Henri heeft niet lang meer te leven. Maar zijn lichaam is nog steeds fit door jarenlang zwemmen. Toen hij jong was, won hij wedstrijden. Hij had niet de enorme spierbundels van zijn broer, maar met zijn platte en soepele bouw, schoot hij pijlsnel onder het wateroppervlak door - ze noemden hem 'de rog'. Nu slijt Henri z'n dagen op het balkon van zijn ouderlijk huis. Tot er ineens een jonge man verschijnt op zijn erf, die claimt zijn neef te zijn. Hij kan handlezen.
In De handlezer wordt Henri geconfronteerd met het verleden, terwijl zijn leven aan een zijden draadje hangt. Vrouwen van wie hij ooit gehouden heeft, duiken op en willen iets van hem. En ook zijn broer Humphrey klopt na vijfendertig jaar weer bij hem aan. Hoe moet Henri zich verhouden tot al deze mensen? Moeten oude wonden wel opengereten worden? De handlezer is een roman over de kwetsbaarheid van ouder worden in een land waar het als man van je verwacht wordt sterk te zijn.
Chris Polanen is een Nederlands schrijver van Surinaamse komaf. Naar eigen zeggen doet hij het schrijven erbij; zijn beroep is dierenarts. Zijn schrijven komt voort uit heimwee naar Suriname. In 2001 was hij een van de winnaars van de Kwakoe Literatuurprijs voor beginnende auteurs.
De handlezer van Chris Polanen begint met het doodvonnis van de hoofdfiguur, Henri. In het Sint Vincentius Ziekenhuis deelt de internist mede dat Henri prostaatkanker heeft en dat genezing niet mogelijk is. Plots staat het leven van de zestigjarige Henri, een daarmee deze roman, in het teken van afscheidnemen, en van vergeven.
De handlezer is Polanens derde roman, en ook deze speelt zich weer in Paramaribo af. Waar Polanen in zijn werk steeds terugkeert naar zijn geboortestad, is Henri nooit weggegaan. Hij woont op zijn zestigste zelfs nog steeds in zijn ouderlijk huis, dat hem ten koste van zijn broer Humphrey rechtmatig is toegewezen. ‘Lang voor de rechtszaak was ons broederschap al een pijnlijke dood gestorven, het vonnis was slechts de officiële bezegeling van onze haat.’
Henri was halverwege de twintig namelijk gelukkig met zijn vriendin Mirna, totdat zij ook met zijn broer naar bed bleek te gaan en ze samen naar Nederland trokken. Henri bleef achter met een diepe wond: ‘het is me niet meer gelukt om iets van mijn leven te maken’. Henri beschouwt zichzelf als mislukt in de liefde, in ieder geval op de traditionele manier bekeken. Hij heeft nooit een relatie gehad die langer dan twee jaar duurde en is kinderloos gebleven.
Kinderloosheid was zijn wens, of: kinderen krijgen was zijn angst. Daardoor liep zijn relatie met Judy op de klippen. Alsof iets met hem meekijkt, krijgt Henri na zijn slechtnieuwsgesprek echter de kans om nog eens intieme gesprekken met Judy te voeren, zoals hij ook Gloria weer tegen het lijf loopt op wie hij op het werk bij het architectenbureau heimelijk verliefd was, en zelf Mirna krijgt hij nog te spreken. Met alle drie de vrouwen bloeit de liefde en erotiek weer op. Dat kan in het echt gebeuren, maar in een roman is dat wel erg toevallig en lijkt het de schrijver net te goed uit te komen. Henri zelf vindt het ook opmerkelijk:
Weer is een grote liefde in mijn armen teruggekeerd. en krijg ik een tweede kans, terwijl iedereen weet dat tweede kansen in de liefde uiterst zeldzaam zijn en meestal gedoemd te mislukken.
Interessant en Wolkers-achtig aandoend is de manier waarop Polanen erotiek en dood laat samenkomen. Het besef dat hij stervende is en het verdriet dat hij bij de vrouwen ziet, maakt Henri hitsig:
‘Prostaat. Uitgezaaid.’ ‘Nee. Nee. Nee.’ Zo moet je ook gekeken hebben toen je die ouwe op de badkamervloer vond. Maar ik ben nog niet dood, Judy. De schrik in je ogen en je open mond winden mij op.
Zoals uit dit fragment blijkt, gebruikt Polanen een ik-perspectief waarbij Henri zich steeds tot een ‘je’ richt. De ‘je’ staat niet vast. Het kan Judy zijn, maar ook Pa, Ma, Humphrey enzovoort. Meestal is er één toehoorder bij een ik-verteller: ofwel een personage, ofwel de algemene lezer. Op sommige momenten komen Polanens je’s gekunsteld over als de ‘je’ nadrukkelijk wordt ingezet om de lezer achtergrondinformatie te geven, zoals bij gedachten over de dokter: ‘Naast paracetamol en ibuprofen, kun je ook morfinetabletten nemen, zei je.’ Waren de gedachten echt alleen tot de ‘je’ gericht, had je iets gekregen als: ‘ik kon ook morfinetabletten nemen zei je.’
Uit het door Polanen gehanteerde perspectief blijkt eveneens extra duidelijk hoe groot het verschil is tussen wat Henri zou kunnen zeggen tegen zijn gesprekspartners en wat hij daadwerkelijk zegt. Stille wateren, diepe gronden is bij uitstek op hem van toepassing. Het zou te maken kunnen hebben met de verwachtingen in Suriname bij mannen. Meermaals komen personages in het boek erop terug dat Surinaamse mannen stoer moeten zijn, dat ze bijvoorbeeld alleen mogen huilen om vrouwen te versieren. Wat is stoer zijn anders dan de juiste dingen verzwijgen?
Een cultuurshock is het dan ook als Henri’s neefje Rowan al vroeg in het verhaal plotseling op bezoek komt. Rowan is het kind van Mirna en Humphrey, en opgegroeid in Nederland. Hij praat over gevoelens, vertelt details over zijn leven die voor Henri veel te intiem zouden zijn – en kan diens hand lezen. Hij zet Henri in beweging, zoals de naderende dood Henri ook in beweging zet. En halverwege de roman is er een twist die helemaal alles op zijn kop zet en van het boek plotsklaps een misdaadroman en roadtrip maakt. Dan gaat Henri dus ook letterlijk bewegen, ondanks zijn snel tanende, verkankerde lichaam, en daar is De handlezer op zijn sterkst. Henri en de persoon naast zich in de auto, de naderende dood, en de vraag wat het minste pijn doet: volharden of vergeven.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
In 'De handlezer' neemt Chris Polanen de lezer mee in het afbrokkelende bestaan van Henri, een man wiens dagen geteld zijn, maar wiens verleden hem plotseling inhaalt. Met een beknopte, poëtische stijl schetst Polanen het portret van een voormalig zwemkampioen, bijgenaamd 'de rog', wiens fysieke souplesse nu contrasteert met de naderende dood.
De roman opent met Henri die van zijn arts te horen krijgt dat genezen niet mogelijk is, maar uitstellen wel. Zijn laatste dagen slijt Henri op het balkon van zijn ouderlijk huis, een ogenschijnlijk serene, maar in feite afwachtende setting. De rust wordt echter ruw verstoord door de onverwachte verschijning van een jonge man die beweert zijn neef te zijn en, verrassend genoeg, kan handlezen. Dit plot-element, hoewel enigszins mystiek, dient als katalysator voor een stroom van confrontaties met Henri's verleden.
“‘s Avonds zit ik op het balkon en kijk ik naar de mensen die voorbijgaan. Arbeiders met het stof van de werkdag nog in hun haren, het weekend in hun blik. Toeristen, lachend, aanstellerig, hongerig naar avontuur. Jongeren die zich met hun lichaam en bravoure door de nacht heen denken te bluffen. Oudjes, stram en berustend.”
Polanen weet met minimale woorden een diepgaand psychologisch portret te schetsen. Henri wordt geconfronteerd met vrouwen uit zijn verleden – geliefden die iets van hem willen – en de plotselinge terugkeer van zijn broer Humphrey na vijfendertig jaar afwezigheid. Deze reünies dwingen Henri om de balans op te maken van zijn leven, om te reflecteren op gemiste kansen, onuitgesproken woorden en de littekens van het verleden. De centrale vraag 'Moeten oude wonden wel opengereten worden?' resoneert door het hele verhaal en daagt zowel Henri als de lezer uit.
'De handlezer' is meer dan een verhaal over afscheid nemen; het is een roman over kwetsbaarheid en de druk om als man sterk te moeten zijn, vooral in een samenleving waar die verwachting hoogtij viert. Polanen raakt op subtiele wijze aan de maatschappelijke en culturele aspecten van mannelijkheid en ouder worden. De thema's verzoening, spijt en de zoektocht naar innerlijke vrede in het aangezicht van het einde zijn prachtig verweven.
“Een politieauto scheert langs hem heen het pad tussen de graven op en de andere politieauto stopt voor het gebouw. Agenten met getrokken pistool springen uit de auto, hurken achter de geopende portieren. Er wordt weer geschoten, maar de schoten klinken verder weg. Humphrey kruipt door het zand naar mij toe, maar hij komt nauwelijks vooruit. 10 meter van mij vandaan, zakt hij in elkaar, zijn gezicht in het zand. Misschien is hij toch geraakt. Als een dier op de vlucht.”
De taal van Polanen is sober maar krachtig, met treffende metaforen en zinnen die lang blijven hangen. Tegen de achtergrond van een Surinaams maatschappij beschrijft hij de gevoelens van de hoofdpersoon. Achter in het boek staat een verklarende woordenlijst. Deze lijst heb ik regelmatig bezocht. Mooi dat deze lijst begint met ‘A bun’: Het is goed.
'De handlezer' is een compacte, maar indringende roman die de lezer uitnodigt tot reflectie over het leven, de dood en de complexe relaties die we onderhouden. Het is een aanrader voor wie op zoek is naar een verhaal dat zowel emotioneel diepgang heeft als stof tot nadenken biedt.
Fijn boek! Met vaart en sfeer geschreven. Invoelbare personages. Goed verhaal. Net als de vorige twee speelt ook deze roman zich af in Paramaribo, in een wereld die vlakbij is, maar waar ik toch weinig van af blijk te weten. Mooie en interessante thema's: de relatie tussen de Surinamers die bleven en die vertrokken (de 'euro-suri's'), het verval van de stad, de macho-cultuur, vergeving en ja, ook liefde. Het is een liefdevol boek!