Citaat :
Ja, Joseph Roth was een lijder aan /drankzucht, een stakker/ In ’t oog der fatsoenlijken, weinig geschikt /voor den omgang met lieden,/ Die zich en hun soort adoreeren. Bezopen en /boos, maar klaarwakker/ Kwam hij alléén in de kerk en de herberg./ uit huldegedicht Anton van Duinkerken
Review : Els Snick is literair vertaalster en docente Duits aan de Hogeschool Gent. Zij is wetenschappelijk lid van het in 2008 in Wenen opgerichte Internationale Joseph Roth Gesellschaft. Zij promoveerde op haar proefschrift over de legendarische schrijver. Joseph Roth ging als nostalgicus van het teloorgegane Habsburgse rijk en als legendarische drinker de geschiedenis in. De schrijver van de Radetzkymars, Hiot(Job in Nederlandse vertaling) en Hotel Savoy behoort tot de meest gewaardeerde Duitstalige auteurs van de twintigste eeuw. In de jaren dertig en nu werd en wordt hij alom bewonderd door onder andere Ter Braak, Coetzee, Grunberg en vooral Geert Mak, die hem zelfs als zijn leermeester beschouwt.
In Waar het me slecht gaat is mijn vaderland geeft vertaalster Els Snick een levendig portret van de schrijver die zich de dood indronk, en van de literaire wereld in de Lage Landen. Els Snick pakt de draad van Roths leven op in 1936. Ze vertelt over het leven van Roth en andere gevluchte schrijvers, over de Amsterdamse roman Biecht van een moordenaar, en over hoe de goedgelovige schrijver in Hotel Eden in de Warmoesstraat (thans: Hunter’s Coffeeshop) wordt bestolen door de chef de réception. Ze staat daarbij ook stil bij de vele mythes die herinneren aan Roths novelle De legende van de heilige drinker.
Snick brengt als biograaf van Roth in de lage landen een boeiend hoofdstuk uit de Nederlandse en Duitse cultuurgeschiedenis in herinnering. Met de kuststad Oostende, die werd overspoeld door vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, waar de nazi’s de macht overnamen. Met de oprichting van de Exil-fondsen van de uitgeverijen Querido en Allert de Lange. En met Nederlandse critici die al snel een bijzondere belangstelling voor Roth hadden, en hem graag wilden ontmoeten.
Duits was in Nederland de tweede taal, voor Hitler gevluchte schrijvers konden op bijzondere belangstelling rekenen en de reputatie van Roth als drinker en hoogbegaafd spreker snelde hem vooruit. Toch was het voor critici als Menno ter Braak en Anton van Duinkerken uiterst moeilijk zijn nieuw verschenen werk evenzeer te loven als zijn eerste werk.
Roth begon uit geldnood veel en snel te schrijven, wat de literaire kwaliteit van zijn werk niet ten goede kwam. Bij het Belgische publiek raakte Hiob of Job slechts in zeer beperkte kring bekend. Geen enkele Vlaamse krant schreef er iets over. Wel verscheen de Franse vertaling in 1930 in afleveringen in de Waalse socialistische krant Le Peuple. In een inleidend artikel werd Stefan Zweig opgevoerd als de man die Roth had groot gemaakt. Anders dan in Nederland was het Belgische lezerspubliek, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, voornamelijk op Parijs en op de Franse cultuur gericht. Duits werd in Nederland hoofdzakelijk als tweede taal geleerd, in Vlaanderen pas als derde taal na het Nederlands en het Frans. De katholieke lobby had het in Vlaams letterenland grotendeels voor het zeggen. En daar bleek voor het verhaal over de arme jood Mendel Singer, hoofdfiguur uit Job, geen belangstelling te bestaan.
Voor nieuwe lezers is dit prachtige werk van Els Snick een originele introductie, liefhebbers van zijn werk vinden in deze uitgave een nieuwe invalshoek om zijn werk te herlezen.