In De race om het Majoranadeeltje volgen we quantumwetenschapper Leo Kouwenhoven, een pionier in de race om de ultieme quantumcomputer te bouwen. Een machine die rekent 'zoals God', en die ons zal helpen om ons begrip van de wereld te herzien. Met miljardeninvesteringen en in een intense internationale competitie proberen wetenschappers en bedrijven een machine te creëren die zulke complexe problemen oplost dat zelfs de krachtigste supercomputers er niet aan kunnen tippen. Maar geld, geopolitieke macht, pionierswerk en wetenschappelijke integriteit staan op gespannen voet. Een razend spannend verhaal over de rise and fall van een grootse wetenschapper en de nietsontziende strijd om wereldmacht.
In iets meer dan een dag uitgelezen, dat zegt wat over het zeer boeiende verhaal. Het boek neemt je mee in de hype van quantum computing en volgt Leo Kouwenhoven op de voet in dit proces. Zeer interessant kijkje in de wereld van bijzonder intelligente mensen die bezig zijn met waanzinnig boeiende materie. Dit boek geeft een prachtig beeld van de weerbarstige praktijk ten opzichte van de schoonheid van theoretische natuurkunde, waar dan uiteindelijk grote financiële belangen gelden van de grote jongens uit Silicon Valley waar aan de andere kant geprobeerd wordt om de wetenschap niet uit het oog te verliezen.
Een aanrader voor wie meer over de race naar een werkende quantumcomputer wil weten.
Een leuk vlot geschreven boek over de speurtocht om een ( werkende ) kwantum computer te bouwen , over samenwerken en concurreren, over theorie en praktijk , ….. Een leuk alternatief voor de ofwel utopie/ dystopia die in flitsberichten op sociale media verschijnen , Sneller een kansberekening maken , sneller een gepaste sleutel vinden voor verschillende deuren , Wanneer , en hoe precies wordt niet vermeld , wel goede journalistiek in een bewegende wereld , Tussen droom en daad , 5 sterren ,
‘Met een beetje creatieve rangschikking van de feiten en wat kersen plukken, zou ik een dreunend onderzoeksjournalistiek verhaal kunnen schrijven. Een verhaal dat ook – zo wist ik – geen rechte daad aan de werkelijkheid.’ (p. 193)