Als er iets is wat de Nederlandse identiteit bepaalt, is het onze taal. Maar wat betekent het voor het Nederlands als steeds meer jongeren straattaal gebruiken, als we steeds meer Engels gebruiken en als Nederlands steeds meertaliger wordt? Om dat te onderzoeken gaat antropoloog en taalwetenschapper Khalid Mourigh het veld in, of liever: de straat op en de scholen langs. Hij beschrijft de omkeertaal die in de Surinaams-Nederlandse gemeenschap is ontstaan, hij bestudeert het accent van Goudse jongeren met een Marokkaanse achtergrond die ‘zzzeg mar zzzo praten’. Mourigh associeert vrijuit, hij gaat van jeugdherinneringen aan Arabische les van een boze imam naar de opkomst van de studentikoze afko’s en verbaast zich als hij de Gooise r van een vroeger vriendinnetje ineens terug hoort bij een Marokkaans-Nederlandse jongen in een taekwandoschool.
Onze taal laat zien wie we zijn, we gebruiken die om ons van anderen te onderscheiden. En juist het Nederlands wordt al eeuwenlang gekenmerkt door vele buitenlandse invloeden; niets nieuws. Koningin Máxima stelde jaren geleden al dat ‘de Nederlander niet bestaat’, en daar voegt Mourigh vrolijk aan toe: ‘en het Nederlands ook niet!’
Khalid Mourigh (Sliedrecht, 1981) is taalkundige. Hij verdedigde in 2015 zijn proefschrift over de grammatica van de bedreigde Berbertaal Ghomara. Daarna deed hij onderzoek naar de fonetische en grammaticale aspecten van straattaal onder jongeren in Gouda. Naast zijn academische carrière vertaalt Mourigh poëzie en verhalen van Berberse auteurs. De gast uit het Rifgebergte is zijn literaire debuut, waarin hij het levensverhaal van zijn grootvader optekent. In februari 2025 verschijnt zijn nieuwe boek Denkend aan Hollands, waarin hij straattaal onder de loep neemt.
Hoe is taal in ontwikkeling; hoe ziet straattaal eruit in het Nederlands; wat is hét Nederlands eigenlijk? Enkele vragen die taalwetenschapper Khalid Mourigh stelt en met anekdotes en praktijkvoorbeelden beantwoordt. Denkend aan Hollands is een verzameling verhalen vol taalkundige wetenswaardigheden. De auteur heeft zijn eigen perspectief op en achtergrond in taalgebruik gescheiden van het door hem gevoerde wetenschappelijke taalonderzoek in de delen ‘mijn taal’ en ‘de taal’. Hij wil taalvariatie laten zien, niet de lezer ervan overtuigen dat variatie geaccepteerd moet worden, “want de taalgebruiker deelt om ideologische redenen taalgebruik op in goed en fout”.
Zijn eigen talige achtergrond bestaat uit opgroeien in een Nederlandse omgeving met meerdere Marokkaanse elementen. Thuis werd Nederlands en Tamazight (verzamelnaam voor noordelijke Berbertalen) gesproken, in de Koranles en op school werd Standaardarabisch geschreven wat in het Marokkaans-Arabisch werd uitgelegd. De context voor deze rijke taalopvoeding ligt in het gastarbeiderschap van zijn vader die in de Papendrechtse omgeving terecht was gekomen. Mourigh vertelt daarom ook over het Alblasserwaards van de buurman met zijn soms onverstaanbare klinkerveranderingen. Meer op https://lezersgoud.nl/khalid-mourigh-...
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat dit boek zoveel leuke anekdotes zou bevatten, maar dat maakt het juist leesbaar. Mourigh schrijft vlot over straattaal en de wereld erachter.
Ik kocht het boek, omdat een van mijn leerlingen een profielwerkstuk over straattaal maakte en het heeft me echt nieuwe dingen geleerd. Ook mijn leerling vond het superhandig en herkenbaar. Een aanrader als je geïnteresseerd bent in taal die leeft.
It’s all in the intersectionality, en dit schrijfwerk bewijst dat maar weer. Ik waardeer de storytelling en narieven met een sprankel academische context tussendoor heel erg. In één adem uitgelezen.
We beschrijven de wereld niet alleen met taal, we creëren haar ermee (en worden er dus ook door gevormd). So choose your words wisely.
As an immigrant living in the Netherlands and still learning the language, I found this essay incredibly insightful for understanding how the Dutch-Moroccan community has shaped its identity through what is known as straattaal.
The book begins with the author’s personal experiences, exploring how he navigated his childhood across multiple languages. It reveals how being of Moroccan descent influenced the way he was perceived and treated by his teachers.
In the second part, he reflects on his research as a linguist, interviewing young Dutch-Moroccans who speak a street version of Dutch that blends Dutch with Moroccan Arabic words.
It’s a powerful and thought-provoking read that sheds light on how microaggressions and subtle forms of racism can be embedded in language itself.
Tijdens de bijeenkomst Lezen Centraal werd ik geprikkeld door zijn interessante verhaal. Dit boek geeft het mooi weer en hiermee mijn liefde voor taal.