In een klein plattenlandsdorpje is er helemaal niets, behalve modder. De jonge Ype zit zich stierlijk te vervelen. Totdat hij op het idee komt om een weg te bouwen naar de stad. Maar met de weg komt de wereld naar binnen, en versnelt de tijd. De dorpelingen vertrekken en er komen vreemdelingen voor in de plaats die hier niets te zoeken hebben. Het zijn dagjesmensen en import, krakelingen en buitenlanders die nooit niks verstaan. Ypes weg wordt bevolkt door ongure types, die het als raceparcours gaan gebruiken. En zijn dochter snapt niet dat ze naar haar vader moet luisteren en advocaat/dokter/professor moet worden. Terwijl Ype in de ban raakt van zijn gloednieuwe kleurentelevisie, doet zijn dochter zwaar, vuil werk, ze rookt, drinkt en hangt rond op het parcours. In de velden klinken explosies van carbid en opgevoerde automotoren.
De nieuwe weg is een verhaal over een periode die tegelijkertijd lang vervlogen en heel dichtbij is. Het vertelt over de onoverbrugbare kloof tussen generaties en de diepmenselijke wens te ontsnappen aan tijd en realiteit – of dat nu over een weg is, met een onmogelijk snelle auto, via het beeldscherm of door een slok zelfgestookte alcohol.
Christine Bax (Loon op Zand, 1991) is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze studeerde aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht en aan Scuola Holden in Turijn. Haar korte verhalen en columns werden gepubliceerd in onder andere Papieren Helden, De Revisor en Het Financieele Dagblad.
We bevinden ons al lezend in De nieuwe weg, het romandebuut van beeldend kunstenaar Christine Bax, ergens in het hoge noorden van ons land, in een gebied dat de kop van Friesland zou kunnen zijn. Zompig, uitgestrekt platteland met ruim verspreid gesitueerde gehuchten. Slecht onderhouden landweggetjes, natte weilanden, vaarten waar regelmatig mensen (jongens vooral) in verdrinken.
Het lijkt er tijdloos, maar al lezend merk je dat er wat verandert. Er loopt een weinig zichtbare lijn van pakweg vijftiger jaren vorige eeuw naar decennia later. Terwijl er in het begin van het boek nog uren gelopen moet worden om ergens te komen, zien we later in het boek brommers en vervolgens auto’s. Ook de televisie doet er zijn intrede en niet zonder effect: waar de dorpjes eerst nog hun eigen tongval hadden, zorgt de televisie allengs voor een eenheidstaal, voor uniformiteit. Er ‘gebeurt’ dus wel wat, maar het is in de marge van het bestaan van de mensen die er wonen.