Franz Junghuhn (1809-1864) was een onwaarschijnlijk veelzijdig geleerde die de natuur in haar totaliteit wilde begrijpen. Hij beschouwde haar als een organisme waarin geen enkel element op zichzelf kan bestaan, ook de mens niet. Junghuhn was een tijdgenoot van de beroemde vader van de ecologie Alexander von Humboldt (1769-1859), met wie hij correspondeerde, en die zijn werk bewonderde. Humboldt schreef onder 'Het deed me plezier u in levenden lijve te kunnen vertellen hoeveel ik van uw rijke werk heb opgestoken. Ik pochte er een paar dagen geleden nog mee tegen de Nederlandse prins Frederik.' Niemand kende de tientallen vulkanen van Java beter dan Franz Junghuhn. Hij beklom ze bijna allemaal vele keren. Hij bestudeerde ze, tekende ze en deed baanbrekende ontdekkingen over hun ontstaan. In lyrische bewoordingen beschreef hij hun schoonheid en met ontsteltenis hun woedende uitbarstingen. Daarnaast verzamelde hij duizenden planten en fossielen en beschreef in detail Java's begroeiing en geologie. Zijn biografie leest als een avonturenroman.
Bosma beschrijft het bewogen leven van Franz Junghuhn, een Duits-Nederlandse veelzijdige geleerde die als ontdekkingsreiziger, geoloog en cartograaf werkte in Nederlands Indië, halverwege de negentiende eeuw. Ondanks zijn omvangrijke en in zijn tijd invloedrijke werk is hij nauwelijks bekend in de huidige wetenschappelijke wereld. Bosma komt de eer toe dit doorbroken te hebben. Junghuhn is een vertegenwoordiger van de Duitse "Naturphilosophen", waartoe ook Von Humboldt, Goethe, Reichert en Meckel gerekend worden. Deze stroming beschouwde de natuur als een organisch doorlopende lijn, waarbij de mens aan de top stond en andere planten en dieren eerder waren afgesplitst. Junghuhn wordt door Bosma neergezet als ecoloog, maar net als Von Humboldt is het een ecologie uit een vervlogen tijd, die mijlenver afstaat van de huidige ecologie. Bosma noemt Junghuhn ook als wegbereider voor de evolutieleer van Darwin, maar dat lijkt me niet terecht. Darwin verwijst nergens naar Junghuhn of andere natuurfilosofen, ook merkwaardigerwijze niet naar Reichert en Meckel, alleen naar Agassiz, en naar Goethe alleen in verband met de "wet van compensatie", niet in verband met een evolutieprincipe. De reden kan zijn dat de natuurfilosofen om religieuze redenen sterk afwijzend stonden ten opzichte van het idee van evolutie, d.w.z. veranderlijkheid van soorten. De biografie van Bosma is uitstekend leesbaar, al vond ik wel de gedetailleerde weergave van het gekonkel in de wetenschappelijke en bestuurlijke wereld waar Junghuhn in opereerde, op den duur vervelend worden. Liever had ik meer gelezen over de inhoud van Junghuhns werk. Het boek heet "Leven op een vulkaan", maar het gaat nauwelijks over wat Junghuhn heeft bijgedragen aan een beter begrip van het vulkanisme of waar zijn bijdrage aan de toenmalige ecologie precies uit bestond.
De naam Franz Junghuhn had ik als liefhebber van 19e-eeuwse ontdekkingsreizigers nog niet eerder gehoord. In Leven op een Vulkaan beschrijft hoogleraar Ulbe Bosma zijn bijzonder rijke leven als arts, botanicus, geoloog en geograaf. Dat leven start al avontuurlijk. Hij ontvlucht een jeugd in armoe door medicijnen te gaan studeren, maar belandt in een kerker vanwege duelleren. Hij weet te ontsnappen aan de autoriteiten en meldt zich bij Franse vreemdelingenlegioen die hem in Algerije laat dienen. Op 25-jarige leeftijd komt hij in koloniale dienst van Nederland en vertrekt naar Nederlands-Indië.
Uiteindelijk brengt de Duits-Nederlandse Junghuhn 30 jaar van zijn leven door op Java en Sumatra waar hij o.a. vulkanen, planten en Java zelf in kaart brengt. Alle 45 nog werkende vulkanen en meerdere dode heeft Junghuhn beklommen. In zijn werken en brieven waarschuwt hij al voor de grote ecologische gevolgen van ontbossing. Wat dat betreft doet Junghuhn als alleskunner denken aan Humboldt, die hij ook bewonderde en waar hij regelmatig mee correspondeerde. Bosma noemt Junghuhn dan ook een van de laatste giganten van de natuurwetenschap. In de tweede helft van de 19e eeuw splitst de natuurwetenschap zich steeds meer op in afzonderlijke vakgebieden en verdwijnen dit soort alleskunners. Zijn veelzijdigheid toont hij ook met zijn tekenwerk, waarbij het perspectief in dienst staat van zijn boodschap.
Het boek geeft een interessant tijdsbeeld, maar als lezer blijft wel wat onduidelijk wat Junghuhn inhoudelijk voor ontdekkingen en qua onderzoek deed. Aan zijn vulkanische karakter en ruzies met andere wetenschappers (o.a. van de Universiteit van Leiden) wordt meer aandacht gegeven.
In Leven op een vulkaan schrijft Ulbe Bosma over Franz Wilhelm Junghuhn (1809-1864). Hij was een Pruisisch-Nederlandse ontdekkingsreiziger, arts, geograaf, geoloog, schrijver en botanicus. Ondanks zijn indrukwekkende en bijzondere leven, kennen mensen hem in Nederland niet goed. Bosma probeert daar verandering in te brengen.
Ulbe Bosma is bijzonder hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en hij is verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Hij schrijft veel over de wereldgeschiedenis en heeft vele internationale publicaties op zijn naam. In 2023 verscheen van zijn hand The world of sugar, een verhaal over de suikerverslaving in de wereld en hoe die is ontstaan. Het is in een tiental talen vertaald.
Op de cover staat een portret van Franz Junghuhn, uitgeknipt en geplakt op een vulkaan. Het is een duidelijk beeld, een plek waar Junghuhn het gelukkigst was. Het zet, in combinatie met de titel, meteen de toon voor het verhaal. Leven op een vulkaan is een biografie. Het verhaal begint bij de geboorte van Junghuhn in door oorlog geteisterd Europa. Vanaf zijn geboorte begint de rollercoaster. ‘Zijn biografie leest als een avonturenroman’, staat op de achterflap geschreven. Op basis van wat hij allemaal meemaakt in zijn leven lijkt dat terecht.
Junghuhn werd geboren in een tijd dat veel Europese landen in oorlog waren met het Franse rijk van Napoleon. Er was in die tijd veel armoede. Het blijkt een startschot van een bewogen leven. Als jonge man schoot Junghuhn zichzelf door het hoofd. Zijn schedel lag aan diggelen, maar zijn hersenen bleven ongedeerd. Daarna liep hij weg van huis, belandde in duels en ruzies, en moest zelfs de gevangenis in. Daaruit wist hij te ontsnappen. Vervolgens trok hij naar Noord-Afrika, waar hij vocht voor het Franse leger.
En toen kwam Java. Daar werkte hij als legerarts en vond hij de ruimte om zich met wetenschap bezig te houden. Hij beklom bergen en vulkanen, observeerde ecosystemen, verzamelde planten en noteerde alles wat hij zag. Vaak had hij het bij het rechte eind. Hij was de eerste die beschreef dat de steile wanden van vulkanen uit gestold lava bestaan. En hij legde de basis voor de kinateelt op Java, waarmee kinine werd gewonnen, hét medicijn tegen malaria.
Bij het opsommen van de levensloop verwacht je een spectaculair verhaal, maar niets is minder waar. Bosma schrijft de gebeurtenissen heel feitelijk op en onderbouwt alles met allerlei bronnen. Het overgrote deel van zijn biografie gaat niet over zijn jeugd. Het gaat over zijn tijd op Java, en hoe Junghuhn zich in de tijd opwerkte van legerofficier naar bekende wetenschapper, met alle politieke spelletjes en ruzies die daarbij zijn komen kijken.
Waar ik een avonturenroman verwacht, is het in de praktijk echt een geschiedenisboek. Bosma schrijft in veel lange zinnen, veel details en met zorgvuldig gekozen woorden. Daardoor is het soms ietwat saai en langzaam, maar alsnog wel razend interessant. Het is alleen geen boek dat je even snel doorleest. Je moet er de tijd voor nemen. Maar echt saai wordt het niet. Door de nauwkeurigheid geeft Bosma een rijk beeld van de tijd. De koloniale verhoudingen op Java, de positie van wetenschappers, de strijd om kennis en macht – het komt allemaal voorbij. Junghuhn blijkt niet alleen een pionier, maar ook een koppige einzelgänger die voortdurend botst met zijn omgeving. Dat maakt hem een interessante hoofdpersoon, zelfs als de stijl niet meeslepend is.
Hoewel het boek niet spannend is zoals een avonturenroman, is het inhoudelijk bijzonder interessant. Het geeft een inkijkje in een periode en een persoon die we in Nederland nauwelijks kennen, en dat is op zichzelf al waardevol. Het blijft wel wringen dat het leven van Junghuhn spannender is dan de manier waarop het hier is opgeschreven. Er zat zonder twijfel een avonturenroman in, maar Bosma heeft gekozen voor het geschiedenisboek. Leven op een vulkaan krijgt daarom drie sterren.
Met dank aan Atlas Contact voor dit recensie-exemplaar in ruil voor een eerlijke recensie.