De verwachting van hoofdpersoon Schelvis zou vast zijn dat hen de Libris prijs 2026 niet zou winnen en aldus geschiedde. Net als dat hen niet zou verwachten dat de titel van dit boek Schelvis zou zijn. Dat zou eigenlijk ook veel logischer zijn, gezien het plaatje op de voorkant. Negen schelvissen op de cover en over de tiende Schelvis is zeker in het boek te lezen?
Ik moest even wennen aan de stijl van dit boek. Enerzijds volks anderzijds formeel. Hilarische zinnen: "Ze wilde mannen best zien lijden, maar bij seksuele uitbuiting trof ze een grens." (p. 51) en de nu al bijna klassieke: "Je Thonet-stoelen of je leven!" (p. 119). De coming-of-age en van platteland-naar-stad verhaallijnen zijn verre van nieuw, de manier waarop ze gebracht worden is dat wel. Nadia de Vries schrijft jaloersmakend origineel en heeft daarbij de gave van de spaarzaamheid die velen niet gegund is (behalve Schelvis dan, wellicht). De auteur laat haar personages zinnen uitspreken of denken die grammaticaal en logisch gezien kloppen, maar die contextueel or moreel volstrekt ouf-of-place zijn. De toon van naïef optimisme en acceptatie van alle onheil ging zo ver dat ik soms aan de dagboeken van Etty Hillesum moest denken. Radicale acceptatie zonder keuzevrijheid, want er is geen juiste informatie over die toekomst. Overgave op commando.
"'Is je naam Schelvis?" zei Pim. "Wat een belachelijke naam. Haha, Schelvis.... Hahahaha!'
Ik liet me niet door ons slachtoffer bespotten. Daar was ik te groot voor, en hij te machteloos. Ik wees in de richting van het transportspoor van de staalfabriek, dat op nog geen vijf minuten lopen van De Wildernis was, en gebood Pim om de vrachttreinen te tarten."
'Akkoord', zei hij.
(...) "En wij, mijn vrienden, volgden onze gevangene, waakzaam als we waren.(...)"(p. 57 / 58)
In tarten zijn bijna het woord "Tata" en alle t' in het "vrachttrein te tarten" klinken als verbale mitrailleurschoten. Daarbij valt ook op dat Schelvis niets zegt, maar wijst en gebiedt. Het wapenen van het zwijgen. Een handgebaar, een een blik. Of misschien doet Schelvis voor hoe Pim op de rails moet gaan liggen. De lezer krijgt het niet te weten hoe, maar de bedoeling is glashelder. In de laatste zinnen is Pim gepromoveerd van slachtoffer tot gevangene, omdat hij het ja-woord geeft aan zijn cipier Schelvis. De 'wij' die 'waakzaam waren' zoemt het na als de vrienden uit het gezichtsveld marcheren, de troep die het gedrag van Schelvis legitimeert. En dat alles begon met het lachen om iemands naam. Schelvis is de echte achternaam van de biologische vader van de auteur, die haar niet heeft erkend.
In het kinderspel pinkelen worden ook commando's gegeven. Pinkelen is het met twee wijsvingers op een tafel trommelen, de commando's 'hol', 'bol' en 'plat' geven aan in welke vorm de handen op tafel moeten worden gelegd. Wie niet aan het commando voldoet is af. Maar: De spelleider kan ook een niet bestaand, maar wel begrijpelijk commando geven, zoals 'rechtop' of 'vuist', maar ook 'dood' waarbij kinderen slap op tafel gaan liggen. Bij het opvolgen van deze commando's zijn de spelers ook af. Commando: Overgave op commando.