In de zomer van 1999 vertrekt de familie Vilderink naar het Tsjechische Žamberk voor de jaarlijkse uitwisseling van de tennisclub. Jongste zoon Timmie lijkt als enige over talent en doorzettingsvermogen te beschikken, puberdochter Leonie is bezig met het ontdekken van haar seksualiteit en heeft als ontluikende kunstenaar haar zinnen gezet op Berlijn, oudste zoon Alex is vooral op zoek naar vrijheid. Hij reist per fiets naar Žamberk, maar niet alleen omdat hij geen zin heeft om meer dan duizend kilometer met zijn familie in een busje te zitten. Ondertussen vertoont het huwelijk van ouders Peter en Janine al een tijd barstjes, de kinderen lijken het enige wat hen nog bindt. Met het naderende onheil van de millenniumwisseling in het verschiet zoeken alle familieleden onderweg naar Žamberk naar een mogelijkheid om hun leven een radicale wending te geven.
Martijn Simons (1985) studeerde Nederlandse taal en cultuur. Hij debuteerde eind 2009 met het korte verhaal ‘De cavia’ in De Gids. In 2010 verscheen zijn debuutroman Zomerslaap, die enthousiast werd ontvangen. In 2015 verscheen zijn tweede roman Ik heet Julius.
Niet uitgelezen. Ik vluchtte net weg uit The Bee Sting van Paul Murray omdat de puberale protagonisten bij mij absoluut geen enkele betrokkenheid wisten te ontlokken. Hier bij deze familie exact hetzelfde. Geen herkenning van gedeelde ervaringen, enkel ergernis aan karaktertrekken waar ik in de realiteit al te veel mee geconfronteerd word. Waarom zou ik er dan nog over lezen?
Heerlijk. Mensen die uit hoogmoed en gebrek aan zelfreflectie hun eigen glazen weten in te gooien. Ondanks het aantal pagina's toch vlot doorheen gelezen. Erg vermakelijk.