De vertelstem in de onderzoekende, existentiële debuutbundel van Christina Flick trekt al zwervend door een stad. Vanuit parken, flats, speeltuinen, kruispunten, snackbars, bibliotheken, parkeerplaatsen, tot aan de oevers van een dronken oceaan observeert ze de wereld om haar heen. Onderweg melden zich geliefden, voorouders, voorbijgangers via voicemails, voetnoten, liederen, vloeken. Flick schrijft voornamelijk in het Nederlands, haar derde taal, die ze koestert om de dagelijkse vondsten, het schommelen van betekenis, haar andere logica en woordvolgorde dan die ze met haar moedertaal heeft meegekregen.
Mooie dichtbundel over de stad en haar bijbehorende eenzaamheid. We volgen verschillende personages vanuit het ik-figuur die zich allemaal begeven in een stad. Ze strubbelen een beetje door de straten en de verschillende beelden die Flick schetst, geeft verschillende binnenwerelden weer. Hoewel deze bundel vanwege het gebrek aan leestekens soms voelde als een puzzelboekje (waar ik overigens ook van houd), raakte het me soms op manieren die ik niet helemaal kan uitleggen.