Verkenning van de politieke uitdagingen van de westerse democratie De vrije wereld staat op een keerpunt. Westerse democratieën worden belaagd door populistisch verzet en nieuwe dictatoriale leiders. Technologische controle- en besturingssystemen bedreigen de vrijheid en privacy van burgers, en geopolitieke verschuivingen verzwakken de weerbaarheid van democratieën. In De lege plaats van de macht verkent Donald Loose de huidige politieke uitdagingen van de westerse democratie aan de hand van het werk van de Franse filosoof Claude Lefort (1924-2010).
De macht als ‘lege plaats’ Op indringende wijze liet Lefort zien dat de kwetsbaarheid van de democratie tegelijkertijd haar kracht is. Wezenlijk voor de democratie is dat de macht als een ‘lege plaats’ verschijnt. Zij moet leeg zijn, anders ligt het totalitarisme op de loer. Leforts inzichten over democratie en de totalitaire verleiding zijn onmisbaar om het huidige tijdsgewricht te duiden.
De geschriften van Claude Lefort bieden een verhelderend perspectief op de uitdagingen van onze tijd. Ze verduidelijken niet alleen de risico’s die we lopen, maar bieden ook richtlijnen om de teloorgang van de vrijheid te keren.
‘Het totalitarisme herleiden tot het verleden koestert de illusie dat we beschermd zijn tegen gebeurtenissen die de fundamenten van onze samenleving onderuit kunnen halen.’ – Claude Lefort
De samenleving is divers en de politiek moet het toneel bieden waar verschillende invalshoeken aan bod kunnen komen en waar na overleg besluiten genomen worden. De samenleving is in principe verdeeld. In het politieke overleg moet tot een compromis worden gekomen. Het idee van een enkele volkswil is een illusie. Als dit idee toch de boventoon krijgt, groeit het verlangen om daadkrachtig door te zetten en de democratische regels aan de kant te schuiven, wat een proces in gang zet van populisme, autocratie, en totalitarisme. Dat is de centrale waarschuwing in het werk van de Franse filosoof Claude Lefort.
De democratie kent idealiter zelf geen ideologie, geen vooropgezette, natuurlijke of religieuze waarden, anders dan de notie van ‘vrijheid’, terwijl binnen de samenleving verschillende morele en ethische overtuigingen kunnen leven, en er ook bepaalde omgangsvormen en culturele waarden gelden. De macht dient de samenleving geen ideologie op te dringen en zich te onthouden van ingrijpen in de deelsectoren van de samenleving, zoals economie, wetenschap en onderwijs. De overheid biedt alleen kaders voor beleid en financiering.
Wat is er verder dan nog te zeggen over de democratie? Dat blijkt nog heel wat gezien de 440 pagina's vrij hermetische filosofie waarmee Donald Loose, emeritus-hoogleraar wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Tilburg, het werk van Claude Lefort plaatst in de context van de filosofie van zijn tijd. Tevens verkent hij de relevantie van het werk voor de huidige politieke uitdagingen, al gebeurt dat nogal ad hoc.
De Franse filosofie van de jaren zeventig en tachtig wordt beheerst door de fenomenologie van Merleau-Ponty, die zich kenmerkt door de drievoudige relatie tussen bewustzijn, lichaam en maatschappij. Het bewustzijn leeft binnen het lichamelijke en interacteert met de omgeving. Het bewustzijn kent geen objectief standpunt buiten de wereld vanwaar de (binnen)wereld wordt bekeken. Het fenomenologische denken doet afstand van een puur empirische, materialistische verklaring van de wereld, maar het gebruikt ook geen abstracte en idealistische termen om de wereld te beschrijven; de geschiedenis is geen ontwikkelingsgeschiedenis (Hegel) met een vooropgezette structuur of doel, maar ook geen losse reeks van afzonderlijke gebeurtenissen. Het gaat om een juiste combinatie van “rationele continuïteit”, “contingentie” en “vrijheid”. De mens is ook geen Sartriaans individu die alleen in een irrationele wereld staat en daarin zijn eigen “plan moet trekken”. Ook al is er geen gedeelde ‘grond’ van basiswaarden, er is wel een samenleving en de mens maakt deel uit van die samenleving en heeft interactie met zijn medeburgers.
De deelwetenschappen (economie, rechten, etc.) hebben ieder hun eigen kijk op de wereld waarbinnen de complexiteit wordt vereenvoudigd tot wat binnen het fysische, biologische, psychologische, of economische paradigma valt. Het blijven in die zin afzonderlijke beschrijvingen (world views) op dezelfde wereld. Er is dus geen enkelvoudige maatschappelijke configuratie denkbaar en ook aan een historisch feit kan geen eenduidige betekenis worden toegekend. Zowel in verklaring als in macht onttrekt de wereld zich aan de illusie van volledige verklaring en beheersing. De samenleving maakt wel een ontwikkeling door, maar de logica en samenhang blijven ons verborgen. Het is de taak van iedere burger om zich in de wereld te verdiepen en zich een politieke mening te vormen.
Het gevaar is dat een maatschappij, gedomineerd door markt en media, kan leiden tot individualisme en tot politieke passiviteit. Vrijwel niemand doet dan meer mee in de politiek, een anonieme technocratie regeert het land, en de onvrede overheerst, want wordt niet meer afgemeten aan wat haalbaar is. Als de burgers niet meer opkomen voor hun overtuigingen, dan veroordelen ze zichzelf tot de almacht van een gemanipuleerde publieke opinie.
Lefort noemt dit de onzichtbare ideologie, die anders dan de traditionele burgerlijke ideologie van opvoeding en 'verheffing', zich van een normerende invloed op de samenleving onthoudt. De samenleving ontwikkelt zich tot een homogene consumptie- en communicatiemaatschappij die alle zichtbare onderscheidingen verliest. De media benadrukken de gelijkwaardigheid van alle maatschappelijke fenomenen en meningen, wat leidt tot een enorme trivialiteit. Politici worden tijdens debatten geconfronteerd met allerlei publieke meningen, alsof iedereen op elk gebied deskundig is. Anders dan in de burgerlijke ideologie is het maatschappelijke discours niet langer vakkundig genormeerd door grote ideeën met een hoofdletter, en de samenleving raakt versplinterd in de eigen belevingen van de werkelijkheid.
De ‘onzichtbare’ ideologie biedt een interessante analyse van onze huidige technologische tijd, met zijn a-politieke vermaak en verkiezingen als populariteitspolls, maar hoe Lefortiaans is niet de term ‘onzichtbaar’ als verhulling voor het ontbreken van vrijwel iedere ideologie, anders dan plat individualisme en consumentisme? Het is wel een ideologie waar de klimaatproblematiek en de weerbaarheid tegen totalitarisme volledig op stuk lopen. De ‘joods-christelijke’ ideologie, waar veel populistische en autocratische regimes mee schermen, kan na Poetin, Trump en Netanyahu ook wel naar de mestvaalt van de geschiedenis worden verwezen.
Waar het boek in alle volledigheid het werk van Claude Lefort presenteert en zeer uitgebreid ingaat op de kritiek van collega’s en leerlingen, lijken de uitstapjes naar de huidige tijd, zoals gezegd, er wat los-vast tussengevoegd. Dat roept de vraag op hoe relevant het werk van Lefort nog is. Hij richtte zich vooral op de totalitaire communistische regimes waar de terreur heel expliciet zichtbaar was. Dat is minder het geval bij de huidige autocratieën, al zijn wetten die een gevangenisstraf van 15 jaar mogelijk maken voor het deelnemen aan een demonstratie, natuurlijk nog steeds extreem.
De behandeling van het commentaar van tijdgenoten blijft in het boek beperkt tot de directe leerlingen en collega’s van Lefort binnen een vooral Franse fenomenologische context. Hannah Arendt wordt een aantal keren aangehaald voor haar principe van “recht op rechten”, maar veel minder voor haar werk over het totalitarisme. Ook de scheiding tussen het politieke en het sociale is een belangrijk thema bij Arendt. Zij prijst de Amerikaanse constitutie, die de politiek loskoppelt van de verplichting sociale gelijkheid te bewerkstelligen, en ze veroordeelt de Franse en de Russische revoluties, omdat ze de verheffing van het gepeupel en het proletariaat tot hoofddoel van de revolutie maakten, waarmee ze makkelijker ontspoorden. Lefort en Arendt delen de opvatting dat de Amerikaanse founding fathers meer oog hadden voor de bedreigingen van tirannie door de meerderheid, de corruptie van leiders, het verval van burgerlijke deugden en de suprematie van het eigen belang. Ze vlochten meer ‘checks and balances’ in de constitutie dan bij de Franse en Russische revoluties.
Ook het ethisch handelen dat volgens Arendt gebaseerd is op een persoonlijke ‘denken’, dat actief de wereld volgt en analyseert in overeenstemming met ‘verticale’ normen en waarden alvorens tot praktische handelingen te komen, is vergelijkbaar met Lefort’s ethos. De uitgebreide analyse van de mensenrechten en het principe van het ‘recht op rechten’ is al eerder genoemd. Verder heeft Arendt het over de ‘verwoestijning’ van de maatschappij, waarin we zondermeer de onzichtbare ideologie van Lefort kunnen herkennen. Arendt noemt ook het erkennen en het behouden van de pluralitat van de maatschappij als essentieel. Ze beschrijft de onbepaalbaarheid van Lefort als de contingentie van de werkelijkheid door ‘gebeurtenissen’. Kortom, er zijn zoveel overeenkomsten en parallellen in het werk van beide denkers, dat het toch enigszins merkwaardig is dat Loose hier niet wat uitgebreider op ingaat, zeker omdat Arendt al die thema’s zoveel eerder heeft aangesneden dan Lefort zelf.
Het boek is ondanks de genuanceerde en verzorgde schrijfstijl van Donald Loose helaas niet zo toegankelijk. Pas na enige herlezing krijgen de hoofdlijnen van het betoog enige helderheid. Er is een inleidend hoofdstuk Een sluimerende nalatenschap dat een aantal invloeden op het werk van Lefort introduceert maar de beschrijving daarvan is meteen al zo gedetailleerd dat het niet als inleiding werkt. De stijl van het boek is uitvoerig, met veel herhalingen en hernemingen van eerdere thema’s. Het boek is wel uitermate keurig verzorgd, en na enige tijd krijgt het elegante proza ook wel een zekere bekoring voor de lezer.
Natuurlijk komen ook de andere hoofdthema's van Lefort uitgebreid aan bod zoals het 'symbolische' karakter van de macht, die louter op de grondwet en andere wetten gebaseerd dient te zijn, en niet op de volkswil of op werkelijke machten in de maatschappij (bedrijfsleven, culturele elite, rijke boeren en burgers). Ook de mechanismes voor de ontaarding van de democratie in autocratie en totalitarisme worden uitvoerig beschreven. Ook het principe van de mensenrechten wordt behandeld.
Een uitgebreide bespreking is te vinden op Civis Mundi #156 Dank aan Uitgeverij Boom voor het recensie exemplaar.