Lang hadden we de utopische verwachting dat elke generatie het beter zou hebben, nu durven we ons niet eens meer een toekomst voor onze kinderen voor te stellen. In Optimisme zonder hoop betoogt Tommy Wieringa dat de klimaatcrisis ons heeft opgezadeld met een vorm van toekomstloosheid die zonder precedent is in de menselijke geschiedenis.
Hoop bewijst haar nut in crises met een natuurlijk einde, zoals oorlogen en pandemieën, in de klimaatcrisis blijkt ze van weinig waarde. Maar geef je de hoop op, stelt Wieringa, dan ontdoe je je ook meteen van de hopeloosheid. Optimisme zonder hoop is een mentaliteit die je in staat stelt een paar snippers leefbare toekomst te verdedigen, ongeacht het resultaat.
Tommy Wieringa (born 20 May 1967 in Goor, Overijssel) is a Dutch writer. He received the Ferdinand Bordewijk Prijs in 2006 for his novel Joe Speedboat.
Tommy Wieringa toont en gebruikt zijn literaire spierballen om je in dit 'Maand van de Filosofie'-geschenk eerst zo'n 75 pagina's lang murw te slaan met de welbekende verontrustende voortekenen en onontkoombare doemscenario's die de aarde en ons bestaan bedreigen. Hij sneert, citeert en filosofeert tot je er haast misselijk van wordt. Ik heb me zelden zo 'ingepeperd' gevoeld met rauwe feiten op papier dan hier, waaruit ik kan besluiten dat Tommy zich in topvorm voelde toen hij dit mocht schrijven, inclusief zijn kritiek op het valse positivisme van Bas Haring, wiens Kaas en de evolutietheorie ik nochtans geweldig vond, en zijn respect voor Ton Lemaire, wiens Filosofie van het Landschap ik al jaren op mijn leeslijst heb staan en nu écht eens moet gaan lezen.
In de laatste 15 bladzijden zalft hij, voor zover dat nog mogelijk is na de mokerslagen die hij heeft uitgedeeld. Zijn 'optimisme zonder hoop' klonk voor mij aanvankelijk als een spiegeling van wat ik kortgeleden bij Byung-Chul Han las, in diens The Spirit of Hope; alsof Wieringa Han's invulling van de termen hoop en optimisme gewoon had omgewisseld, maar eigenlijk precies hetzelfde wilde zeggen, m.n. dat we zonder enige toekomstverwachtingen tot actie moeten of kunnen overgaan.
Byung-Chul Han mikt daarbij op het verbindende van de hoop; Wieringa gedeeltelijk ook, maar voor hem volstaat het al om bomen te planten of dagelijks het zwerfplastic langs de dijkberm op te rapen. De voeling en ervaring die beide heren hebben met het boeddhisme en het taoïsme zijn daarin duidelijke raad- en richtinggevers. Dus ja, de filosoof en de schrijver vertellen ons quasi hetzelfde en het blijft nodig dat ze dat doen, al was het maar om ons bomen te doen planten als verbindende daad zonder verwachtingen. 3,5*
Fenomenaal geschreven essay dat start met de onafwendbare klimaatcrisis, doorpakt met een fel betoog tegen Trump en zijn techvrienden en uitmondt in een aanmoediging om bomen te planten, te demonstreren of afscheid te nemen van social media. In een lange, zonnige koffiepauze gelezen.
Las als een nawoord bij het voor mij wat teleurstellende Nirwana.
Een zeer goed essay, maar, let op, je wordt er wel depressief van. Weinig lichtpuntjes te bespeuren. Volgens de auteur heeft Hannah Arendt ooit gezegd of geschreven: "Het is een gevaarlijk moment in de tijd als de slechtsten hun vrees verliezen en de besten hun hoop." Ik vrees dat we nu in zo'n tijd leven. Waar is de hoop? Waar is het optimisme? Terwijl heden ten dage echt wel alle hoop is vervlogen, pleit Wieringa voor optimisme. Wat moeten we anders?
"Waar de hoop in het licht van de crisis van milieu en klimaat verzuimde een duurzaam activerend principe te zijn, is het optimisme zonder hoop een blijvende stuwende kracht die je in staat stelt de goede dingen te blijven doen zonder dat er een onmiddellijke beloning volgt." (p. 84)
Knap geschreven en helder verwoord essay over deze urgente kwestie. De invulling van het begrip of concept 'hoop' wordt in dit essay niet bekeken zoals bij geloof of religie, maar als een kracht die oproept om nú - al was het maar door kleine handelingen en keuzes - in actie te komen. En zo een verschil te maken, al is dat misschien minimaal en is de uitkomst van het handelen uiterst onzeker.
Mijn eerste aanraking met Tommy Wieringa. In optimisme zonder hoop vat Wieringa nog eens samen waar we ons als samenleving bevinden in de grote verschuivingen op het gebied van klimaatverandering, politiek en big-tech en de onlosmakelijke verbintenis van deze thema’s.
Door de korte maar scherpe analyse van geschiedenis en toekomst en de koppeling met het nu (denk aan Amitav Ghosh - The Great Derangement) identificeert Wieringa een vorm van toekomstloosheid zonder precedent. Dit houdt in dat de klimaatcrisis een fenomeen is dat zich niet laat vergelijken met een eerder voorval in de geschiedenis waar we dezelfde veranderingen aan toe kunnen schrijven. Scheuren in het asfalt / licht aan het einde van de tunnel resulteert in hoop, maar in het geval van het onbekende en oneindige vervormt de hoop in hopeloosheid ("hoop bewijst zijn waarde in het voorbijgaande...met een mogelijk eindige duur" p. 79). Wieringa pleit voor een wisseling van 'grondhouding'.
De vlotheid, spelingen in taal, de wisselingen in geografische schaal (e.g. blz 40) en een goeie dosis humor (H10 is mijn favoriet) om de ernstige gevoelens paliatief te dempen scheppen een lezenswaardig essay. Misschien toch maar eens Joe Speedboot lezen.
Tja. Je hoeft maar 10 seconden van een recent mediamoment met Wieringa gezien of gehoord te hebben om te weten wat er in dit boekje staat. De rest is aankleding. Of eerder: snedige ballast, semi-eloquent verwoord.
Overigens zit er m.i. zeker wijsheid in die uiteindelijke 10 seconden-boodschap: ‘je hebt geen hoop nodig om iets goeds doen voor de wereld’. Helemaal eens. Dat je daarvoor hoop nodig hebt, lijkt ook mij onzin.
Maar waarom er een ellenlange aanloop vol met wanhoop (80 pagina’s, met vrij modieuze en clichématige wanhoop bovendien) nodig is, om tot die boodschap te komen, ontgaat mij. Want zoals het goede prima zonder hoop kan, kan het ook zonder wanhoop hoor, meneer Wieringa.
In dat opzicht vind ik het opvallend dat mijn heldin Hannah Arendt hier zo eenzijdig wordt opgevoerd, namelijk alleen maar als de profetes van ‘donkere tijden’. En niet (en dat is echt een misser) in haar andere, minstens even belangrijke gedaante als brenger van de boodschap dat wij mensen uit kracht van onze geboorte in staat zijn om op elk moment iets volstrekt nieuws te beginnen.
Hoopvol of juist niet, de mens zal altijd blijven handelen. En daar zal ook altijd wél iets ‘goeds’ tussen zitten of uit voortkomen. Gewoon omdat wij mensen zijn.
Jawadde dadde. Lig hier nu al enkele minuten te weifelen tussen 4 en 5 hemellichamen. Er waren de geringe lengte van het werk en een interessedipje langs mijn kant halverwege, maar ook een bijzonder inspirerende boodschap en een krachtig slot. Herevaluatie aanstaande, in de tussentijd onderschrijf ik het enthousiasme van Wood-E alvast volledig!
Krachtig geschreven essay. De hoop begin je steeds meer te verliezen na elk gelezen bladzijde. Daarnaast neemt de angst op een slechte afloop met de wereld toe. Vlijmscherp beschrijft hij de klimaatcrisis, vervolgens behandelt hij Trump met zijn techno vrienden, die er alles aan doen om chaos te creëren. Deze chaos is de voedingsbodem voor de autocratische regeringsleiders. Wieringa sluit het essay rustig af met het advies om social media in de wilgen te hangen, die jezelf plant en vele andere bomen.
Na eerst een artikel van Mara van der Lugt in de Groene over hoopvol pessimisme zie hier nu een pleidooi voor optimisme zonder hoop. Hoe je er ook naar kijkt, feit blijft dat de situatie fucked is. Maar laat ons dat niet doen vervallen tot passiviteit, want dan is het zeker dat de zaak is verloren.
p.s. Ik ga verhuizen naar StoryGraph, het is daar net zo lekker lezen maar dan zonder Bezos die je data steelt om z’n zakken te vullen. Kom gezellig mee!
Hoe om te gaan met de klimaatcrisis? welke houding moet men zich aanmeten? in ieder geval niet van de hoop, maar die van het 'optimisme zonder verwachtingen'. En nee, dat is geen Candide on steroids, aldus Wieringa.
Wat het wel is, en hoe we deze 'grondhouding' moeten vasthouden, is me niet duidelijk geworden.
Wel moeten we gewoon lekker veel bomen planten en dan zien we wel en kijken we nog ff!!!
Dit essay is een oproep tot actie, tot reflectie en tot leven met overtuiging. Het leest als een pleidooi om koers te houden, juist wanneer de uitkomst onzeker is. Geen hoop als vluchtweg, maar optimisme als principiële keuze.
"En als het allemaal vergeefs zal blijken.....dan nog zal dit voor altijd hebben bestaan."
Mooi geschreven essay dat de vinger legt op de slagader van deze tijd. Zonder dat Camus genoemd wordt ademt dit werk de inzichten uit de Mythe van Sisyphus.
Mooi geschreven essay, maar een deprimerend verhaal. Ik vond het helaas wat aan de oppervlakte blijven, had meer filosofische discussie verwacht over wat het is om hoop te hebben, wat het verschil is met optimisme, en hoe er optimisme zonder hoop kan zijn en of we inderdaad daar naar moeten streven. Dit essay voelde voor mij meer als een persoonlijke worsteling van Wieringa met het huidige tijdperk en zijn depressieve gedachtes erover. Al erken ik zeker dat de huidige tijd hopeloos aan kan voelen, ben ik er zelf niet over uit of dat het ook ís.
Het thema van dit jaar is ‘Mij een zorg’. Daar kon Tommy Wieringa mee uit de voeten voor het Essay en schreef een stuk over hoe om te gaan met een toekomst vol zorgen. Hij begint met een persoonlijke inslag door terug te blikken op de tijd dat hij vader werd. Daarvoor was zijn enige grote zorg genoeg inkomen genereren uit zijn schrijversbestaan. Toen hij kinderen kreeg, kregen zijn gedachten een andere vorm: “Vader zijn, hoeveel angsten zijn dat? Het boze oog is overal. Ik herinner me de jonge automobilist die elke dag over de smalle dijkweg langs het huis schoot.” Hij reed hem achterna voor een goed gesprek. Later viel hem binnen dat hij min of meer een scène uit De wereld volgens Garp herbeleefde, gevolgd door een typische Wieringa-observatie: “De literatuur leeft je het leven tot in detail voor.”
Scherp essay. Wieringa schrijft vlot en mooi, daardoor 'zit' je als het ware meteen in het essay. Zonder hoop geen hopeloosheid, maar zonder hoop ben je per definitie hoop-loos zou ik zeggen. Bovendien is een vraag die ik voortdurend had: waar fundeer je de hoop (waar Wieringa van af wil) dan in eerste instantie in?
Wieringa eindigt met een pleidooi om in actie te komen - ook het niet-steunen van de tech-oligarchen en anderen is een vorm van in actie komen - en om bomen te planten. Dat laatste kan ik alleen maar toejuichen. Iets doen is natuurlijk altijd beter dan niets doen en het maar gelaten laten gebeuren. Maar, juist de handeling van het planten van bomen zou ik als een daad van hoop zien: de hoop dat het bijdraagt aan reductie van de uitstoot, dat het de impact van de veranderingen tempert. Iemand zei ooit: optimisme en pessimisme zijn gebaseerd op de feiten; hoop is ondanks de feiten.
Wat een idee om het nieuwe jaar te beginnen met een pleidooi om de hoop op te geven, en daarmee de hopeloosheid. Tommy Wieringa kan mooi schrijven, en dat doet hij ook, en de these is interessant. Namelijk dat hoop een ontoereikende levenshouding is in het licht van de niet te bevatten omvang van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Die over pakweg 100.000 jaar eens een keer zal zijn uitgewoed. Maar ik ben het er helemaal niet mee eens. Optimisme is de handeling, hoop is de verwachting, zegt Wieringa, en de handeling is noodzakelijk (plant een boom), maar die hoeft geen perspectief te hebben. Ruim het zwerfafval op zonder de verwachting dat het schoon blijft. Maar de handeling is juist de hoop. In die zin is dit boekje een perfecte tegenhanger van het boek van Joanna Macy, waarin actieve hoop het adagium is. En daarin zit ook een belangrijke dimensie die Wieringa vergeet, namelijk die van het collectief. Tommy loopt als een eenzame ridder al afval rapend te mokken over de gewetenloze techneuten en despotische wereldleiders die alles naar de verdoemenis helpen, maar hey, je bent de enige niet. Wel weer een hele leeslijst overgehouden hieraan.
Optimisme zonder hoop is een verschrikkelijk goed geschreven essay over wat te doen als hoop verdwijnt. Want, zo stelt Tommy Wieringa, nu dat we ons niet meer van de klimaatcrisis kunnen afwenden, verdwijnt de hoop op een toekomst. Terwijl Westerse landen omwille van angst naarstig om zich heen grijpen naar autoritaire figuren om zekerheid te krijgen, lijkt het alsof we terug glijden naar een foedalistisch staatsbestuur.
Als dit het geval is, dan kunnen we alleen maar uit optimisme handelen. Het optimisme loskoppelen van hoop en ons best doen. Iets minder vlees eten, ons blijven informeren, bomen planten, plastic oprapen, etc. Het haalt misschien niks uit maar we hebben ons best gedaan. Als dit het einde is van "het einde van de geschiedenis" dan zijn we er in ieder geval geweest. We hebben dit meegemaakt.
Zelf vind ik dat hoop nog wel degelijk een mogelijkheid is, iets dat waar we in moeten blijven geloven. Zonder hoop is er geen betere toekomst voorstelbaar. En ik wil de voorstelling van een betere toekomst niet verliezen.
"Niet het wijsgerige optimisme dat de wereld beschouwt als de beste van alle mogelijke werelden, maar een optimisme van het temperament, dat zich ziende blind houdt en me in staat staalt te handelen zonder de verwachting dat het beter wordt." Dit is de definitie van hop volgens Wieringa. Hoop is dus volgens hem niet denken dat alles vanzelf goed komt, maar wél de moed en energie hebben om door te gaan en dingen te doen, zelfs als je niet weet of het resultaat beter zal zijn. Krachtig essay. Vlot geschreven.
Erg mooi geschreven met een goede portie filosofie. Hoewel het boek misschien niet zo was bedoeld, putte ik er toch zo mijn delen optimisme uit en gaf Wieringa woorden aan abstractheden die ik voorheen nog niet verwoord had gezien. Wat hij zegt over Optimisme zonder hoop, is zeer inspirerend en een goede houvast voor de komende stormen van de toekomst.
Lekker opbeurend boekje voor een kersverse vader... De bekende klimaatcrisis wordt op literaire wijze in je gezicht gesmeten en laat je gedesoriënteerd achter. Het verschil dat gemaakt wordt tussen hoop en optimisme is misschien een beetje een definitiekwestie, maar hoe dan ook vond ik de focus op het goede handelen, ongeacht de uitkomst, een helpende perspectief. Actie als remedie voor de machteloosheid. Ook al verandert het misschien - waarschijnlijk - geen drol.
Ik heb dit essay van duistere mijmeringen en angsten twee keer beluisterd, 1. Omdat het fenomenaal geschreven is 2. Omdat het precies de juiste snaar raakt wat betreft ons 'verlies aan toekomst' door de klimaatcrisis en 3. Omdat Wieringa het prachtig voordraagt. Mijn favoriet: "[ankers] bedekt met een psoriasis van roest. De vraag die zulke ankers oproepen is deze: waar zijn hun schepen gebleven?"