Een even klein als fijn boek. Dat Micha (onder meer) dichter van professie is, merk je aan alles, van de trucs die hij uithaalt met de opmaak, tot het heel minutieus in een paar woorden scenario's kunnen neerzetten. Dat betekent ook dat het als roman totaal onconventioneel is. Er wordt geneukt, er wordt gedanst, er wordt geruzied, er wordt gezwegen, er wordt geschreven, en er komt opeens een Raspoetin langs. Zoiets.
Normaal irriteer ik me rot aan dat soort geneuzel, maar omdat het boek zo lekker kort is, is het gewoon een fijne koortstrip vol ingenieuze vondsten in taal en teken.
Bonuspunten voor de mysterieuze rol die gespeeld wordt door het vuur. Favoriete zin daarover: "de haard raast van de royale ladingen hout die hij mag verzwelgen". Doe mij 100 van die zinnen, en ik heb nooit meer een nieuw boek nodig. Maar het vuur lijkt ook te fungeren als indicator van hoe het gaat met de mensen en hun relatie, plus een aankondiging van het onvermijdelijke einde.