Voor het eerst in een kwarteeuw is Rasit Elibol voor een paar dagen terug in Wormer, het dorp waar hij de eerste zestien jaar van zijn leven woonde, en waar hij zich altijd een buitenstaander heeft gevoeld. Hij is daar om een reportage te schrijven namens het intellectuele weekblad waarvoor hij werkt en probeert te achterhalen waarom hij na al die jaren nog steeds zo'n weerstand voelt tegen deze plek.
Elibol groeide er in armoede op als een van de weinige migrantenkinderen, worstelend met verslaving en geweld. Nu hij is opgeklommen op de sociale ladder en een geslaagde carrière heeft als schrijver en journalist voelt hij zich opnieuw de buitenstaander. Vanuit dat perspectief reflecteert Elibol op kraakheldere en prangende wijze op het Nederland van nu.
dit boek stoorde me op dezelfde manier als het werk van édouard louis dat doet. het is aan de ene kant een soort aanklacht tegen de meritocratiegedachte, maar tegelijk een opschepverhaal over hoe het elibol wél is 'gelukt om op te klimmen'. er wordt een duidelijke grens gesteld tussen zijn oude en nieuwe leven: eerst is hij een 'probleemjongere' met een drugsverslaving (die als scholier overigens héél veel seks heeft met meisjes die hij kent, dat moeten we wel weten), dan opeens is hij redacteur bij de groene en kan hij het succes niet op, slaat zelfs werkopdrachten af omdat hij zo gewild is (zoals stadsdichter: 'ik ben heel erg veel, maar geen dichter' - wat bescheiden toch).
maar wanneer elibol teruggaat naar de flats in wormer waar hij vandaan komt kijkt hij neer op de mensen die hij tegenkomt, stelt zich voor wat een ellende het was als hij daar was blijven hangen, gelukkig is hij beter af dan de arme sloebers daar, híj wel. mijn leven is heel anders dan dat van elibol dus misschien begrijp ik het gewoon niet. maar met die valse bescheidenheid over zijn levensverhaal houdt hij de opklimmythe waar hij korte metten mee wil maken juist in stand, en dat hij dat niet door lijkt te (willen) hebben stond me tijdens het lezen enorm tegen.
het boek gaat veel over zijn vader met wie hij een complexe band heeft en zijn grootvader die nog moeilijker is, maar uiteindelijk is het zijn moeder, zo laat elibol doorschemeren, die keihard heeft gewerkt, een diploma heeft gehaald, waardoor haar zoon via haar connecties bij de vakbond kon werken en vandaar verder kon opklimmen. als dit moet gaan over elibols 'veranderen: methode', waarom dan zo'n kleine bijrol voor zijn moeder - en daarnaast alle andere vrouwen in zijn leven?
tegen het einde wordt het boek beter. de hoofdstukken over gameificatie, vechtsport en de afsluitende brief aan zijn vader zijn mooi
Rasit Elibol (zoon van Turkse migranten en journalist bij De groene Amsterdammer) vertelt in dit boek over zijn jeugd (rauw), zijn klim naar een baan in de journalistiek (nemen ze me aan omdat ik een Turk ben of ik omdat ik goed ben?), de herkomst van zijn woedeaanvallen (zijn opa had ze ook en botvierde die op zijn vader).
Ik heb genoten van dit rauwe verslag dat zo nu en dan mijn traanbuizen activeerde.
Indrukwekkend (en) direct, zo lezen deze bespiegelingen. Soms duiken er ineens toch meer gecureerde zinnen op, die goed gevonden zijn. Over vechten voor geld en blijven worstelen, biivoorbeeld. De twee brieven aan vaders zijn raak, erg raak. Ik voelde me tijdens het lezen bij vlagen verslagen en machteloos - een knap werk.
Je kunt lang (na)praten over dit boek. Dat gebeurde dan ook in onze 'boekenleesclub' (9 personen). Vijf leden waren gematigd positief, vier, waaronder ik, ronduit negatief. Eenieder had zijn eigen voor- en afkeur, met redenen omkleed. Dergelijke uiteenlopende meningen vormen in zo'n leesclub een waardevolle bijdrage aan eigen indrukken, vind ik. Eerlijk gezegd viel ik al lezend van de ene verbazing in de andere, met nadruk in het licht van de 'verantwoording' op pagina 190. De auteur, zelf redacteur bij de Groene, bedankt redacteur van de Bezige Bij Katrijn (hoofdredacteur Van Hauwermeiren?) en alle andere personen die meelazen tijdens de totstandkoming van de tekst. Ik denk dan: hebben die mensen zitten slapen? Nog afgezien van de warrige inhoud valt er op de tekst heel wat aan te merken. Het meest storend aan een boek als dit, in mijn ogen: Het armoedige Nederlands. In memoires mag het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord 'ik' niet verrassend zijn, maar de overdaad in deze pagina's bereikt de grens van het bespottelijke. Dit fenomeen gekoppeld aan de talloze vulwoordjes zoals 'echt', 'gewoon', 'ook', dat laatste soms twee keer in één zin, maakt lezing tot een uiterst moeizame opgave. "Maar ik zie inmiddels ook dat een andere blik [...] ook echt iets toevoegt... (147). Taalbeheersing. Hoe kun je al die enormiteiten laten staan, als schrijver én als meelezer? "Definitief de knoop doorhakken" (148, net zo suf als 'de laatste puntjes op de i'), "vol gezichten die niet op de jouwe lijken" (99, gezicht is onzijdig, dus moet 'het jouwe' zijn), "een vrouw die vriendelijker is dan ik had gevreesd" (114, auteur bedoelt waarschijnlijk 'dan ik had verwacht' of zoiets), "En natuurlijk is het niet alleen een kutland, al wil ik ook daar met ook weer een aanzienlijk deel van de bevolking niet geassocieerd worden." (121, ik weet niet eens wat hier de bedoeling is). Zo gaat het maar door. In de veelgeroemde Brief aan Vader, het slothoofdstuk: "Nooit dit gesprek aangegaan, maar pas nu je het niet meer aan kunt gaan..." (187, vreselijk Nederlands) Logica. "Ik had het bewijs bij me dat ik iemand was die kon vechten in de vorm van een beker..." (169, hij kon vechten in de vorm van een beker?). "Waar ik vroeger direct naar mijn vuisten greep als iemand me uitdaagde..." (172, iemand grijpt naar zijn vuisten?). "Twintig kilo aangekomen in anderhalf jaar, de mensen die mij kennen weten dat dat vaker gebeurt..." (151, ik neem aan: ná periodes van gewichtsverlies). "...dat ik dagenlang met ribkneuzingen rondliep" (173, een gekneusde rib is niet na een paar dagen voorbij, herstel duurt weken). Enzovoort. Het is zo slordig geschreven, je wordt er moedeloos van. (Zoals een leesclublid samenvatte: op elke pagina staat wel een zin die pijn doet aan je ogen.) Vorm. Het oorspronkelijk 'essay' voor de Groene - een weerslag in hoofdstuk 7, Imposter - heeft de auteur voor dit boek aangevuld met losse herinneringen en anekdotes, die met uitentreuren herhaalde stoplappen als "ik moet ineens denken" en "ik kan me herinneren dat" aan elkaar zijn geplakt. Vandaar wellicht het hoge hapsnap-gehalte en hier en daar een verdwaalde zin, zoals "Hoe oud was ik, toen mijn zus huilend thuiskwam?" (107), die op dat punt in het verhaal kant noch wal raakt. Betoog. Wat wil deze schrijver met z'n 'dubbele handicap' (social climber, migrantenachtergrond) nu feitelijk zeggen? Hij roept vele vragen op, er komen bitter weinig antwoorden uit. Hij snapt het zelf ook niet, ondanks de vele quotes uit het werk van internationale schrijvers en denkers. De auteur lijkt zich het hele boek door te verbazen over het feit dat je je vormingsjaren (je jeugd, vroege opvoeding, je ouders enz.) een leven lang mee blijft dragen, of je wilt of niet. Orson Welles, die hij dan weer níet citeert, snapte dit uitstekend. Zie 'Rosebud' in Citizen Kane. En velen met Welles. Veel personen die in het boek voorkomen zijn geanonimiseerd ("een vriend", "een collega"), maar in één passage vliegt Elibol uit de bocht: hij refereert aan een 'witte' columnist die over 'zijn' onderwerp, namelijk de dubbele handicap, had geschreven, en die hij vervolgens afserveert met een kreet als "bemoei je met je eigen zaken, kale!" Vooral dat laatste steekt mij enorm: de stijging op de sociale ladder ten spijt komt daar ineens het straatschoffie uit Wormer naar boven. Het is niet eens leuk of spitsvondig. Elibol zou het boekje van Tommy Wieringa (want op hem zal hij toch wel doelen?) 'Optimisme zonder hoop' eens moeten doornemen: een glashelder betoog over klimaatverandering, óók doorspekt met persoonlijke bespiegelingen, inclusief een uit de hand gelopen verkeersruzie, in vlekkeloos en weergaloos Nederlands. Dát is schrijven.
Dit memoir heeft mij, opnieuw, geconfronteerd met het geluk dat ik heb gehad met de plek en de omstandigheden waarin ik geboren ben. Niet alle hoofdstukken zijn even sterk, maar mij gaat het meer om het inzicht.
Een indrukwekkend en eerlijk boek over opgroeien in armoede, over de zoektocht van de schrijver naar identiteit en erkenning. Over zichzelf continu moeten bewijzen ‘een Nederlander’ te zijn.
Het voelt gek om boeken zoals dit, memoires en bespiegelingen een rating te geven. Wie ben ik om vanaf mijn schermpje iets te vinden over het leven van iemand die twee keer zo oud als ik ben? Dit soort verhalen zijn belangrijk om te lezen, literair-esthetische bezwaren zijn niet altijd van belang.
Het moet therapeutisch zijn geweest dit ego-document te schrijven. Toch mist de schrijver nog de opmerkzaamheid die zijn tekst in plaats van goed speciaal maakt. Ergens aan het eind zegt hij geen prater te zijn, dit nooit te hebben geleerd ook, thuis. Dat zal zeker zo zijn gezien zijn levensverhaal. Maar helaas zijn slechte praters meestal ook wat oppervlakkige schrijvers. (Zo ook Hisham Mathar in zijn 'My friends', dat ik eerder dit jaar las, ook een verhaal van een migrant, een banneling in dit geval, die thuis nooit had geleerd te praten.) De gedachten die aan het papier zijn toevertrouwd zijn 'ongetraind', 'ongetest' en daarmee wat onbeholpen, zonder de diepgang die je gezien het pathos wel vermoedt. Het hoofdstuk over het imposter-syndroom bijvoorbeeld gaf me niet echt een origineel inzicht in het fenomeen, en ook de brief aan zijn vader aan het eind van het boek ontroerde me niet, terwijl het gebaar zeker ontroerend is.
Ach, ook Elibol zal in zijn volgende boeken vast aan kracht winnen, want hij zal waarschijnlijk beter leren praten en denken nadat hij dit boek geschreven heeft. Zo was wat mij betreft het hoofdstuk over vechten wel interessant: het bevatte eerlijke en goed verwoorde introspecties over het leren omgaan met de woede die hij innerlijk opgekropt heeft en waarmee hij door te vechtsporten heeft leren omgaan. Dit is zijn eerste boek, zijn volgende worden ongetwijfeld beter.
Mooi, ontroerend boek van Raşit Elibol over zijn leven in en tussen verschillende werelden, arm en rijker, migrant en niet-migrant, over zijn verhouding met zijn ouders en diens ouders, over overleven en opklimmen. Voor iedereen een aanrader, en zeker voor iedereen in de Zaanstreek waar de auteur opgroeide.
Mooi geschreven, eerlijk boek. Van mij had het alleen wat gestructureerder gemogen. Veel delen zijn interessant, maar vervolgens kan ik ze niet goed in het bredere geheel plaatsen. Ik weet niet wat het gedeelte over zelfmeting toevoegt aan het bredere verhaal, bijvoorbeeld.
Mooi boek over resit die terugkomt in zijn geboorteplaats en herleeft en reflecteert over opgroeien als allochtoon in Nederland. De brief van zijn vader was een hoogtepunt, mij heeft niet helemaal gevangen.
Indringend, eerlijk en ontroerend boek over hoe je als jongen van Turkse ouders opgroeit en je nog steeds voortdurend moet bewijzen hoe 'Nederlands' je wel niet bent.
Voor iedereen die echt wil weten hoe het voelt om een migrant te zijn. Of beter een migratie achterstand te hebben. Want altijd 0-1. Fantastisch geschreven.