De bewonderende genegenheid voor de oudere neef blijft onbeantwoord en wordt gaandeweg vervangen door de liefde voor klasgenoot Willem.
Het derde en laatste deel speelt zich weer enkele jaren later af, wanneer Anton op zijn negentiende naar de universiteit trekt. Het ouderlijk huis op het platteland wordt verlaten en Willem laat het leven in een verkeersongeval, waarna de vader weer vol genegenheid en begrip ten tonele verschijnt.
Mijn tweede huid behandelt het verschijnsel van de groeipijnen die met de volwassenwording gepaard gaan. Het doet dat op een bijzonder suggestieve wijze en in een trefzekere taal, die een poëtische toon uitmuntend weet te verbinden met een uiterste economie van de middelen. Met de familieproblematiek, gesymboliseerd in het ouderhuis, wordt de ambivalente positie van de hoofdpersoon - tussen individu en gemeenschap, binnen- en buitenwereld, eigen en vreemd, stad en platteland, natuur en cultuur...- treffend in beeld gebracht.
Anton Callewijn woont op een boerderij in Vlaanderen. Wanneer hij nog heel jong is, komt hij al in aanmerking met de dood, omdat zijn oom sterft op het moment dat Anton op zijn schoot zit. In die tijd leert hij Roland, zijn neef, kennen. Wanneer Anton twaalf is, komt Roland bij hem in huis wonen, omdat zijn moeder in een inrichting zit. Anton kijkt erg op tegen zijn neef. Alles lijkt perfect bij hem, integendeel tot hemzelf. Anton gaat voor het eerst naar de middelbare school in Ruizele, waar Roland al een tijdje zit. Direct de eerste dag leert hij Willem kennen, die een jaar ouder dan hem is. Ook bij Willem lijkt alles perfect. Hij heeft een goed lichaam en ze zijn niet arm bij hem thuis. Het blijkt dat Anton vroeger erg in geborgenheid leefde. Dit is bijvoorbeeld op te merken aan het feit dat hij zelf zijn schoenen nog niet kan strikken. Willem maakt zich daar niet druk om, en ze zijn goede vrienden gedurende hun hele schooltijd. In deze tijd ontwikkelt Anton homoseksuele gevoelens voor Willem, en dit blijkt ook andersom zo te zijn. Ze gaan naar dezelfde universiteit, maar wonen wel apart om afleiding te voorkomen. Wanneer Willem met zijn ouders op vakantie gaat, krijgt hij een fataal fietsongeluk en overlijdt. Anton is helemaal van de kaart en gaat met vele gedachten naar de begrafenis.
Il y a des livres qui ne payent pas de mine et qui laissent des traces. Ma deuxième peau de l'auteur néerlandais Erwin Mortier en fait indéniablement partie.
J'ai mis du temps à plonger dans ce livre. D'abord, il était sur un étagère dans ma chambre depuis plusieurs mois, dans la pile des livres achetés depuis longtemps et que je lirai quand j'en aurai le temps. Je m'y mis la semaine dernière, quand son tour est venu. Le début est lent, laborieux. Dans les premiers chapitres, l'auteur y réussit le tour de force d'avoir pour narrateur un nourrisson ; c'est joliment fait, on s'y croirait presque, mais le récit n'est pas passionnant. Cela s'améliore par la suite, quand Anton grandit et rencontre Willem, un camarade de classe avec lequel il se lie rapidement. La relation entre les deux garçons est au coeur du roman, même si sa véritable nature n'y est que suggérée, avec beaucoup de subtilité.
La fin m'a pris par surprise, je n'ai rien vu venir alors que le résumé en quatrième de couverture laissait entrevoir une telle issue. J'ai dévoré les dernières pages d'une seule traite, bouche bée. J'ai refermé le livre avec une drôle de sensation mais avec une sérénité dont je ne me serais pas cru capable il y a quelques mois encore. Je le relirai dans quelques mois, calmement, un peu comme un hommage.
Erwin Mortier(1965) kreeg de Fortis Prijs 2000 voor het Beste Debuut voor zijn schitterende roman Marcel die meteen vanaf het verschijnen een regelrechte bestseller werd en ook in Nederland de prijs voor het beste debuut namelijk het Gouden Ezelsoor kreeg. In deze roman wordt op een heel mooie en bijna tedere wijze de jeugdjaren van een negenjarige plattelandsjongen ergens in de jaren zestig doorlicht. Samen met de jongen leert de lezer de familie en hun geheimen ontdekken. Door middel van fotos, onderlinge vetes en op fluistertoon gevoerde gesprekken ontrafelt het hoofdpersonage deze geheimen die hij nog niet helemaal zelf begrijpt en bijgevolg ter voltooiing aan de lezer doorspeelt. Met zijn nieuwe roman Mijn tweede huid zitten we terug in de jeugdjaren maar wel met een ander personage, Anton Callewijn, die weliswaar op het platteland maar in heel ander milieu, namelijk een arm arbeidersgezin opgroeit. We volgen de 'groeipijnen' van Anton vanaf zijn peutertijd tot de volwassenheid. Net als in Marcel volgen we ook hier de gebeurtenissen door de ogen van het personage met het verschil dat in deze roman de formulering van de dingen evolueert naarmate de jongen ouder wordt. Al vroeg, zonder het te weten wordt de jongen geconfronteerd met de dood. De grootvader van Anton, krijgt een hartinfarct terwijl hij zijn kleinzoon waar hij zo dol op is zit te voeden. Het gebeurt allemaal zo vlug dat Anton er totaal geen flauw idee van heeft van wat er zou kunnen gebeurd zijn. Het is uit de reacties van de volwassenen dat de lezer kan opmaken dat de man gestorven is naast de kinderstoel van zijn kleinzoon. Zelfs als Anton later geconfronteerd wordt met het opgebaarde lichaam van zijn grootvader denkt hij dat deze slaapt en dat hij elk moment kan opveren om hem een poets te bakken. Verdriet kent hij nog niet omdat hij niet weet welke consequentie de dood inhoudt. Wel is zijn vredig leventje verstoord en dat zint hem niet:'De uren waren poppenkasten. Op commando schoven ze open om me steeds meer vertrouwde taferelen te tonen. Altijd hadden de dingen lijdzaam gewacht tot ik ze zag en met namen bestaansrecht gaf. Van alles gebeurde nu achter me om.' (blz.14) Toch is Anton's kindertijd een rustige cocon waarin zijn vader kracht en tederheid uitstraalt en moeder een beetje bitsig, altijd in weer met alles en nog wat, maar toch ook ook op haar manier beschermend en altijd denkend aan wat wat het beste is voor haar kind. Neef Roland, een zoon van zijn vader, is in zijn kindertijd een kwelgeest maar wordt later iemand waar hij kameraad mee zou willen zijn. Op een zeker ogenblik komt Roland bij hen inwonen omdat zijn moeder die zenuwziek is, de zorg voor haar zoon te veel wordt. Maar Roland is veranderd, zijn ouders hebben hebben het financiëel beter en dat is aan alles te merken. Hij onderhoudt zijn kamer netjes, is heel beleefd en gedraagt zich wat afstandelijk tegenover de jongere Anton. Toch is Anton aanvankelijk blij met de komst van Roland, want nu is hij niet meer alleen kind in huis. Hij vindt het prettig om naar Roland's naakte lichaam te kijken wanneer die zich wast om zo een vergelijking met zijn eigen lichaam te maken. De balans helt in het voordeel van Roland over die ook wel ouder en sportiever is en reeds de aandacht van de meisjes trekt omwille van 'zijn schoone loop'. Toch ontstaat er geen echte kameraadschap tussen de jongens ook al gaan ze naar dezelfde school, want Roland heeft zijn vriendenclub, het voetbal en begint er zelfs een vriendinnetje op na te houden. De verhoopte kameraadschap is er niet tussen hen gekomen maar toch heeft Roland graag dat Ottto bewonderend naar hem kijkt en ook verjaagt hij Otto niet als die tijdens ijskoude winternachten bij hem onder de dekens kruipt om het warmer te krijgen. Mag het niet echt klikken tussen Roland en Otto Tussen Willem, een medescholier, en Otto klikt het wel. Er ontstaat een heel hechte vriendschap tussen hen die door de schooldirectie zelfs iets te hecht bevonden wordt. Men roept er hen zelfs voor op het matje maar sancties worden er niet getroffen omdat Willems fortuinelijke vader de school financiëel steunt. De vrienschap groeit uit tot liefde die niet ontkend wordt maar ze in alle stilte beleven. Anton voelt zich een beetje onwennig bij Willems familie en ook schaamt hij zich een beetje als Willem bij hem thuis komt omdat het bij hem thuis helemaal anders is dan, veel armoediger dan bij Willem thuis. Maar bij Willem zelf voelt hij zich goed. Hij is zich bewust van zijn homoseksualiteit maar stelt zich daar niet direct vragen over en beleeft alles een beetje als buitenstaander. Roland is definitief een buitenstaander geworden en Otto weet dat ze nooit tot elkaars wereld zullen behoren. Otto en Willem gaan samen in Gent studeren. Ze betrekken niet uit schaamte maar gewoon uit praktische overwegingen elk een eigen woning. Hun relatie is heel innig en Otto voelt zich gelukkig. Maar dan raakt Willem bij een tragisch ongeval betrokken. Voor Otto stort de wereld in. Zijn ouders leven met hem mee maar weten niet goed hoe zij zich moeten uitdrukken. Zijn vader maakt echter een heel mooi gebaar waarmee hij zoals steeds de tederheid toont die hij voor zijn zoon voelt. In zijn ontreddering heeft Otto zich slecht geschoren en zijn vader stelt voor dat hij het zal doen en de woorden die hij tijdens het scheren zegt spreken boekdelen:''Gewoon meegaan met de stroom. De lijn van uw wezen volgen. Dan zult ge u niet rap snijden.' (189) Mijn tweede huid is voor mij een van de beste Nederlandstalige werken van het jaar. Als geen ander weet Erwin Mortier taal en stijl tot in de finesse te beheersen. Wat tot melodrama had kunnen uitlopen laat hij door zijn technische vaardigheid tot een monument van sereniteit en eenvoud verworden.
Eerste tussentijdse update paginanummer: 48 (deel I uitgelezen)
De lezer ziet alles door de ogen van een vrolijke en onschuldige peuter die nog maar net kan praten. Ironisch genoeg beschrijft de peuter, genaamd Anton, ons door middel van poëtisch en geavanceerd taalgebruik wat hij ziet, denkt en meemaakt. Antons rustig leventje wordt verstoord zodra Roland, zijn twee jaar oudere neef, bij hem komt logeren. Roland is een brutaal en gemeen jongentje die een slechte invloed heeft op Anton.
Tweede tussentijdse update paginanummer: 106 (hoofdstuk 6 van deel II uitgelezen)
De protagonist, Anton, is nu bij twaalf, maar nog steeds een heel teruggetrokken persoon. Roland, aan de andere kant, gedraagt zich als een man. Zo drinkt hij zijn limonade alsof het bier is op café, maar geniet soms van een echt biertje. Antons eerste indruk van zijn nieuwe school, was verre van positief: “Nergens viel een horizon te bekennen. Nergens een uitweg. Ook niet als ik naar boven keek. De hemel was vierkant, er lag een deksel van wolken op. Dit was het Sint Jozefinstituut voor Hopeloos Onderwijs, waar het dag in dag uit krijtstof sneeuwde, het steriele stuifmeel der wijsheid.” Eigenlijk het enige wat hem recht houdt op school is zijn klasgenoot Willem.
Derde tussentijdse update paginanummer: 148 (deel II uitgelezen)
In tegenstelling tot Anton heeft Willem net als Roland geen moeite met het leven. Anton kijkt op naar zijn neef, maar zijn echte interesse gaat uit naar Willem. Op de strenge school ondernemen de paters actie om de (homoseksuele) vriendschap tussen Anton en Willem tegen te werken. Ze worden in verschillende klassen verdeeld en vanaf dan heeft Anton het heel moeilijk. Zijn enige steun – eigenlijk meer dan alleen steun – wordt bij hem weggehaald. Toch houden ze vol en wordt het snel duidelijk dat de jongens van elkaar houden.
Vierde tussentijdse update paginanummer: 148 (boek (en laatste deel) uitgelezen)
[SPOILER!] In het derde en laatste deel zijn Anton en Willem net van school af. Ze hadden plannen om samen in Gent te gaan studeren, maar Anton kreeg in de vakantie slecht nieuws te horen. Willem was dood. Op de dag van Willems crematie treft Antons vader zijn zoon aan in de badkamer. Net als hoe het begon, eindigt de roman weer met het scheermotief. Antons vader legt het scheermes voorzichtig tegen de wang van zijn kind, en zegt: “Gewoon meegaan met de stroom. De lijn van uw wezen volgen. Dan zult ge u niet rap snijden.” Dit is mooi verwoorde acceptatie van zijn zoon, en daarmee diens homoseksualiteit.
'Recensie'
Er zijn weinig boeken die mij raken, maar Erwin Mortier is daar zeker in geslaagd. Het is een roman vol verschillende lagen, verschillende ‘huiden’. Onder dat wat je leest, zit een diepere betekenis geschuild. De titel ‘Mijn tweede huid’ slaat dus, volgens mij, op hoe de roman geschreven is, maar ook inhoudelijk op Antons leven. In het eerste deel volg je Antons onbevangen jeugdelijke leven, waaraan in het tweede deel een einde komt. Vanaf zijn tienerjaren zit Anton niet meer goed in zijn huid, en dat is waar de hele roman om draait. Erwin Mortier geeft woorden aan het onbenoembare. Iedereen die daarvan en eeuwig actuele thema’s houdt, raad ik het boek ten zeerste aan.
Voor Nederlands was ik eerst op zoek gegaan naar een fantasy/science-fiction verhaal, jammer genoeg blijkt de Nederlandstalige literatuur niet de beste te zijn in deze genres. Na een gefaalde optie besloot ik opzoek te gaan naar een boek met het thema homoseksualiteit, na wat opzoek werk kwam ik uiteindelijk op het boek van Erwin Mortier nl. ‘’Mijn tweede huid’’. Het leek mij een best interessant boek over een jongen (Anton) die dus opgroeit en ontdekt dat hij liever naar jongens kijkt dan meisjes. Meestal vind ik zo een verhalen zeer interessant en fijn om te lezen doordat ze nauw lopen met mijn eigen ervaringen als kind, maar helaas was dit boek niet wat ik verwachtte.
Het boek werd verdeeld in drie delen: Anton als kind, Anton tijdens het onderwijs en Anton na het onderwijs. Het eerste deel begon zeer gedetailleerd, hier leren we de wereld en zijn familie kennen door Anton’s ogen. Mortier beschrijft alles in detail en hecht zeer veel tijd en energie aan de kleine dingen. In het algemeen heb ik zo een soort schrijvers/boeken niet zo graag maar mijn interesse in dit boek bleef wel aanwezig.
Het tweede deel is het grootste deel van het boek en dus dacht ik dat deze ook het tofste en interessante deel ging zijn. Anton is hier nu al wat ouder en gaat voor het eerst naar de middelbare school, hij komt hier al snel een jongen tegen (Willem) waarmee hij zeer goed bevriend wordt. Doorheen dit deel dacht ik dus steeds dat het duidelijk ging worden dat Anton gevoelens krijgt voor Willem en dat deze gevoelens misschien wel wederzijds waren. De schrijver geraakt er (jammer genoeg) in om het thema homoseksualiteit amper aan bod te brengen waardoor mijn passie voor het boek steeds minder werd. Bij elke gebeurtenis hoopte ik op een scène waar je dus duidelijk de liefde ziet tussen beide jongens, je merkt wel op dat er een connectie is tussen deze twee maar er wordt precies overgekeken en het onderwerp wordt steeds ontweken (en ja, dit begon mij stilletjes aan op mijn zenuwen te werken). Gelukkige voor mij slaagde Mortier er toch in om mijn aandacht bij het verhaal te houden en het boek niet zomaar aan de kant te leggen.
Het laatste deel speelt zich af wanneer Anton en Willem afstuderen aan de middelbare school en allebei beslissen om verder te gaan studeren. Ik hoopte dat in deze laatste pagina’s er EINDELIJK iets zou gebeuren maar dat was duidelijk het geval niet, het was alleszins niet wat ik had verwacht. We komen er namelijk achter dat Willem omkwam in een auto-ongeval en dus krijg je Anton die zich alleen en achtergelaten voelt. Het boek eindigt dus met een paar ‘droevige’ scènes en de uiteindelijke begrafenis van Willem. Doordat er tijdens het boek weinig liefde wordt gevormd kwam deze dood voor mij niet hard aan, ik vond het zeer teleurstellend dat Mortier het boek eindigde met de dood van Willem. Ik kreeg het gevoel dat Mortier tijdens het schrijven niet echt wist wat te doen en dus gewoon besloot om Willem te ’doden’.
Ik vond Mortier zijn schrijfstijl verrassend genoeg aangenaam maar het verhaal daarentegen vond ik maar niets. Ik zou dit boek niet echt aanraden maar zou misschien wel overwegen om één van zijn andere boeken te lezen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
“Wat mij bang maakte, woonde nog niet in, maar rondom me. Ik zocht mijn angsten op om te zien of ze gebleven waren waar ik ze had achtergelaten.” (p. 9)
“Alleen aan wie groter was dan ik toonden de dingen in huis zich van hun beste zijde. Alles blonk en geurde naar boenwas. Wie klein was zoals ik, zelfs in mijn vaders schoenen nog altijd onooglijk, was onbelangrijk genoeg om van alles de lage, verdrongen kanten te mogen zien.” (p. 33)
“Ik wilde onzichtbaar worden, als een kameleon opgaan in de achtergrond van baksteen en beton, en ‘s avonds, wanneer de schoolbel verlossing rinkelde, weer de kleur aannemen van gras en bomen.” (p. 99)
“Het leek me al te zeer bedoeld om me voor te houden dat het vanaf nu menens was. Je moest ervoor zorgen dat het niet voor de echte tijd uit liep, erachteraan hinkte of zelfs helemaal stilviel. [...] Ik wilde juist weg van de tijd. [...] Ik droomde niet. Ik keek te veel. Ik zag te veel. Mijn ogen waren trechters. De wereld goot er kwistig indrukken in. De ware huistaak waar ik me iedere avond aan moest wijden, was ze te ordenen, op hun plaats te zetten, in doosjes te stoppen, als puzzelstukken in elkaar te passen, zodat ze niet bleven rondhangen en ‘s nachts mijn lijf omwoelden als een laken.” (p. 104)
“Die blijkbaar onvermijdelijke voetnoot van verdriet, die met de jaren hardnekkiger achter elke vreugde aanholt, soms dicht op de hielen, soms op enige afstand, waar komt ze vandaan? De schouderklop van de doden misschien, die ik vroeger in al mijn onbesuisdheid nooit heb gevoeld. [...] Misschien heeft het te maken met het gevoel dat ik hoe dan ook doden bezie.” (p. 152)
“Ik zag Willem voor mij. Voelde hoe ik kwaad werd. Je hebt mij bestolen, dacht ik. Mijn dagen als brieven in je binnenzak gestoken en straks gooi je jezelf als een oude handtas in het vuur.” (p. 186)
Er zou een dag komen waarop ik hem zaken moest vertellen die hem even oppervlakkig zouden kwetsen als een scheermes, maar de wonden zouden langer blijven prikken. Een dag waarop ik hem zou achterlaten vol vragen die als oude muggenbeten zouden gaan jeuken telkens wanneer hij me met een lege wagen de voortuin zou zien oprijden, zonder kinderen uit te laten die ik als bloemenkransen om zijn schouders kon hangen, en met de knagende onzekerheid in zijn borst of hij niet te veel of te weinig tegen me zei, terwijl zijn stiltes heelder bibliotheken bevatten, meer dan genoeg leesvoer voor de rest van mijn bestaan.” (pp. 187-188)
Ik kreeg dit boek maar moelijk gelezen. Het begin is echt langdradig, zeker voor een kort boekje. Vaak veel te gezochte woorden. Het is een coming of age verhaal dat me met de dreiging van de figuur van Roland even heel goed mee kreeg, flarden van Wieringa's Joe Speedboot, maar telkens ontsnapte het verhaal me weer. Naarmate het vordert, betert het wel, maar het gaat van hier naar daar, het kabbelt. Net voor het einde, dat ik op zichzelf goed vond, moest ik mezelf echt dwingen verder te lezen. Anders had ik nog drie sterren gegeven voor de literaire kwaliteit en de soms treffende poëtische beelden (die zeker ook vaak missen). 2,5
In dit werk bewijst Erwin Mortier dat hij een meester van de taal is en grandioos sferen kan schilderen met woorden. Bij momenten heb je soms wel een gevoel van indigestie (een beetje teveel van het goede), maar over de hele lijn is dit boek een mooi verpakt taalgeschenk met inhoud.
A very light & pleasant read. Lovely characters & a fantastic rhythm maintained throughout the narrative. Ideal for a quick read or a airplane read. Looking forward to reading more of Erwin Mortier's books.
Picked this up almost by accident, and ended up being a delicate, tender, heart-breaking story that left a long-lasting impression on me.
My Fellow Skin is the embodiment of these cold, reserved people who actually are the most sensitive ones. It keeps us at a distance the whole time, but can't help revealing aching stories and sharing a deep, overconsuming intimacy. It's never clumsy, sometimes a bit dry, often meditative, which gives it the paradoxal quality of feeling both very personal and universal. Anton is a unique individual, but it's also very easy to slip into his shoes and merge his passivity with the reader's. A quality I truly admired was the sympathy the narration had for almost every character. It felt selfless and mimicked genuinely the sensation of looking back and simply accepting loved ones' flaws. In a similar way, I felt personally affected by the death of the aunts and uncle, the kind of muffled sorrow of years-long grief. The atmosphere was always bathed in a melancholic light, late-septemberish but never hopeless. Loved it.
I received this title from NetGalley, and didn’t really know what to expect. I’d just been on a bit of a book-requesting spree, trying to get my review blog back up and running. But I am SO very glad that My Fellow Skin was one of the titles I requested.
Written from the point of view of a boy named Anton, My Fellow Skin by Erwin Mortier, originally published in 2003, is an enthralling, quick read. It spans Anton’s life from a very young boy up through early adulthood. Usually I don’t like books that do this. So when I looked a little further into reviews of the title, I started second-guessing myself. Did I really want to read this book, after all?
Again- I’m so glad I did.
Anton’s got such an interesting outlook on life, and he certainly is a captivating narrator. When he gets a bit older and goes off to school, he meets Willem, and the boys form an unbreakable bond, one that made me envy their closeness, almost.
This review is short, yes, but there’s not much that can be said about My Fellow Skin, really, aside from the big points: It’s amazing. It’s heartbreaking. It’s worth it.