In Ik begin geloof ik te bestaan deelt Johanna Nolet haar ervaring met en onderzoek naar het meest voorkomende en tegelijkertijd onderbelichte fawning. De vierde traumarespons na fight, flight en freeze.
Na jarenlange therapie heeft Johanna nog altijd moeite met ‘gewoon’ zeggen wat ze wil. Ze ontdekt dat het overlevingsmechanisme fawning, oftewel pleasen, geactiveerd wordt zodra er een conflict ontstaat, waardoor zij zelf niet meer aan het roer staat. Voor het eerst in haar leven voelt ze begrip voor alle keren dat ze ja zei terwijl ze nee voelde. Haar bewogen jeugd en kwetsbare positie als vrouw in de maatschappij hebben invloed op de ‘keuzes’ die ze als volwassen vrouw maakt.
Dit boek biedt een verhelderende blik op de noodzaak en gevolgen van fawning binnen relaties en toont de bevrijdende kracht van het erkennen en begrijpen van deze overlevingsstrategie.
Veel herkenning, dus voor mij persoonlijk zeker een behulpzaam boek. Vanaf pagina 150 komen er wel opeens allemaal concepten om de hoek kijken waarvan de relevantie niet wordt uitgelegd: beschouwingen over femicide, de koloniale geschiedenis, alternatieve geneeswijzen… Wat heeft het nou precies met pleasen en fawning te maken?
Ik wilde het boek 3.5/4 sterren geven, maar toen kwam ik de weerzinwekkende taalmutant ‘als zijnde’ tegen (trigger warning!). Drie sterren dus.
Heb het boek al een tijd geleden uitgeluisterd, maar nog geen review geschreven hier op GR. Nadat ik het boek al weken uit heb, spelen er zo af en toe nog steeds passages door mijn hoofd. En dan weet ik bij mezelf; dat was een goed boek!
Over het vierde overlevingsmechanisme wat gehardwired zit in ons zenuwstelsel, Fawning, had ik nog nooit gehoord. Naast het zeer meeslepende en inspirerende levensverhaal van Johanna, is dit boek ook informatief en leerzaam. Haar schrijfstijl is zo waanzinnig open, rauw, eerlijk, humorvol en rechtdoorzee. Haar woorden wandelden zo mijn ziel binnen, niet in de laatste plaats omdat ze het audioboek zelf heeft ingesproken.
Er worden veel thema's aangesneden die mij na aan het hart liggen. Voor het eerst in lange tijd, of misschien wel voor het eerst ooit, heb ik een boek gelezen met zo krankzinnig veel herkenning, die ik vooraf niet eens verwachtte te vinden. Zaken in mijn levensverhaal, of fratsen van mijn eigen zenuwstelsel die ik zelf niet begreep of zag als afwijkend, werden in dit boek ineens door iemand anders ook beleeft en perfect beschreven. Gewoon wauw!
Naast fawning, werk, vrouw zijn, feminisme, rascisme, dik zijn, relaties en intoversie komen er nog zo veel meer thema's aan bod. Ik vind het fantastisch. Lees dit boek!
Erg onder de indruk van dit boek, sommige stukken blijven echt plakken. Veel herkenning voor mij persoonlijk. Fijn om te lezen dat de schrijfster het gedrag ziet, bekijkt, erover nadenkt en dan manieren probeert en vindt om te handelen. Met het nodige vallen en opstaan, zeg maar menselijk.
Het boek neemt ook een aantal onverwachte afslagen maar wel naar hele interessante thema’s dus dat was voor mij een prima wending. Ik kan me zo voorstellen dat ik het over een tijdje nog eens wil lezen.
Ik geloof dat ik begon te bestaan van Johanna Nolet vertrekt vanuit een intrigerend thema, maar raakt verstrikt in hedendaagse politiek correcte schema’s. De auteur lijkt voortdurend op zoek naar de “juiste” morele houding: intersectionaliteit, koloniale schuld, slachtofferschapsdenken. Het doet soms denken aan een fawn-reflex – meegaan met de dominante ideologie om maar veilig en correct te blijven.
Dat leidt tot simplificatie. Zo worden de sloppenwijken van São Paulo toegeschreven aan de VOC en Portugese kolonisatie, terwijl het historisch en economisch veel complexer ligt. Andere voormalige VOC-gebieden, zoals Taiwan, hebben zich juist heel anders ontwikkeld. Door zulke verschillen te negeren, verwordt de analyse tot een politiek correcte reflex in plaats van een scherpe historische of filosofische duiding.
Wat bovendien stoort, is dat het mannelijke perspectief vrijwel volledig wordt genegeerd. Alsof geslacht en huidskleur bepalen of je bestaansvragen relevant zijn. Dat voelt reductionistisch en doet afbreuk aan de universaliteit van het thema.
Een gemiste kans: het boek had existentieel en tijdloos kunnen zijn, maar blijft steken in modieuze ideologie.
Zelden een boek gelezen waar theorie zo mooi in elkaar vloeit met een verhaal. En dat verhaal voel ik tot in mijn diepste binnenste. Zo veel geleerd, zo veel gevoeld. Bedankt Johanna 🙏
Ik begin geloof ik te bestaan nu ik ‘Ik begin geloof ik te bestaan’ heb gelezen. Ik herkende zoveel patronen, het is alsof Johanna mijn spiegelbeeld aan het uittekenen was en ik langzaam maar zeker mezelf begon te zien. En dat was confronterend om waar te nemen. Want nu kan ik mezelf niet meer ontzien. Ik wou dat ze huiswerkopdrachten voor me zou hebben om niet enkel waar te nemen, maar hoe te oefenen in ‘bestaan’. Haar eigen proces vormt zeker een goed voorbeeld, maar dat het een levenslange oefening wordt, is duidelijk.
Zelden raakte een boek zo diep. Nog nooit eerder voelde een verhaal zó herkenbaar — alsof iemand eindelijk woorden wist te geven aan gevoelens die al een leven lang onder de oppervlakte lagen. Elk hoofdstuk voelde als een warme omhelzing, als iemand die zachtjes fluistert: “Je bent niet alleen. Wat je voelt is niet vreemd. Het komt ergens vandaan.”
Johanna Nolet legt alles haarfijn uit. Met krachtige metaforen en persoonlijke ervaringen weet ze de meest complexe gevoelens zó beeldend te beschrijven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent. Wat al die tijd moeilijk te verwoorden was, kreeg in haar boek eindelijk taal.
Wat me ook raakte, was hoe ze thema’s als vrouw-zijn, grensoverschrijdend gedrag, gendernormen en discriminatie bespreekbaar maakt. Ze laat zien hoe diepgeworteld en vaak onzichtbaar deze dingen zijn — en hoe weinig we ons er eigenlijk van bewust zijn. Niet alleen vrouwen, maar iedereen draagt er op een bepaalde manier de gevolgen van. Die inzichten hebben me echt aan het denken gezet.
De bewondering voor wat zij heeft neergezet is enorm. Haar luisterboek — dat ze zelf op indrukwekkende wijze heeft ingesproken — liet zó’n indruk achter, dat het boek direct fysiek gekocht móest worden. Niet alleen om in de kast te zetten, maar ook om haar extra te steunen.
Een boek om te voelen, te herlezen en te koesteren.
Ik begon aan dit boek met bepaalde verwachtingen. Op basis van de kaft en flaptekst dacht ik een boek te lezen over please-gedrag. Dat blijkt het boek in wezen niet te zijn. Wat ik lees, is vooral een autobiografisch relaas en een podium voor de persoonlijke kijk van de auteur op zichzelf, haar leven en haar visie op hoe vrouwen functioneren in de wereld. Die verschuiving vond ik verwarrend en gaandeweg begon het me tegen te staan.
Wat me steeds sterker opvalt, is dat haar persoonlijke ervaringen consequent worden gepresenteerd als betekenisvolle inzichten, bijna als algemene waarheden. Situaties die ook gewoon alledaags, ongemakkelijk of rommelig zijn, worden vrijwel altijd psychologisch geduid. Een ongemakkelijke situatie in een horecagelegenheid wordt uitgelegd als please-gedrag, terwijl het voor iedereen gewoon een ongemakkelijke situatie zou zijn geweest. Dat geldt ook voor andere voorvallen: wat in mijn ogen misverstanden zijn, wordt door haar steeds opgehoogd tot bewijs van diepere patronen.
Die manier van kijken voelt krampachtig. Het is alsof alles wat haar overkomt koste wat kost langs een verklarende as moet worden gelegd. Alsof elke gebeurtenis betekenis moet krijgen door haar te koppelen aan een psychologisch concept. Ik herken die neiging niet. Ik heb veel van dezelfde literatuur gelezen die zij aanhaalt, maar ik heb niet de behoefte om alles in mijn leven langs een psychologisch fenomeen te leggen. Dat zij dat wel zo stellig doet, roept bij mij vooral de vraag op: wat levert dat eigenlijk op?
Ook in interpersoonlijke relaties blijft het perspectief eenzijdig. De beschrijving van het verwaterende contact met haar broer is pijnlijk om te lezen, juist omdat het zo egocentrisch blijft. Je vraagt je als lezer voortdurend af waarom er niet ook wordt gekeken naar hoe de situatie voor de ander is. Dat geldt ook voor conflicten met collega’s. Ze beschrijft een vervelende werkrelatie en zet die zó in haar nadeel neer, dat je automatisch benieuwd raakt naar het perspectief van de ander — een perspectief dat je niet krijgt.
Waar voor mij echt een grens wordt overschreden, is wanneer ze bemoeizuchtig gedrag richting een collega beschrijft die dingen op zijn eigen manier wil doen. Haar overtuiging dat haar visie leidend zou moeten zijn, en dat afwijking daarvan gecorrigeerd moet worden, vond ik tenenkrommend.
Daarnaast grijpt het boek steeds weer terug op bekende verklaringskaders: please-gedrag, haat jegens het vrouwenlichaam, het patriarchaat. Maar waar die haat vandaan komt, van wie die komt, of hoe die zich concreet manifesteert, blijft onduidelijk. Het wordt gesteld, maar niet onderzocht. Hetzelfde geldt voor haar werk als coach. Dat ze daar niet van kon leven, wordt uitvoerig beschreven, maar een simpele reflectie op de overvolle markt van coaches, influencers en online trainingen ontbreekt volledig.
Er staan stukken in waarvan ik als buitenstaander echt denk: ongelooflijk dat je dit zo ziet. Natuurlijk is het haar belevingswereld, maar doordat die nergens wordt gespiegeld, gerelativeerd of bevraagd, voelt het eendimensionaal.
Uiteindelijk voelt het boek deels pretentieus en betweterig. Het gaat niet zozeer over please-gedrag, maar over het tentoonspreiden van één overtuigde blik op het leven en de maatschappij. Die blik wordt nauwelijks opengezet voor nuance of andere interpretaties. De belofte die het boek doet, wordt wat mij betreft niet waargemaakt. En daardoor vind ik het, alles bij elkaar genomen, geen goed boek.
Ik verwachtte een autobiografisch verhaal met pleasen als hoofdthema en hier een daar een helpend inzicht, maar ik vond mijzelf al snel vooral door stukken tekst heenworstelen over allerlei onderwerpen als femicide, alternatieve geneeswijzen, de “patriarchale” arbeidsmarkt (hoezo is het zzp’er-schap de vlucht van vrouwen uit de patriarchale arbeidsmarkt?!), etc. Hoewel de auteur regelmatig erg eerlijk is naar zichzelf toe en oordelen over eigen tekortkomingen niet uit de weg gaat, stoorde ik mij ontzettend aan de regelmatig verbijsterend ongefundeerde uitspraken die de schrijver óók maakt. De schrijfstijl is bij vlagen geaffecteerd en wollig. De belerende toon en de veelal haast zeurderige “inzichten” die worden gepresenteerd als “zo zit de wereld in elkaar” begonnen mij enorm tegen te staan. En de stukken over de gesprekken die ze voert met haar partner over hun relatie en wat daaraan stroef loopt, zo verschrikkelijk egocentrisch geschreven, zonder wérkelijk geïnteresseerd lijken te zijn in wat de ander nodig heeft en wat de ander ervaart, vond ik echt heel tenenkrommend.
Als de schrijver bij het uitdiepen van haar ervaringen met pleasen was gebleven had ik dit een veel waardevoller boek kunnen vinden. Dit boek heeft echter één ding heel duidelijk gemaakt voor mij: in het vervolg leg ik een boek gewoon weg als ik zo’n jeuk krijg van de eerste 50 pagina’s zoals hier het geval was.
Ik begin geloof ik te bestaan van Johanna Nolet is een indrukwekkend boek dat me op meer vlakken raakte dan ik van tevoren had durven hopen. Het is zó herkenbaar: over pleasen, jezelf wegcijferen, je voortdurend gedienstig opstellen in relaties en situaties.
Wat me vooral trof, is hoe het boek op een invoelende manier inzicht geeft in patronen waar ik me deels wel bewust van was, maar die ik nu pas echt ben gaan doorvoelen. Het bood me niet alleen herkenning, maar ook troost en hoop. Het heeft me laten inzien hoe vaak ik mezelf tekortdoe — en hoe dat anders kan.
De schrijfstijl is toegankelijk en prettig. Nolet gebruikt praktische voorbeelden en alledaagse situaties die het boek makkelijk leesbaar maken en tegelijk diep binnenkomen.
Een aanrader voor iedereen die zichzelf soms dreigt kwijt te raken in het zorgen voor anderen. 🤍
3,5 ik verwachtte een boek over pleasing met een persoonlijke insteek, dit was een memoir met pleasen als een van de thema’s. ook mooi, maar dus verhalender en minder instruerend of daarin baanbrekend dan verwacht (ik heb ook de body keeps the score en the holistic psychologist voorbij zien komen in 2020). sommige anecdotes waren wel erg herkenbaar en daarin kon ik zeker ook een les halen, en een solide structuur.
Mijn verwachtingen van dit boek waren denk ik anders. Ik vond het boek erg langdradig en heb vaak pagina’s gescand om door een hoofdstuk heen te komen. Te veel details over haar leven wat mij niet zo geïnteresseerd gezien ik haar niet ken. Zat veel potentie in dit boek, maar naar mijn inziens kwam dat er niet uit
Moedig, dapper, gecompliceerd. Wat een moed om zo kwetsbaar naar binnen te gaan en jezelf te aanschouwen. Je uiterlijk, je tekortkomingen, je sterke punten . Op zoek naar verbinding met jezelf en je dierbaren en jouw omgeving. Pfoe heel veel respect.
3,5 Ik heb dit boek beluisterd. Het is vlot geschreven met hier en daar een humoristische noot. Met momenten geraakte ik de draad wat kwijt over wat het nog met pleasen te maken had. Soms ging het precies meer over feminisme. Maar al bij al een goed boek. Nu zelf n9g van het pleasen af geraken 😉
Geluisterd als luisterboek. Interessante bespiegelingen en mooie inzichten, vond het soms wat teveel hak op de tak qua wat er (aan begrippen) bij werd gehaald, waardoor het in mijn ogen aan kracht verloor.
Ik vond dit grotendeels echt prachtig. Heel veel kwam precies op een goed moment en het is toch nog wel heel herkenbaar, ondanks dat ik me niet echt een pleaser zou noemen. Misschien ben ik dat dan toch.
Er zit ook wel een deel in wat me wat te vaag en te ongrijpbaar was.
Het hoofdstuk ivm mentale belasting is een mustread voor iedereen en verdient 5 sterren. De rest van het boek varieert van interessant en entertainend naar saai en too much detail.