In de vroege zomer van 1944, kort nadat geallieerde troepen geland waren op de stranden van Normandië, meldt Gijs van Hall zich bij de Rijksverzekeringsbank aan de Apollolaan in Amsterdam. Het is het begin van een gewaagde miljoenendans. Willem de Bell volgt de broers Wally en Gijs van Hall en vertelt het verhaal van een ondergrondse bank. Hij zoekt het spoor terug langs een sigarenkistje op het gazon van een villa in Bentveld, een rafelig zakboekje, runners op Wall Street en een wiegje in een achterhuis. De Bell stuit gaandeweg op verloren fragmenten, als bij een portret waarvan de achtergrond is overgeschilderd.
⭐️ 1,5: Het verzet van de gebroeders Van Hall en hun medestanders spreekt tot de verbeelding en hier wilde ik graag meer over weten. De auteur Willem de Bel heeft duidelijk veel onderzoek gedaan en verwijst in het boek naar veel bronnen. Van Bel legt uit dat een reconstructie van wat Wally en Gijs van Hall en hun mede verzetsstrijders hebben gedaan lastig te maken is, want weinigen houden in verzetstijd gedetailleerde informatie bij. Toch geeft de auteur een beschrijving van de wijze waarop het verzet aan geld kon komen voor onderduikers en (spoorweg) stakers. De schrijfstijl is voor mij helaas te ingewikkeld. Er worden ten eerste veel zijpaden genomen en deze starten dan bijvoorbeeld met een citaat of een irrelevante beschrijving. Ik vroeg me regelmatig af: Over welke persoon of over welk onderwerp gaat dit nu? Ten tweede vond ik de tijdslijnen in alinea’s soms onbegrijpelijk. Ik had liever meer concrete uitleg gekregen over hoe bepaalde zaken mogelijk zijn gegaan in plaats van de soms poëtische woorden van de auteur. Hij schrijft vaak aan het begin of einde van een alinea of paragraaf een aantal niet altijd lekker te volgen zinnen (om in het boek een zekere spanning te krijgen?) maar dat gaf mij regelmatig meer verwarring. Uit belangstelling voor het onderwerp heb ik het boek uiteindelijk wel uitgelezen maar ik vind het helaas absoluut geen aanrader.