Facsimile-editie met het afwijkende omslag door Claus zelf ontworpen als alternatief voor het 'officiële' omslag van de eerste uitgave uitgevoerd door Karel Beunis.
De Oostakkerse gedichten geldt als een klassiek voorbeeld en tegelijk het hoogtepunt van de Vlaamse Vijftigers-poëzie. Door de overwegend dierlijke en plantaardige beeldspraak, het pulserende ritme, de vrijheidsdrang, het vitalisme en de verheerlijking van de seksualiteit die uit deze gedichten spreken, was en is dit uitgesproken vernieuwende poëzie die een beroezende leeservaring oplevert.
Vijftig jaar geleden verschenen 'De Oostakkerse gedichten' van Hugo Claus voor het eerst onder de titel 'Nota's voor een Oostakkerse cantate' in het tijdschrift Tijd en Mens. Ter gelegenheid van dit jubileum heeft de uitgever een facsimile-editie laten vervaardigen van de eerste druk, de boekuitgave van 1955, met een omslag naar ontwerp van de auteur. Er is gebruikgemaakt van Claus' persoonlijke exemplaar, met aantekeningen in pen en potlood, die betrekking hebben op de verwijzingen in de tekst. Zo noteert hij bij 'de zoon van Los': Blake, en bij 'wolvin en leeuw': V.d. Woestijne. Ergens anders blijken vijf versregels te doelen op 'de verlaten steden in de woestijn in Cowboyfilms'. Veel commentaar levert het woord 'dauwworm' op: 'naar een afzichtelijk plaatje in een vitrine van een boekhandel voor medische studenten'. De woorden 'en wat ik van de liefde weet' zijn ontleend aan: Koos Schuur. Verder nog verwijzingen naar: Victor Hugo, Vergilius, Verschaeve, een oud Egyptisch gedicht en een legende uit Wales. De oude, wat gevlekte en verkleurde uitgave is perfect nagemaakt.
Hugo Maurice Julien Claus was een Vlaams schrijver. Hij was een veelzijdig kunstenaar: romancier, dichter, toneelschrijver, schilder en filmregisseur. Toen hij opteerde voor euthanasie (legaal in België) veroorzaakte dit veel deining.
Hugo Maurice Julien Claus was a leading Belgian author, writing primarily in Dutch. He was prominent as a novelist, poet, playwright, painter and film director. His death by euthanasia, which is legal in Belgium, led to considerable controversy.
Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde. In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert Niet naar mij terug, van U herstel ik niet
13.
En in mijn vermoeide zinnen Waar eens je lach in brak Brandt het linnen van de liefde Zwart
Ik dank Paul Claes voor zijn verhelderend nawoord. Wegens tijdsdruk heb ik het in 1 ruk uitgelezen zonder al te veel stil te staan bij wat er nou eigenlijk echt geschreven staat (schandelijk, ik weet het), maar het nawoord maakte veel duidelijk. De verschillende verwijzingen naar andere literaire werken (Bijbelverhalen, Griekse mythen en mythen uit het oosten, werken van Victor Hugo, Karel van de Woestijne...) had ik al opgemerkt, maar de extra duiding was zeer welkom. De natuur had weer een centraal thema. Ik denk dat deze bundel het mooist tot uiting komt wanneer het wordt voorgelezen. Mijn favoriete gedicht is 'Bitter smaakt', dat volgens Paul Claes 'een protest is tegen de remmende Christelijke moraal'.
Ik nam zonet de Oostakkerse Gedichten van Hugo Claus door en ik heb vragen… veel vragen.
Ik ben nooit een grote connaisseur geweest van poëzie maar soms tracht ik mezelf toch even te dwingen een bundel door te nemen. Maar dan voel ik me dom, voel ik me onwetend en heel erg ver van een kenner van literatuur.
Dus als er mensen zijn die me kunnen helpen, die weten welke dubbele of driedubbele bodems ik moet zoeken achter de teksten die Claus hier neerpende, laat iets horen.
Vind ik het slecht! Nee, natuurlijk niet. Maar ik snap het gewoon niet.
Ik hoop dat de Claus biografie van Mark Schaevers me hierin ook zal kunnen gidsen (dus die plan ik gauw te lezen). Maar dit wordt een herlees projectje. Dit wordt een zoektocht naar begrip en naar mening.
Citaat : Van het eigengereide naar het merkbare gaat de beschouwing. Woorden, gekleurd of niet, Worden sleutels. Bereikt de brand der keel Het snelle van de lans, de slachting En de nacht– spreek dan niet tegen: Woorden openen de beschouwing Als messen de huid. Review : De Oostakkerse Gedichten zijn ontstaan in een periode van twee jaar, namelijk van 1951 tot 1953. De bundel verscheen eerst onder de naam Nota's voor een Oostakkerse cantate in een nummer van het Vlaamse literaire tijdschrift Tijd en Mens. De bundel verscheen als op zich staand in 1955 bij De Bezige Bij in Amsterdam. Deze editie bevatte nogal wat aanpassingen ten opzichte van de eerder gepubliceerde versie.
De in de cantate aanwezige cyclus Het Gedicht is hier omgewerkt tot een motto voor de overgebleven drie cycli (in de eerste versie was het motto van de Franse surrealist René Daumal). Verder schrapte Claus verschillende versregels en twee gedichten, schreef hij er twaalf bij en hij voegde een verklaring toe aan de Drie Verklaringen aan het einde van de bundel. De bundel De Oostakkerse Gedichten opent met een motto waarin de dichter sterk en krachtig zijn geloof uitspreekt in het gedicht als een ultieme vorm van het verwoorden van de meest intieme en individuele emoties.
Na de drie cycli die het eigenlijke dichtwerk uitmaken, volgen dan drie verklaringen die men, evenals het motto, moet zien als afzonderlijk bedoeld van de gedichten. Een mogelijke hypothese kan nu zijn dat de Vier Verklaringen gezien moeten worden als een algemene verklaring van de hele dichtbundel: de gedichten zijn vrij hermetisch, en deze vier verklaringen zouden dan de dichter een laatste kans bieden om datgene wat hij wilde vertellen, nog eenmaal duidelijk te illustreren.
De vier teksten vormen dan dus een illustratie van de belangrijkste thema's van de bundel. Of preciezer: Vertrek, Herinnering, Groet aan de familie en Steeds dezelfde zijn de kernwoorden (of kernwoordgroepen) van De Oostakkerse Gedichten. Net als in heel het werk van Hugo Claus is ook in deze gedichten de drang naar vrijheid uiterst belangrijk... In deze editie geeft Paul Claes een zeer mooi nawoord.
‘De Oostakkerse gedichten’ van Hugo Claus is geen bundel die je zomaar “leest” - je ondergaat hem. Elk gedicht lijkt te gloeien van leven en dood, van eros en verval. Claus schetst een wereld die tegelijk oer-Vlaams en mythisch is: aarde, bloed, dierlijkheid, verlangen en schuld vloeien er onophoudelijk in elkaar over.
Wat mij vooral trof, is hoe lichamelijk deze poëzie is. Claus schrijft niet ‘over’ emoties, hij ‘belichaamt’ ze. Zijn taal is ritmisch, zintuiglijk, soms brutaal, maar altijd muzikaal en vol bezwerende beelden. Het is poëzie die je dwingt om traag te lezen, om te proeven hoe de woorden botsen, bloeden en zingen.
Hoewel de bundel geschreven is in de vroege jaren vijftig, voelt hij nog steeds verrassend hedendaags. De spanning tussen drift en doodsverlangen, tussen religie en rebellie, blijft krachtig en herkenbaar.
Niet elke lezer zal meteen mee zijn met de soms hermetische beelden, maar wie zich overgeeft aan Claus’ taal, wordt beloond met een poëtische ervaring die diep onder je huid kruipt.
Kort samengevat: een wilde, zinnelijke en tegelijk heilige bundel die bewijst waarom Claus tot de grootste Nederlandstalige dichters behoort.
In een kringloopwinkel op de kop getikt, deze editie van 1959. Indien ik me niet vergis was deze dichtbundel destijds controversieel omwille van de inhoud. Veel van deze gedichten ademen immers het bronstige karakter van hun maker. Anno 2021 verbaas ik mezelf vooral over de vorm, over de vrijheid die de dichter zich op dat vlak gunde. Toegegeven, veertig jaar eerder had Paul Van Ostaijen al flink wat bakens verzet, maar toch… Dit is poëzie die enerzijds leunt op een heel sterke ritmiek – de verzen zingen – en anderzijds op bijzonder krachtige beelden die nog steeds aanspreken. Er schuilt een donkere oerkracht in dit werk. Meer dan zestig jaar na datum verdienen de Oostakkerse gedichten wat mij betreft nog steeds het predicaat ‘modern’. Na dit gelezen te hebben dacht ik: vaak geïmiteerd maar zelden of nooit geëvenaard. De meeste epigonen bleven hangen in gewichtigdoenerij en misten de authenticiteit. Al lijkt er nu weer een generatie jonge dichters die eenzelfde durf etaleren, Marieke Lucas Rijneveld voorop.
Wat moet hier nog over gezegd worden? Dit is wereldliteratuur in de breedste zin van het woord. Het enige wat je moet doen is de juiste sleutel(s) vinden om de schatkist te openen. Maar zelfs wanneer dit niet lukt blijven de gedichten indrukwekkend. Het nawoord van Paul Claes uit 1986 is navenant schitterend. Als aanvullend naslagwerk kan ik ‘Vrome wensen’ van Georges Wildemeersch aanraden. Lees vooral ook het andere werk van Claus als je meer inzicht wil krijgen in zijn denken. Zoals de meester het zelf verwoordde: “ik ben geen postzegel, ik ben een planeet in het universum”. Claus is de Vlaamse messias, zo niet God zelf.
Expirimentele gedichten uit de jaren vijftig. Ik kan er kop nog staart aan knopen. Het rijmt zelfs niet en toch voel ik op mijn klompen aan dat dit gedichten zijn! Onbegrijpelijk (voor mij), maar fascinerend.