Ruim voordat het boek in Frankrijk in de winkel lag las Kiki Coumans, die onlangs de Dr. Elly Jaffé Prijs kreeg voor haar vertaalwerk, La fille verticale. Ze was meteen om. Ze zegt hierover het volgende:
Het is een boek over een overrompelende en pijnlijke liefde tussen twee jonge vrouwen in Parijs. In tegenstelling tot de meeste amours fous die we kennen wordt de ongrijpbare ‘love interest’ nu eens niet door een man begeerd en tot in detail beschreven, maar door een jonge vrouw. Dat levert een seksualiteit op die we nog niet in de literatuur beschreven zagen.
In Frankrijk werd het boek, dat in de prestigieuze ‘collection Blanche’ verscheen, meteen bekroond met de Prix De Sade (bestemd voor grensverleggende erotische literatuur) en bereikte het inmiddels de shortlists van de prestigieuze Prix Médicis, de Prix Françoise Sagan en de Prix Régine Deforges du premier roman.
Met een bevlogen statement pleitte literair icoon Laure Adler (biografe van o.a. Marguerite Duras en Hannah Arendt) voor Viti’s roman in een filmpje dat viraal ging. Ze zei over het boek:
Dit is een boek dat me heeft geleerd wat liefde is. Terwijl ik toch dacht dat ik op mijn leeftijd wel wist wat het was. Nou, bepaald niet! Dankzij deze eerste roman, La fille verticale van Félicia Viti, heb ik geleerd wat het betekent om van iemand te houden.
Ik denk dat iedereen wel eens meer van iemand heeft gehouden dan de ander van hem of haar hield. De toon van dit boek is zó nieuw, zo radicaal, zo verrassend, zo subversief en buitenaards dat het me terugvoerde naar bepaalde sensuele ervaringen.
Werkelijk waar, voor een eerste roman: een diepe buiging voor zoveel sensualiteit, rauwe seksualiteit en beheersing van de literaire stijl. Eén zin is genoeg om de poëzie van dit eerste boek uit te drukken: Ik kan niet zeggen wat liefde is, ik kan alleen zeggen hoe het leven is als je van iemand houdt. En zo is het! Je kunt deze zin wel vijftien keer herhalen en de hele dag in je hoofd houden.
Over de titel van het boek zei Viti in een interview: Het is het tegenovergestelde van het horizontale meisje. Degene die gaat liggen, haar lichaam geeft en zegt dat ze van je houdt. Het verticale meisje is degene die je de rug toekeert als ze haar schoenen aantrekt en die je als een vreemde aankijkt als ze wakker wordt. Die weigert met je uit eten te gaan, die wegloopt als je haar achtervolgt, die wil dat je haar achtervolgt zodat ze rechtop kan blijven staan.
Een van de beste boeken die ik dit jaar las. Franse literatuur over twee vrouwen die verliefd op elkaar worden, afstoten en aantrekken. Heel intiem geschreven. Viti trekt je met haar zinnen haar kronkelende gedachtewereld in én laat je niet meer los.
Én buitengewoon goed vertaalt door Kiki Coumans. Alsof je een Nederlands boek leest, zo voelt dit.
Disons 2,75, parce que la platitude du livre est rattrapée par une très bonne deuxième partie, comme une parenthèse hors de la folie de cet "amour" sans grand intérêt.
In Het verticale meisje (2025) van Félicia Viti, vertaald uit het Frans door Kiki Coumans, word je meteen geconfronteerd met een opening die de conventies van het vertellerschap op de proef stelt: “De eerste keer had ik L. gezien als een rijzige kont op een zondagmiddag. Wat kan ik er meer over zeggen dan mijn mateloze zin om haar te neuken, toen ze ogenschijnlijk verstrooid, overduidelijk verstrooid, door het doolhof van het filmhuis liep, en mijn zin om haar te volgen, met gesloten ogen, naar die donkere zaal die mijn leven zou worden.”
Deze directe, bijna brute aanzet zet de toon voor een verhaal dat zich ver verwijderd van romantische idealen en zich richt op de pijnlijke, onophoudelijke realiteit van een complexe (lesbische) relatie. Het verhaal ontvouwt zich als een aaneenschakeling van herinneringen, waarbij fragmenten van een voorbijgegane relatie opduiken, en het onvermijdelijke verlies ervan wordt blootgelegd. De relatie tussen de verteller en L. blijkt niet alleen eindig in pijn, maar vanaf het begin ook getekend door pijn. Het is een dynamiek van voortdurende aantrekkingskracht, afstoting, nabijheid en afstand, die zich niet laat vatten in de veilige kaders van traditionele romantiek. De liefde tussen de twee vrouwen wordt voortdurend verstoord door destructieve patronen, miscommunicatie en een onvermijdelijke pijn die hen blijft achtervolgen.
Wat Het verticale meisje echter een diepere laag geeft, is de verkenning van de vader-kindrelatie die zich met een andere, maar niet minder verontrustende intensiteit ontvouwt. De vader van de verteller, die liever een zoon had gehad, verschijnt als een starre, autoritaire figuur die zijn persoonlijke idealen en verlangens boven het welzijn van zijn dochter plaatst. Gescheiden van de moeder leeft hij in een wereld die slechts zijn eigen normen en perspectieven kent. In plaats van zijn kind te accepteren zoals ze is — bijvoorbeeld als iemand die genderfluïde door het leven gaat — probeert hij haar in te sluiten in het kader dat hij voor haar bedacht heeft. Dit leidt onvermijdelijk tot een situatie van zelfontkenning bij de verteller. Het gemis van een liefdevolle, accepterende vaderfiguur werpt dan ook een constante schaduw over haar zoektocht naar liefde, identiteit en autonomie. Het is niet verwonderlijk dat zij op zoek gaat naar grenzen, moeite heeft haar vader te benaderen en zich verdiept in de complexe dynamiek van familiebanden.
De verteller beschrijft haar liefde voor L. als iets vluchtigs, ontglippends: “Het verticale meisje trekt met haar rug naar je gekeerd haar schoenen aan en kijkt je als een vreemde aan als ze ontwaakt. Ze weigert met je te eten, gaat weg als je achter haar aan gaat, wil dat je achter haar aan gaat om rechtop te blijven. Het verticale meisje is een meisje dat in de lucht opstijgt. Het is het meisje waar je van houdt als het waait. Het verticale meisje is niet meer het meisje die je liggend laat dromen. Ze is aangekleed en ongetemd en ze komt niet meer terug. Het is een droom die vervliegt. Die je zelf creëert. Het is een creatie van je verbeelding.” De liefde die de verteller voor L. voelt, is niet iets tastbaars of blijvends; het is eerder een idee, een vluchtige ervaring die zich steeds opnieuw uitvouwt, alleen om vervolgens weer te vervagen.
Het is deze voortdurende spanning tussen verlangen en onbereikbaarheid die het boek zowel intens als verontrustend maakt. Wat Het verticale meisje vooral bijzonder maakt, is de manier waarop Viti de conventies van het genre omzeilt. In plaats van zich vast te klampen aan de romantische idealen van lesbisch verlangen, deconstrueert de schrijfster het ideaal zonder concessies te doen aan de complexiteit van menselijke relaties. Ze verkent de rauwe, ongemakkelijke waarheden van seksuele en emotionele verlangens en ontrafelt de realiteit van de verteller en L., waarbij de breuk sneller komt dan verwacht. Dit onverwachte, haast onvermijdelijke einde versterkt de pijn van de relatie, zonder dat de lezer in de valkuil van een langzame afbrokkeling valt.
De schrijfstijl van Viti versterkt de rauwe, ongetemperde benadering van het verhaal. Haar fragmentarische, bijna stotterende manier van schrijven roept herinneringen op aan de stijl van Louis-Ferdinand Céline, niet vanwege de thematiek, maar vanwege de ongeregelde structuur van de zinnen. De gedachten van de verteller lijken rechtstreeks uit haar geest te komen, ongepolijst en ongedwongen. Net als bij Céline creëert deze losse stijl een indringende nabijheid, waardoor je het gevoel hebt de innerlijke monoloog van de verteller van dichtbij te ervaren — haar twijfels, onrust en onverhulde emoties vullen de pagina’s met een krachtige intensiteit.
Wat Het verticale meisje uiteindelijk definieert, is de manier waarop het thema’s als seksualiteit, geweld en persoonlijke conflicten benadert zonder zich te verschuilen achter de veilige gordijnen van romantische idealen. Het verhaal ontsnapt aan de vertrouwde paden van traditionele vertelstructuren en kiest ervoor de ongemakkelijke, vaak pijnlijke realiteit van menselijke relaties onbelemmerd te tonen. Het is deze onverbloemde eerlijkheid die het boek zijn rauwe, unieke kracht verleent, en het verhaal een stem geeft die niet gemakkelijk vergeten zal worden.
C'est répétitif, le livre nous raconte une relation toxique via le prisme du sexe et de la violence. Ça partait bien mais l'autrice a voulu forcer le trait pour bien faire entrer dans la tête du lecteur que L. est une femme toxique et la narratrice une âme blessée d'amour. On se retrouve donc avec des scènes de violences psychiques et physiques à chaque page, idem pour les scènes de sexe plus ou moins crues. L'intérêt retombe bien vite et on se prend à attendre la fin de cette histoire d'emprise que l'autrice nous vend comme une histoire d'amour tragique. Je n'ai pas trouvé d'intérêt à cette histoire autre que la plongée voyeuriste dans un couple malsain dont on attend rien.
Bon, je suis passée à côté. Je me suis forcée à finir, le livre étant court. Je comprend son enjeu, la volonté de montrer une relation toxique, les racines paternelles… mais ça ne m’a pas touchée. Pas pour moi finalement mais ce livre a certainement son public !
'Daarna sliep ik op haar. Omdat ik van haar hou en omdat het mooi is om mensen van wie je houdt plat te drukken. Dan gaan ze niet weg en kun je rustig slapen.'
Certainement pas une lecture pour tout le monde, mais définitivement une lecture pour moi. Passé l'incipit (probablement) volontairement provocateur, ce sont des fragments de temps, dont on se souvient en songeant à une relation passée. J'aime l'idée d'aller au-delà de l'idéal du désir lesbien pur et de se réapproprier des éléments comme la sexualité et la violence, pour raconter nos propres histoires, aussi tragiques et "moches" qu'elles puissent être.
Heureux de voir un tel livre publié chez Gallimard. J'ai hâte de voir la suite des projets de l'auteure !
Ja, ik heb het twee keer gelezen. Ik had de Franse versie blijkbaar vorig jaar al gekocht (waarschijnlijk in Frankrijk), en vorig weekend bracht ik de Nederlandse vertaling mee. Elk van de drie delen las ik eerst in het Frans, vervolgens dat deel eerst opnieuw in het Nederlands, alvorens naar het volgende deel over te gaan. (L. De naam van de geliefde, leest in het Frans als het voornaamwoord ‘elle’ (zij), wat een onvertaalbare extra dimensie geeft in het oorspronkelijke Frans.)
Het is lastig om te bespreken, dit boek. Niet wat betreft schrijfstijl (zowel het Frans als de Nederlandse vertaling zijn prachtig), maar de inhoud, die ik precies anders lees dan wat ik her en der zie opduiken. Ik weet het, mijn principe is dat alles kan in fictie, maar dat wil niet zeggen dat het kritisch denkvermogen plots moet uitgeschakeld worden.
Want ik begrijp de fascinatie niet met toxische relaties. Want ik begrijp niet hoe iedereen het heeft over “dit is wat echte liefde is”. Op het einde wordt het zelfs pure stalking. "In een opwelling heb ik een vliegtuig genomen. De liefde. Dat is liefde. Pure waanzin. Naar iemand vliegen die niet van je houdt." Maak van de verteller een man, en pantoffelhelden zoals Acid verspreiden zijn gegevens op het wereldwijde web zodat hij kan gelyncht worden. Viti alludeert overigens zelf op de ambiguïteit ("de feministische uitspraken en hun dubbele betekenis").
Als fictie was het boeiend. Maar in een realiteit was dit op een opeenstapeling van rode vlaggen.
'Félicia Viti’s debuutroman is één en al seks – precies zoals je in Frankrijk hoort te debuteren.' Het verticale meisje kwam uit bij het prestigieuze uitgevershuis Gallimard en werd ook meteen bekroond met de Prix Sade én genomineerd voor een paar andere literaire prijzen. In het persbericht ronkt de Nederlandse uitgever dat Félicia Viti een jonge schrijver is (ze is 35 – alles is relatief), en dat die prijs en die nominaties zeldzaam zijn voor een debuut. (DM)
‘(…) gericht op de leegte die verwachting wordt genoemd’
‘Het verdwijnen. Om zich te geven.’
‘Liefde is relatief, het gaat om het verhaal dat je jezelf vertelt. Het is een plaats die zich aan de grens van de werkelijkheid bevindt. Tastbaar is vooral dat wat je in handen hebt, in de lichamen.’
Malgré une écriture élaborée et souvent poétique, le livre manque d’une fluidité et peine à créer des liens entre le lecteurs et ses personnages.
Abordant des thèmes aussi difficile que les relations toxiques, le suicide, les rapports filiales difficiles, le désamour est la trame de ce livre. L’autrice ne nous ménage pas, mais la réalité non plus et La fille verticale ne cesse de nous le rappeler.
Un choix des mots maîtrisé, une langue honnête et percutante permettent à ce roman de se relever. D’autant plus que la 2e partie nous permet de mieux comprendre ce personnage qui ne semblait aller alors nul part au début du roman.
Je n’ai sans doute pas tout compris, mais j’ai surtout eu la sensation d’être face à un écrit qui se « voulait » littéraire. Qui cherchait à l’être.
Comme un texte volontairement compliqué, intello et flou, mettant en parallèle une relation amoureuse toxique et destructrice avec un lien paternel violent (mais peu développé.)
Un roman qui m’a semblé être écrit pour le narrateur mais pas pour le lecteur.
Une histoire d'amour toxique épuisée... et épuisante. En décortiquant son histoire avec son ancienne petite-amie, l'autrice met en exergue les points de rupture qui, surprise, étaient des red flags fluorescent dès le départ. Les questionnements autour de son rapport avec son père sauvent un peu le récit, même si la corrélation des deux dans le récit est loin d'être fluide. Dommage.
"Je n'ai pas de sexe, pas de force. Pas d'impact sur le reste de ma situation. Je n'agis pas dans le corps. Je ne peux pas, moi, faire d'enfant à l'intérieur des filles. J'ai juste des jambes. Deux jambes qui marchent et qui portent tout le reste de mon corps pour m'emmener ailleurs."
"Et la vie a continué, bornée à elle-même, brutale et parfois douce."
J'ai lu ici des critiques dures sur ce livre mais pour ma part j'ai beaucoup aimé. Le ton, l'écriture hachurée, les sentiments qui se bousculent, les mots qui restent pris dans la gorge et qu'on n'arrive pas à sortir. Et puis l'amour inconditionnel et irrationnel. C'est douloureux et doux à la fois. Un très beau et fort roman. 4.5
J’ai bien aimé parce que c’est léger et rapide à life - parfois on sent que la violence essaye d’être glorifiée mais c’est un peu surfait Il manquait quelque chose je crois, peut être dans la narration Je ne pense pas que je m’en souviendrais mais c’était chouette
3.5* "Liefde is relatief, het gaat om het verhaal dat je jezelf erover vertelt. Het is een plaats die zich aan de grens van de werkelijkheid bevindt. Tussen het tastbare deel en dat wat je projecteert."
J’ai beaucoup aimé l’écriture qui est très poétique, les passages annexes au récit, sur la famille par exemple m’ont beaucoup plus. En revanche j’ai franchement détesté le reste, j’ai trouvé le discours sur les femmes hyper misogyne, violent, les descriptions physiques empreintes de male gaze.
L’écriture est incisive et hachurée, ce qui fonctionne bien ici, ça sauve un peu le reste. Mais en dehors de ça c’est une histoire vue et revue, qui a tendance à glorifier la violence et les relations toxiques au sein des relations lesbiennes à mon goût. Comme si les lesbiennes n’aiment jamais aussi bien que lorsqu’elles s’aiment mal.
Bien écrit. Mais c’est tout. En vrai je serai curieuse de lire ce que l’autrice écrira comme deuxième roman. Mais là c’était insuffisant : il ne me reste rien après avoir terminé le livre