In De jaknikker lijken de kaarten te worden gelegd die in Otmars zonen geschud zijn: verhalen, verledens en karakters botsen op elkaar en raken verknoopt – in de kou van Sakhalin Island en Moskou, aan de kust van Los Angeles en de straten van Bonn, maar ook in de bedrieglijk huiselijke sferen van Leiden en Eindhoven.
Maar is dat wel zo? Kiemcel is in ieder geval de hereniging tussen een bastaardzoon, Ludwig Smit, en zijn verwekker, Shell-CEO Johan Tromp. Deed eerstgenoemde er verstandig aan assistent te worden van zijn nietsvermoedende vader? Tromp denkt ondertussen dat hij grotere problemen heeft: de journaliste Isabelle Orthel. Maar die heeft meer oog voor het merkwaardige duo Eulenpesch en Appelqvist en hun teruggevonden Beethoven-sonate. En is het tenslotte niet Tromps echtgenote Barbara die aan de touwtjes trekt?
De jaknikker gaat over misgrijpen, ongewenst bezoek, en krijgen wat je niet wilde hebben.
Peter Buwalda is a Dutch writer. He was a journalist and an editor at several publishers. He was co-founder of literary music magazine Wah-Wah and wrote stories and essays for De Gids, Vrij Nederland, Bunker Hill and Hollands Maandblad. In September 2010 he made his debut with the novel Bonita Avenue. It received a magnificent reception and became a bestseller. It was awarded the Academica Debutantenprijs, the Selexyz Debuutprijs and the Tzumprijs and was nominated for nine awards including the AKO Literatuurprijs, the Libris Literatuur Prijs, the KANTL Proza Prijs, the NS Publieksprijs and De Gouden Strop 2011.
The translation rights were sold to countries such as Germany, Spain, Italy and France.
De Volkskrant vraagt traditiegetrouw elk jaar aan Peter Buwalda hoe zijn roman ‘De jaknikker’ vordert. Het boek (het laatste deel van een trilogie) moet maart 2025 in de winkels liggen.
Uit de Volkskrant| 3 January 2025 | Interview: Onno Blom
Hallo Peter, hoor je mij?
‘Ik heb geen tijd. Maar ik hoor je. Ik neem gewoon op, zie je wel.’
Je bent toch niet vergeten dat het tijd is voor de jaarlijkse peiling? Kunnen we uitzien naar De jaknikker, het langverwachte tweede deel van je trilogie, de opvolger van Otmars zonen?
‘Zeker. Ik ben bijna klaar, maar juist dan neemt de werkdruk toe, lullig is dat. De Bezige Bij wil in maart 2025 publiceren. In de laatste fase loop ik het geheel nog een paar keer door, steeds een rondje om de Zwarte Zee, begrijp je. Het zijn veel pagina’s, het is een tijdrovende klus. Maar ieder rondje gaat sneller. Het schrijven zelf, de eerste ronde, duurde… drie jaar? Ik denk vier. De eerste keer herschrijven anderhalf jaar. Derde ronde vijf maanden. Luister je nog?’
Zeker Peter, ga door. Ik klok rondetijden.
‘Tenslotte, en dan tel ik ronde zeven, of acht, weet ik het, gaat het relatief in een flits. De proefdrukken, die druppelen hier binnen, dat is lekker, dat gaat hard. Maar dan heb ik ook weinig tijd over. Dan schorten we de nachtrust op, die bui hangt al klaar, Onno. In de avonduren, om mezelf maximaal te tergen, lees ik Vestdijk.’
Dus ik stoor?
‘Je stoort enorm. Mijn deadline is 7 februari. De bedoeling is dat ik iedere dag een hoofdstuk trim, vil en looi, dan haal ik het. Het zijn er ongeveer veertig, vijfduizend woorden het stuk.’
Maar? Het klinkt alsof er een maar komt…
‘Ik ga net iets te traag. Het begint uit de pas te lopen. Ik zit hier inderdaad als hoe heet-ie, Sven Kramer, te rekenen. De feestdagen zijn uiteraard geschrapt, daar zijn ze voor, en zojuist heb ik bij hoge uitzondering mijn columns voor de komende weken afgezegd. Ik neem nooit vrij van die krengen.’
Maar waarom niet? Dat doet toch iedere columnist op z’n tijd?
‘Ja, nee, weet ik. Ik sjeesde wel eens in het begin. Dan vond ik ’m mislukt, snap je. Ver na de deadline, na een uur getrek, getier, en gedreig, kwam het besef, en dan moest ik het de redactie gaan melden. Niet leuk. Om die reden heb ik besloten, ter compensatie, nooit vakantie te nemen. Ach, vakantie, het is maar een keer per week. Een columnist heeft altijd vakantie.’
Toch ben je behoorlijk monomaan. Je vertelde vorig jaar dat je zeven dagen per week werkt. Als De jaknikker af is, moet je meteen door aan deel drie.
‘Daarover heb ik nieuws. Het wordt een drieluik, maar ook een tweeluik. Ik heb het zo geschreven, Onno, dat Otmars zonen en De jaknikker een vrijwel afgeronde indruk zullen maken. Samen zijn ze kogelrond. Ik zou het erbij kunnen laten. Maar een derde deel is tegelijkertijd aanlokkelijk en logisch.
Echt? Hoe is dat mogelijk, je telt toch af van hoofdstuk 111 naar hoofdstuk 1?
‘Ja, klopt, dat is niet echt veranderd. Toch zijn de eerste twee delen samen één roman. Een planeet waar deel drie als een maan omheen kan cirkelen. Er een vaal licht op zal werpen. Zo stel ik het me nu voor. Excuses voor de kosmische beeldspraak, moet ik eigenlijk niks van hebben. Ik werk liever met een kerststol en een krentenbol.’
Maar doe je dit niet eigenlijk om jezelf te verlossen van het juk van de triptiek?
‘Nee. Geenszins. Ik wil dat derde deel per se maken. Ik ben eerder bang dat ik zónder door Breda ga zwerven. Maar ik heb een stel oude vrienden, oud in de zin van bejaard, en die hebben me een paar keer gezegd: schiet eens op, Peter, anders haal ik deel drie niet meer. Onder wie mijn vader. Voor hem rond ik het tussentijds af, snap je. Voor het geval dat.’
Ik begrijp het. Toch verbaast het me. Je had het eerder over ‘een bakblik waaraan niet te tornen viel’.
‘Jij hebt het geheugen van een ijzeren pot. Ik herinner me geen bakblik. Eigenlijk is-ie vanzelf ontstaan, deze vorm. Vloeide voort uit een fundamentele ingreep van een paar jaar geleden, merk je wel als je het leest. Mij lijkt het wel eens aardig, een tweeluik dat ook een drieluik is. Alles is al gedaan – maar dat niet. Ach, wat zegt het. Al dit geleuter over omvang en deeltjes. Het is tekst, daar gaat het om.’
Kun je niet iets concreter zijn? Ik kan het me nog steeds niet voorstellen.
‘Nee. Ik kan nog maar een stap concreter worden, en dat is De jaknikker in zijn geheel aan je voorlezen.’
Dat zou ik graag willen, maar we hebben maar 1.200 woorden... Ga je na 7 februari op vakantie?
‘We gaan het huis schilderen. En wie weet ook even weg. Heb ik al zes jaar niet meer gedaan. Geen idee of ik het nog verdraag, rondhangen in een stad, naar musea, op een strand liggen. Waarom zou je dat doen?’
Wat me overigens zorgen baart, Peter, is dat De jaknikker niet in de aanbieding van De Bezige Bij staat.
‘Wat? Stond-ie er niet in?! Nee, weet ik. Mij is verzekerd dat je boeken tegenwoordig ook los kunt aanbieden, met een mailtje naar de boekwinkels. De Bij neemt dit keer, na het incidentje rondom Otmars zonen, toen ik nog niet klaar bleek te zijn en de abri’s en de trekpoppen de open haard in konden, het zekere voor het onzekere. Leren van je fouten, heet dat. Zouden meer bedrijven moeten doen.’
Vind jij dat schrijvers vaak te snel tevreden zijn?
‘Geen idee. Ik ben daar niet bij, hè. Vestdijk schreef in een maand De ziener. Dan moet je echt met een raket op wielen om de Zwarte Zee heen, één ronde, en klaar. Het is een volledig gelukt boek, een meesterstuk. Er bestaan ook romans waar een leven lang aan gewerkt is, die een onvoltooide, moeizame indruk maken.’
Heb je een voorbeeld?
‘Ik denk aan… The Way of All Flesh, van Samuel Butler. Heeft hij elf jaar op gezwoegd, toen nog eens herzien, en tenslotte na zijn dood, in 1903, laten publiceren. Een wat gewrongen, stroef, maar juist daarom ook fascinerend boek. Een Trollope zou het in een paar maanden afscheiden. Maar dat vind ik juist een van de charmes van de literatuur, de veelvormigheid ervan, geen enkel goed boek lijkt op een ander goed boek, zelfs niet in de totstandkoming. Het is onderdeel van de kunstvorm, het zwoegen of juist niet zwoegen.’
Vind jij jezelf een zwoeger?
‘Voorheen wel, inmiddels niet meer. Tegenwoordig geniet ik tijdens het schrijven van het schrijven. Ik zie nu op tegen het publiceren, niks aan, vind ik dat. Terwijl ik er vroeger, bijvoorbeeld tijdens het werken aan Bonita Avenue, naar uit zat te kijken. Leek me leuk. Als er kinderen op straat speelden, hing ik uit het raam: ‘Kop houwen, ik zit de Nobelprijs te winnen!’’
Hahaha, heb je dat echt gedaan?
‘Nee, grapje. Maar de geldingsdrang ben ik geheel en al kwijt. Zal wel de leeftijd zijn.’
Maar heb je die verbetenheid niet nodig?
‘Ik hoop het niet. Misschien heb ik een saai lor geschreven, weten wij veel. Maar ik hou meer van literatuur dan vroeger. Nog meer. Het lezen van de voorgangers levert me voldoende brandstof op. Willem Frederik Hermans schreef om anderen het schrijven onmogelijk te maken. Ik zie de literatuur als een grote, verbluffende klont, die moet blijven groeien. Als er alleen WFH’s bestonden, Onno, en verder niks, dan stapte ik eruit.’
Wat mij betreft een teleurstellend vervolg op Otmars Zonen. De vertelwijze waar ik zo’n fan van was in het eerste deel vind ik hier net wat minder goed uitgewerkt: de veel grotere sprongen in de tijd zorgen voor wat weinig uitleg over bepaalde karakterontwikkelingen (hoe is Ludwig opeens zo zelfverzekerd als tassendrager?) en ook de wisseling van perspectief en verleden tijd voelen gekunstelder. Maar vooral het plot maakt rare sprongen: er wordt gewisseld naar mijns inziens oninteressante personages (Tosca? Ulrike?? Dat hele stuk in Amerika?) en dingen worden te ver doorgevoerd, waardoor je als lezer je enthousiasme en interesse voor de drie hoofdpersonages en het einde echt verliest. Met als kers op de taart een compleet crazy raamvertelling waaruit blijkt dat het verhaal waar je al 1000 pagina’s in zit allemaal niet ‘echt’ is en er bovendien enorm veel spoilers worden gedaan waarmee wat mij betreft de kracht van het originele verhaal totaal onderuit gehaald wordt.
Fantastisch. Nóg beter dan Otmars Zonen. Er staat geen woord te veel in en de plottwist is echt van een andere planeet. Duizelingwekkend en vervreemdend.
Je merkt aan alles dat deze roman gewoon ijzersterk in elkaar zit. Het draait zich gaandeweg helemaal vast - op een weergaloze manier en dus niet negatief - en weet zich er dan met een meesterlijke truc uit te draaien, wat de lezer verbijsterd achterlaat. Elk personage wordt tot in de finesse uitgewerkt en daarmee komen ze echt tot leven. Het laatste deel brengt de lezer even in grote verwarring maar brengt een laag die de roman nóg beter maakt, tot mijn verbazing.
Buwalda is als een bokser die de kampioenswedstrijd wint. Hij heeft oneindig getraind, kent de sterke en zwakke punten van zijn tegenstander, weet wat welke stoot precies teweegbrengt en wanneer hij ze in moet zetten. Hij slaat ons uit het lood en laat ons verbluft achter, gedwongen toe te geven dat hij dit vak tot in de puntjes beheerst.
Aan het einde overheerst toch de teleurstelling. Otmars zonen was zo heerlijk spectaculair en groots, dat het aan het begin van De jaknikker lastig was om erin te komen. Na honderd bladzijden lukte dat, en alles was goed. Het constante in-het-hoofd-zitten irriteerde enigszins, en het leek wel of ieder personage als Buwalda denkt, maar soit. Echter, de wending tegen het einde van het boek (of moet ik zeggen: van het boek in het boek in het boek?) maakte het lezen nodeloos ingewikkeld. Het slot ervoer ik daardoor niet echt als slot, opgelucht sloeg ik de roman dicht. Zonde.
Wat een boek, Junge! Door de bijzondere stijl van Buwalda sjees je door het verhaal heen. Totdat datzelfde verhaal zichzelf na tweederde boek helemaal kantelt, draait en dubbelvouwt. Met die wisseling had ik dan weer wat moeite. Beter dan Otmars Zonen, net wat minder dan Bonita Avenue.
"Het naïeve lezen werd vervangen door iets anders, door een aanzwellend onbehagen, een krakend, woekerend besef. Iets zaaide zich uit, een vermoeden, een zekerheid. Voor mij was de tijd in haar manuscript geen as, maar iets anders, een kraai die meehupte met mijn traag afstervende vertrouwen in haar intenties, alsof mijn levensmoed en zelfs die van het boek, hoofdstuk na hoofdstuk afnemen."
Peter Buwalda is wat mij betreft een van de meest fascinerende figuren uit de hedendaagse literatuur. Dat heeft er ook mee te maken dat Bonita Avenue een van de eerste romans was die mij helemaal omver blies, maar ook met hoe hij zich positioneert ten opzichte van de rest van de Nederlandse schrijvers. Hij is haast de enige die zichzelf nog jarenlang opsluit om een boek te schrijven en ik ken niemand die literatuur zo serieus neemt als hij.
De verwachtingen waren dan ook hooggespannen, zeker nadat elk nieuwjaar De Volkskrant polshoogte kwam nemen bij Buwalda en elk jaar afgescheept werd met weer een nieuwe verschijningsdatum. Ik had meer zin in de Jaknikker als losstaand boek dan als het vervolg op Otmars Zonen, want daar stond me zes jaar na dato eigenlijk vrij weinig meer van bij. Maar goed dat De Bezige Bij er een inlegvel met samenvatting bij heeft gedaan, zodat ik niet eerst weer aan Otmars Zonen hoefde te beginnen.
Dan het boek zelf, de cliffhanger waar Otmars Zonen mee eindigt krijgt direct vervolg en het viel me op dat het me geen enkele moeite kostte om zo weer in het verhaal te komen, alsof ik de personages toch een stuk beter kende dan ik dacht. Alle opgezette verhaallijntjes gaan achteloos door waar ze gebleven waren en Buwalda heeft duidelijk veel lol in het schrijven ervan. De kou van Sakhalin, Ludwig die handig tussen iedereen in manoeuvreert, Dolf en Ulrike die kibbelend de wereld overtrekken, ik genoot er allemaal van.
Ook in dit boek laat Buwalda wat mij betreft weer zien een van de beste stilisten van Nederland te zijn. Hij schrijft met een zekere sjeu, alsof het allemaal totaal geen moeite kost, er zit veel vaart in het boek en ik heb vaak gelachen om de taalvondsten van de schrijver. Als Ludwig Smit daadwerkelijk tassendrager van Johan Tromp wordt kan het verhaal dan écht op gang komen. Dat verhaal dendert door: Johan wil Isabelle dwarsbomen, Ludwig wordt daarvoor ingezet, Isabelle wil Johan onderuit halen en Dolf volgen voor een docu, waar ze Ludwig weer voor nodig heeft.
Alles grijpt in elkaar, met het risico dat het allemaal wat te bedacht overkomt. Het boek leest bij vlagen als een goede spionageroman, wat prima is, maar waar niet direct mijn voorkeur ligt. Op gegeven moment schreef ik in mijn notities "ik snap alles en dat is niet per se positief". Buwalda lijkt zo bezig met zijn opgeklopte, grootse verhaal dat hij bij tijd en wijlen vergeet er meer diepte in te brengen. De trein dendert door, tegelijkertijd lijkt het verhaal niet ergens op af te stevenen.
En dan komt die diepere laag er toch, het gevolg van een 'epifane aanval' die Buwalda kreeg tijdens het schrijfproces. Het hele boek wordt op zijn kop gezet en er worden een paar meta-lagen aangeboord. Ik houd van verhalen met een onconventionele vertelstructuur en toen ik eenmaal doorhad wat er hier aan de hand was, was ik opgetogen. Het leek net de oppepper die het verhaal inmiddels wel kon gebruiken.
Omdat Buwalda zijn hele verhaal op losse schroeven zet word je zelfs als lezer ook weer even aan het werk gezet om erachter te komen hoe het nou precies zit, alsof die verzameling aan personages zonder meta-laag niet al genoeg was om bij te houden. Maar als je eindelijk doorhebt hoe de vork in de steel zit, blijft de schrijver zelf maar heen en weer schakelen tussen de twee verhalen in het boek. Voor mij werkte het aanbrengen van de dubbele laag wel, maar niet hoe die vervolgens werd ingezet. Het kwam over als een truc die Buwalda inzette om steeds maar te laten zien hoe hij de werkelijkheid in het boek had verdraaid, hoe het echt zat. Terwijl hij wat mij betreft helemaal had mogen overschakelen op Hein, Clock en Anna-Luna en alle personages uit Otmars Zonen had mogen laten voor wat ze zijn.
In die tweede verhaallijn viel me ook pas echt op wat voor verdorven wereld eigenlijk wordt neergezet in de Jaknikker. Als je erop gaat letten heeft niemand het beste met de ander voor, wordt er gelogen, bedrogen, machtsspelletjes gespeeld. De neerslachtigheid vliegt om de oren in stukken als: "niets verandert hier wezenlijk, zeker de Bijenkorf met z'n groene gevel niet, alleen het in en uit zoemend volk sterft af en vervangt zichzelf" of "als die God van ze bestaat, dan is het de duivel. Al die nare spelletjes voortdurend." Er is sprake van inteelt en het mogelijk van het balkon afgooien van baby's, allemaal wel erg extreem.
Buwalda vliegt uit de bocht, maar ik denk dat hij dat heel bewust doet. Het boek lijkt tegen het einde meer op een pastiche dan op het conventionele verhaal waar je dacht dat het op zou uitdraaien. Het ene verhaal in het boek is nóg extremer gemaakt dan het andere. Daar reflecteert hij al schrijvende ook weer op, maar ergens voelt het ook als een uitweg. Waarom niet meer ingaan op de binnenwereld van wat zijn getroebleerde hoofdpersonen allemaal voelen? Zoals Tromp: "leeg vanbinnen, ze hebben hem, net als zijn huis, uitgeruimd, leeggemaakt. Hij is een holle man."
"Levens zijn slecht geplotte romans" wordt op een gegeven moment geopperd. Buwalda heeft twee verhalen expres slecht geplot, maar waarom? Als experiment, stijloefening, het genoegen van het in de fik zetten van je eigen verhaal? De bedoeling ervan ontging me eigenlijk een beetje.
Dit boek werkte voor mij niet in alle facetten, maar veel zal voor mij ook afhangen van deel drie. Hierover heeft de schrijver zelf gezegd dat de eerste twee delen samen "een planeet vormen, waar deel drie als een maan omheen kan cirkelen." Laat die maan dan maar snel komen, want uitstekend leesbaar en interessant gaat dat hoe dan ook wel worden.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Wat kan die man schrijven! Wie? Nou die schrijver. Er zijn meerdere schrijvers. Ingewikkeld? Zeker, 100%. Geweldig? Zeker, 100%. Technisch hoogstandje? Zeker, 100%! Waarom dan geen 5 sterren? Het droste effect ging mij iets te diep. Een laag minder en de jaknikker was voor mij het perfecte boek geweest. Als je otmars zonen nog niet gelezen hebt dat zou ik dat eerst doen. En dat is geen straf. Of er een derde deel komt? Geen idee hoe dan.
Komt 'ie er of komt 'ie er niet, deel drie? Buwalda is er niet helemaal eenduidig over. In de eerste interviews na het verschijnen van De Jaknikker leek het van niet, maar later weer wel. Ik ben benieuwd!
De recensent in De Groene stelde de vraag of Buwalda zichzelf van kant maakt in dit boek. "Zet hij zichzelf neer als een met uitsterven bedreigde walvis, een wankelende titaan? Hij heeft een puzzel gelegd die hem jaren aan obsessief schrijfwerk heeft gekost, maar die uiteindelijk zelfs de meest toegewijde fan van hem zal vervreemden – als hij er zelf al niet in gelooft, waarom moeten wij er dan in geloven, als het ons al lukt om het volledig te begrijpen?"
Ik denk dat ik wel zo'n toegewijde fan ben. En ja, ik was behoorlijk van de kaart bij de twist op p. 456. Zelfs al was die mij al aangekondigd door Buwalda zelf in Nieuwsweekend radio, bij VPRO-boeken en ook in de genoemde recensie in De Groene. Maar zoals Buwalda zelf ook al zei: wat is een boek nou, als je het vooral van het plot moet hebben?
De pijn van de twist deed me wel denken aan het einde van De Toverberg. Daar laat Thomas Mann zijn hoofdpersonage Hans Castorp, nadat je als lezer meer dan 1000 pagina's geïnvesteerd hebt in je meeleven met hem, in anderhalve pagina het slagveld van de Eerste Wereldoorlog inwandelen en voorgoed verdwijnen. Verschrikkelijk. (Overigens: voor de Thomas Mann-liefhebber zit er nog een leuke verwijzing naar dat andere meesterwerk van Mann in dit boek van Buwalda.) Maar ik kwam er weer bovenop. En ik ben nog zeker niet van Buwalda vervreemd.
Ik hoop op deel drie. Of elke ander volgende roman van deze bij uitstek lekker schrijvende schrijver.
Bijzondere leeservaring. Peter: goed gedaan, Junge. Of wat vind ik nu er echt van? Weet je, ik wacht wel weer op 't volgende deel, en geef dan pas sterren.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Buwalda, wat mij betreft zeer zeker wel één van de beste hedendaagse schrijvers. Hij zet zijn trucjes uit Otmars Zonen voort in dit duizelingwekkende vervolg, en het was weer fantastisch. Wat ik knap vond, was dat je als lezer eens echt aan het werk werd gezet op zo’n 2/3 van het boek. Ik heb - denk ik - niet eerder een boek gelezen waarin dat (op zo’n manier) gebeurt. Wel wat mitsen en maren vanaf dat punt, vandaar 4 sterren, maar De Jaknikker was over het geheel genomen weer een hele ervaring. Anders dan sommigen zie ik absoluut (veel) ruimte voor deel 3, dus ik kan alvast niet wachten…
Buwalda weet zich na 1000 pagina’s geen raad meer en laat het plot middels een opmerkelijke stijlkeus doodbloeden. Of toch niet en komt er nog een derde boek? Voor mij hoeft het niet meer zo en kijk ik terug op een spectaculair eerste boek en een halfbakken tweede boek.
Peter Buwalda is mijn favoriete Nederlandse schrijver.
Net als tijdens Otmars zonen heb ik weer van iedere bladzijde genoten. Buwalda laat me gniffelen, lachen, overpeinzen. De veelbesproken plottwist was voor mij niet eens nodig geweest voor de 5 sterren, maar maakt het boek wel specialer.
Eindelijk uitgelezen. Wat een verhaal weer van Peter Buwalda. Enerzijds heb ik genoten van de verhaallijn over de Russische oliewereld, die heel ver van me afstaat, anderzijds vond ik de plottwist richting het einde niet goed werken. Daardoor was het laatste deel best doorzetten, vond ik.
Plotsklaps kreeg ik de vraag om mee te schrijven aan het scenario voor de prachtige Klara-podcast Pompidou. Zenuwachtig jaknikkend stemde ik toe deze oranje baksteen welgeteld één week overal mee naartoe te sleuren... De onzekere momenten stapelden zich op! Niet alleen bleek dit een vervolg te zijn op een ander boek, maar ook de verhaallijnen, personages en vertelstructuren liepen de spuigaten uit. Paniek alom! Het hek was letterlijk van de dam.
Sinds gisteren is Pompidou de wijde wereld ingestuurd. De zon schijnt terug, vogels fluiten weer, en ik kijk met plezier terug op deze leeservaring. Het boek staat op zichzelf! Ook al is het geen overbodige luxe het eerste deel vooraf te lezen.
eerste deel was goed zoals ik van Buwalda gewend ben, tweede deel vond ik minder en gezocht. Bepaalde afwegingen qua karakter ontwikkeling en lijn waren niet zo sterk als in Otmars zonen en Bonita Avenue.
Geweldige (ruime) eerste helft. Alle personages uit Otmars zonen krijgen zoveel meer diepgang en het leest als een trein. Dan slaat Ludwig Barbara's boek open en wordt het heel ingenieus, maar ook wel erg ingewikkeld. Dat haalt het tempo eruit en zit je op gegeven moment wel naar het einde te hunkeren. Een einde dat niet écht bevredigend is - toch een beetje jammer na 2x 600+ (mooi geschreven) pagina's.
Wat een bevalling was dit boek… de eerste helft verslond ik. Toen werd t saai. Toen kwam de ontknoping en toen moest ik nog eenderde zwoegen door een droste effect boek in een boek in een boek. Dramatisch.
Maar toch 3,5 ster, drie wordt t dan. Blij dat ik t uitheb. Ondanks de stereotypes die erin voorkomen ook wel weer knap uitgedacht allemaal door Buwalda. Dit vraagt niet echt om een vervolg, vond t redelijk af maar ik geloof dat er nog een boek komt?!
Heerlijk masculien boek. Eindeloos geëtter over ditjes en datjes en over een incestueus kind natuurlijk. Heb vaak hardop moeten lachen. Die Buwalda is geestig. Zin in deel 3.
Het begin is boeiend en goed geschreven. Later wordt het meer van hetzelfde, waarna een boek in het boek het er niet beter op maakt. Te ver doorgevoerd, jammer.
Deze puzzel had ik niet helemaal aan zien komen geloof ik. Wel weer verslonden, net als zijn andere 2 boeken.
3.5 ⭐️
Charlotte Remarque in De Groene Amsterdammer:
"Hij heeft een puzzel gelegd die hem jaren aan obsessief schrijfwerk heeft gekost, maar die uiteindelijk zelfs de meest toegewijde fan van hem zal vervreemden – als hij er zelf al niet in gelooft, waarom moeten wij er dan in geloven, als het ons al lukt om het volledig te begrijpen?"
Wat is die Buwalda toch een fenomenale schrijver! Hoe doet hij dat toch? Ik ken geen andere schrijver die zo meeslepend kan vertellen. Zelfs Ian McEwan, een van Buwalda's helden, niet. Iedere pagina zit vol met emoties, gebeurtenissen, sardonisch commentaar, ongeëvenaarde metaforen. Het verhaal heeft een Dickensiaanse plot, waarin mensen zich aldoor verder in de nesten weten te werken, maar heeft ook - in tegenstelling tot de vele karikaturen bij Dickens - personages van vlees en bloed.
Aanpoten Het was een tijd geleden dat ik 'Otmars zonen' las, de voorganger van 'De Jaknikker'. En dat was ook best een ingewikkeld verhaal. Hoe zat het ook weer? Ik was even bang dat ik het vervolg misschien niet goed zou kunnen oppakken, maar gelukkig bevat 'De Jaknikker' een samenvatting van het vorige boek en een lijst met belangrijke personages. Maar het blijft aanpoten om de personages allemaal goed in beeld te houden. Geeft niet, er gebeurt genoeg om die inspanning met plezier te leveren.
Ottolenghi En dan die humor! Ik pak gewoon even een willekeurige pagina: "Je hangt natuurlijk als een soort god boven je verhaal", antwoordde ik. "Leuk gezegd", honoreerde ze het cliché, "maar nee, god bestaat niet, en zeker niet in mijn roman." "Hoe hang je er dan boven, vroeg ik, als Ottolenghi?" Bam, uit het niets! En hier word je aan de lopende band op getrakteerd. Vooral, zoals hier, in de beeldspraken. Nog een voorbeeld: een man met 'een neus als het handvat van een strijkbout'. En deze: 'haar fluwelen blouse spande als cadeaupapier om haar borsten'. Er is ook een mooie beschrijving van pizzeria La Piccola in Leiden. Die pizzeria bestaat echt (La Piccola Italia), ik ben er in het verleden meermalen geweest. Dit zegt Buwalda over het interieur: 'Ooit, toen er nog legionairs en centurions in zijn zaak kwamen, moet het een hippe bedoening zijn geweest, de bosjes mandflessen aan het plafond, half gepleisterde bakstenen muren.' Die mandflessen en die muren, dat kan iedereen opschrijven, maar die legionairs en centurions erbij verzinnen, en dan zo terloops, niet van dat 'kijk-mij-eens', dat kan alleen een echte meester.
Even schrikken Het is wel even schrikken als het verhaal plotseling een heel andere wending neemt, maar daarna gaat er gewoon weer een hele schep bovenop, en gaan alle verhaallijnen op geniale wijze door elkaar lopen. Het open einde past goed bij het verhaal en dat is dan weer helemaal niet Dickensiaans. Het doet mij vooral snakken naar nog zo'n boek, zeg maar deel drie van de ooit beloofde trilogie, die er helaas niet komt. Of toch wel? In het interview op deze site laat Buwalda dat nogal in het midden. Als hij ons maar niet weer zes jaar laat wachten op de volgende roman ...
De Jaknikker gaat verder waar Otmars Zonen eindigt. Het is meteen duidelijk dat de twee delen eigenlijk 1 roman vormen. En dus is de Jaknikker meteen ook goed op de manier waarop zijn voorganger dat ook is: snel, spannend, een echte pageturner. Bij vlagen voelt het lezen aan als het kijken van een serie als Succession of House of Cards. Gevoelsmatig nadert het verhaal zijn ontknoping maar gezien de hoeveelheid bladzijdes die je dan nog te gaan hebt kan dat eigenlijk niet. En dan haalt Buwalda een literaire truc uit die wat weg heeft van de wereld van Sofie (al zijn er vast bekendere voorbeelden uit de literatuur). Waar het boek normaal een spiegel naar een ander leven is draait hij de spiegel een kwartslag en laat het in een andere spiegel kijken naar zichzelf (een soort Droste-effect). Een gewaagde zet!
Het is veel gevraagd van je lezers om na 800 bladzijdes alles wat ze zijn gaan vinden van de karakters op losse schroeven te zetten en te verwachten dat ze weer even betrokken raken bij hun alters. Het verhaal blijft weliswaar overeind, maar alle extra draden in het toch al complexe veld aan relaties maken van het verder lezen een geheugenoefening waardoor de vaart er uit gaat. Helaas leidt het ook niet tot een boeiender einde dan het zonder deze literaire truc had gehad. Het einde is zelfs teleurstellend te noemen.
Toch 5 sterren. Want als je voor de hoogste moeilijkheidsgraad gaat, kan een niet-perfecte uitvoering, toch nog leiden tot de hoogste score.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Net op tijd uitgelezen voor het gesprek dat ik met Buwalda heb op dinsdag 6 januari. Maar… dat gesprek gaat wegens weersomstandigheden niet door en is verplaatst naar 19 februari. In combinatie met ‘Otmars zonen’, dat ik voorafgaand aan de lectuur van ‘De jaknikker’ las, zijn deze eerste twee delen van de trilogie van Buwalda een enerverende leeservaring. Welke schrijver is in staat haast midden in een zin het perspectief van de vertelling geloofwaardig te wijzigen? Ook zijn er weinigen die zoveel grote en kleinere plotlijnen geloofwaardig bij elkaar weten te houden. Er zijn er die beweren dat het wel een beetje minder kan met die lijnen, maar voor mij vormden ze geen enkel bezwaar - integendeel. Wie is eigenlijk wie? Wie heet eigenlijk hoe? Wat is waar? Waar gaat het verhaal eigenlijk over? Al met al deed de leeservaring me denken aan die ik had met ‘De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. Een heel ander boek, een heel ander verhaal, maar ook in die roman gaat het voor een deel om de vraag wie doet wat en wat is waarheid? Een andere associatie die ik had is die met het schilderij (en de mythe) ‘De val van Icarus’ van Brueghel. Het lijkt er veel personages om te doen te zijn anderen ten val te brengen, anderen die eerst heel hoog hebben weten te stijgen. Zou er nog een derde deel komen? En waar moet het verhaal in dat deel dan in vredesnaam heen?
Wat houd ik van Peter Buwalda’s stijl, jaloersmakend in de categorie creatief met taal. En wat een klus is deze opvolger van Otmars zonen geweest. Daarom niet makkelijk om ‘maar’ drie sterren als beoordeling te geven. Liever gaf ik er vijf, waar ik natuurlijk op hoopte. Ik zat er meteen goed in, verslond de pagina’s als Croky chips paprika. Maar ergens halverwege raakte ik wat los van het verhaal. De onsympathieke karakters (op zich ook heel vermakelijke types) wilde ik achter het behang plakken of door elkaar schudden. En het duurde lang voordat er wat meer schot in de ontwikkeling kwam en op het einde viel dat juist weer stil door het Droste-effect en de enigszins onwaarschijnlijke ontknoping. Maar ben uiteindelijk wel lekker getrakteerd op zo’n 600 bladzijdes ongeëvenaarde Buwalda. Ben nog steeds fan. Maar hopelijk is het nu wel klaar met die Shell-horken en gestoorde high-brow narcisten.
Net als Tommy Wieringa en AFTh is Buwalda goed in metaforen. Hij roept hele werelden op met zijn beelden. Ik las dit boek uit in twee weken. Het leest dan ook als een trein. Toch geef ik het maar drie sterren, het boek is namelijk een beetje te veel plastic, te gekunsteld. Dat zit m in de taal, de personages, de gebeurtenissen, maar dit keer zeker ook in de constructie. De schrijver gekozen voor een bepaalde constructie. Het boek blijkt een manuscript te zijn dat de Ludwig uit de echte wereld leest. In de laatste pagina's krijg je steeds manuscript en reflectie daarop. Nou schrik ik niet van complexe constructies in de literatuur, ik houd van Multatuli. Maar in dit geval was het te veel, te geforceerd. Het boek las als popmuziek. Smeuig, goed geschreven, maar erg bedacht.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Ook mijn derde Buwalda krijgt weer de volle 5 sterren. Ademloos doorgelezen. Wat een rijkdom, wat een associatieve, springerige schrijfstijl, ik kan daar geen genoeg van krijgen. En wat een bizarre Escher-achtige wending in die laatste 200 pagina's, heel knap. Gewoonweg weer fantastisch leesplezier.
Alle kritiek op dit boek ten spijt, heb ik hiervan genoten. Misschien heeft Buwalda zijn boog overspannen, misschien is het droste-effect te veel van het goede, maar ik tel af tot deel drie (die misschien niet komt (maar ik denk van wel (want dat zou wat mij betreft goed passen binnen de rode draad (if you know, you know)))).
Fan van Buwalda! Geweldig geschreven, ik was weer helemaal gegrepen, een boek om doorheen te vliegen (wel eerst Otmars Zonen lezen!). Ik kan er niet veel over schrijven zonder spoilers, maar ik raad het zeker aan (als je Bonita Avenue goed vond). Ik weet nog niet goed wat ik van de plottwist vind, in eerste instantie was ik wat geïrriteerd, later vooral in verwarring. Ik kijk uit naar het laatste deel! Geweldige leeservaring.