Bespreking van 'Morele ambitie', verschenen in het Nederlands Dagblad op 20 apr 2024.
Zijn martelaren en monniken mislukkelingen? Volgens Rutger Bregman, die het populaire boek Morele ambitie schreef, wel. Theoloog en bedrijfskundige Tabitha van Krimpen kijkt er anders naar. 'Een goed leven gaat misschien niet altijd over zelf op het podium staan en oogsten.'
Al sinds het boek verscheen, staat het in de top 3 van bestverkochte boeken: Rutger Bregmans Morele ambitie. Met zijn oproep om 'te stoppen met het verspillen van je talent en werk te maken van je idealen' wil hij mensen in beweging krijgen. Hij raakt een snaar en velen zoeken naar een betekenisvolle baan waarin ze bijdragen aan een betere wereld. Dat is een boodschap waar je als christen eigenlijk niet tegen kan zijn, toch? Wel is het belangrijk om te kijken wat er achter 'het evangelie van Bregman' (ND, 29 maart) zit en hoe 'Bregmans Bijbel' (zoals Tommy
Wieringa in de Volkskrantschreef) ons een spiegel van deze tijd voorhoudt. Neem je de onuitgesproken aannames in het boek onder de loep, dan blijkt dat het evangelie van deze 'morele hogepriester' (ook een omschrijving uit de Volkskrant) toch ver verwijderd is van het christelijke goede nieuws.
'Morele ambitie begint met een simpel besef: je hebt maar één leven. De tijd die je rest op deze aarde is je kostbaarste bezit', staat aan het begin van het boek. Je moet 'werk maken van je idealen' en Bregmans elfde gebod lijkt te zijn dat je alles uit je leven moet halen wat erin zit. Het verspillen van talent blijkt bij Bregman een van de grootste zondes te zijn. Er zit een mensbeeld achter van de
'human resource', de mens als productiemiddel die is wat hij of zij produceert. Bregman past bij het modernedenken waarin het 'potentieel' van mensen zo veel mogelijk benut moet worden, een argument dat ook terugkomt in bijvoorbeeld discussies over vrouwen en werk. Het idee dat je werk voor een groot deel je identiteit bepaalt, is onderdeel van het mensbeeld van Bregman. 'Een fulltime carrière bestaat uit 80.000 uur, oftewel 10.000 werkdagen, oftewel 2000 werkweken. Hoe je die tijd besteedt, is een van de belangrijkste morele vragen in je leven.' Wat voor werk je doet en wat je daarmee bereikt, bepaalt voor Bregman hoe succesvol en geslaagd jij bent als mens.
Met dit mensbeeld sluit Bregman naadloos aan op deze tijd waarin we onder invloed van het neoliberalisme vooral zijn gaan denken in winnaars en verliezers. 'Beschouw winnen als je morele plicht', roept hij de lezer op. Je moet als individu zélf de juiste keuzes maken, zorgen dat je morele ambitie hebt en dat jouw idealen werkelijkheid worden. Je moet slim en berekenend te werk gaan, de juiste mensen om je heen verzamelen en door hard te werken zorgen voor je eigen succes en dat 'je aan de goede kant van de geschiedenis staat'. Lukt dat, dan ben je een selfmade winnaar. Lukt dat niet, dan ben je een loser die zijn falen enkel aan zichzelf te danken heeft.
Bregman lijkt te geloven in de mythe van de meritocratie: iedereen die hard werkt en z'n best doet, zal krijgen wat hij/zij verdient en zal slagen. Voor de weerbarstige werkelijkheid, voor de ongelijkheid die er is en dat niet iedereen dezelfde startpositie heeft in het leven, heeft Bregman weinig oog.
materialistisch wereldbeeld
Deze nadruk op ambitie, winnen en zelfverwezenlijking gaan wat mij betreft moeilijk samen met moraliteit. Volgens Bregman moet je je inzetten voor een betere wereld, maar wat precies het goede is, blijft onduidelijk. Er is bij hem niet een duidelijke bron voor het goede. Wel heeft hij aandacht voor een berekenende, zogeheten utilitaristische benadering waarbij het redden van vijf levens altijd beter is dan vier. Ook daarin past Bregman bij het dominante denken waarbij alles wat je ziet en dus kunt meten het enige is dat bestaat. In zijn materialistische wereldbeeld wordt de waarde van dingen teruggebracht tot de vraag of je het kunt meten en effectief kunt inzetten. De 60.000
uur die een boeddhistische monnik mediteerde, zijn wat Bregman betreft vrij nutteloos. In technologische vooruitgang heeft hij meer vertrouwen en hij haalt een psycholoog aan die zegt: 'Het team dat schone en overvloedige energie voor de hele wereld regelt zal de mensheid meer goeds brengen dan alle heiligen, helden, profeten, martelaren en laureaten uit de geschiedenis bij elkaar.'
nutteloze monnik
Een dergelijk citaat zorgt bij mij voor kromme tenen. Martelaren en monniken zijn bij Bregman onproductieve mislukkelingen. En dat terwijl juist martelaren en monniken anderen kunnen leren wat een goed leven ten diepste is. Dat een goed leven misschien niet gaat over altijd zelf op het podium staan en oogsten wat je hebt gezaaid, maar dat zelfopoffering en het sterven aan je ego nodig zijn om echt iets bij te kunnen dragen aan een betere wereld. Pas als je gericht bent op de ander en in staat bent tot dienstbaar leiderschap, zie je wat de nood van de wereld eigenlijk is. Beter nog: de nood van de ander. 'Wie één mensenleven redt, redt de hele wereld', zo staat er in
de Talmoed. Voor Bregman is dat echter niet genoeg. Een mantelzorger die jarenlang voor een naaste zorgt is niet moreel ambitieus, want met één iemand verzorgen blijft je invloed klein. Of denk aan de schoonmaker bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA die, als president John. F. Kennedy in 1961 hem vraagt wat hij doet, zegt: 'Ik help een man op de maan te zetten.' Ook dat is voor Bregman niet voldoende, want je moet zélf die plek op de maan bemachtigen. Meer morele ambitie om mensen aan te moedigen het onderwijs en de zorg in te gaan, plekken waar je echt verschil kunt maken, juich ik van harte toe, maar daar gaat het Bregman niet om. Nee, hij wordt vooral enthousiast van mensen die zich inzetten voor nieuwe uitvindingen en de grootste uitdagingen van deze tijd. We moeten allemaal de mouwen opstropen en met een VOC-mentaliteit, maar dan met een moreel sausje, voorwaarts om vandaag nog die betere wereld dichterbij te brengen.
genade
Een christelijke visie is volgens mij fundamenteel anders. 'Het kapitalisme vertelt ons hard te werken en te verdienen, het christendom vertelt ons dat genade gratis is', zo zegt theoloog Kathryn Tanner treffend. Het christelijk geloof praat ons geen schuldgevoel aan als het niet lukt om de hemel op aarde te creëren. Juist het ploeteren, het vallen en voorzichtig opkrabbelen hoort helemaal bij wat het betekent mens te zijn. Het christelijk geloof helpt om op een ontspannen manier in het leven te staan. Dat mag niet vervallen in passiviteit en ja, we hebben een verantwoordelijkheid om van betekenis te zijn voor anderen en om liefde en licht te verspreiden. Toch hangt het gelukkig niet allemaal af van onze individuele morele ambitie en hoe dit ons 'levensproject' tot een succes maakt. In verbinding met anderen en met gemeenschappen als de kerk komen we werkelijk tot ons recht. Het juk is van ons afgenomen, we mogen leven van genade. Dat evangelie is een stuk heilzamer dan dat van Bregman, daar ben ik van overtuigd.