Voor het eerst in een kwarteeuw is Rasit Elibol voor een paar dagen terug in Wormer, het dorp waar hij de eerste zestien jaar van zijn leven woonde, en waar hij zich altijd een buitenstaander heeft gevoeld. Hij is daar om een reportage te schrijven namens het intellectuele weekblad waarvoor hij werkt en probeert te achterhalen waarom hij na al die jaren nog steeds zo'n weerstand voelt tegen deze plek.
Elibol groeide er in armoede op als een van de weinige migrantenkinderen, worstelend met verslaving en geweld. Nu hij is opgeklommen op de sociale ladder en een geslaagde carrière heeft als schrijver en journalist voelt hij zich opnieuw de buitenstaander. Vanuit dat perspectief reflecteert Elibol op kraakheldere en prangende wijze op het Nederland van nu.
Een indrukwekkend en eerlijk boek over opgroeien in armoede, over de zoektocht van de schrijver naar identiteit en erkenning. Over zichzelf continu moeten bewijzen ‘een Nederlander’ te zijn.
Het moet therapeutisch zijn geweest dit ego-document te schrijven. Toch mist de schrijver nog de opmerkzaamheid die zijn tekst in plaats van goed speciaal maakt. Ergens aan het eind zegt hij geen prater te zijn, dit nooit te hebben geleerd ook, thuis. Dat zal zeker zo zijn gezien zijn levensverhaal. Maar helaas zijn slechte praters meestal ook wat oppervlakkige schrijvers. (Zo ook Hisham Mathar in zijn 'My friends', dat ik eerder dit jaar las, ook een verhaal van een migrant, een banneling in dit geval, die thuis nooit had geleerd te praten.) De gedachten die aan het papier zijn toevertrouwd zijn 'ongetraind', 'ongetest' en daarmee wat onbeholpen, zonder de diepgang die je gezien het pathos wel vermoedt. Het hoofdstuk over het imposter-syndroom bijvoorbeeld gaf me niet echt een origineel inzicht in het fenomeen, en ook de brief aan zijn vader aan het eind van het boek ontroerde me niet, terwijl het gebaar zeker ontroerend is.
Ach, ook Elibol zal in zijn volgende boeken vast aan kracht winnen, want hij zal waarschijnlijk beter leren praten en denken nadat hij dit boek geschreven heeft. Zo was wat mij betreft het hoofdstuk over vechten wel interessant: het bevatte eerlijke en goed verwoorde introspecties over het leren omgaan met de woede die hij innerlijk opgekropt heeft en waarmee hij door te vechtsporten heeft leren omgaan. Dit is zijn eerste boek, zijn volgende worden ongetwijfeld beter.
Mooi, ontroerend boek van Raşit Elibol over zijn leven in en tussen verschillende werelden, arm en rijker, migrant en niet-migrant, over zijn verhouding met zijn ouders en diens ouders, over overleven en opklimmen. Voor iedereen een aanrader, en zeker voor iedereen in de Zaanstreek waar de auteur opgroeide.
Mooi geschreven, eerlijk boek. Van mij had het alleen wat gestructureerder gemogen. Veel delen zijn interessant, maar vervolgens kan ik ze niet goed in het bredere geheel plaatsen. Ik weet niet wat het gedeelte over zelfmeting toevoegt aan het bredere verhaal, bijvoorbeeld.
Indringend, eerlijk en ontroerend boek over hoe je als jongen van Turkse ouders opgroeit en je nog steeds voortdurend moet bewijzen hoe 'Nederlands' je wel niet bent.