Der neue Roman von Remco Campert, dem »76 Jahre jungen Sonntagskind der niederländischen Literatur«: bissige Dialoge, komische Situationen, beunruhigende Erinnerungen. 30 000 verkaufte Exemplare in den Niederlanden.
Remco Campert schreef dit boek op latere leeftijd, ver in de zeventig. Hier is hij toch een andere schrijver dan in zijn branieachtige Het leven is vurrukkulluk. De hoofdpersoon is een oudere schilder, Hendrik van Otterlo, beroemd en gevierd kunstenaar, maar naar eigen gevoel toch vastgelopen door in herhaling te vervallen, met herinneringen aan een mislukt huwelijk, maar zich steeds verschuilend achter het masker van de kunstenaar. Zijn halfzus Bettina en zijn vriend Jongerius halen hem uit de ivoren toren. Zijn verloederde atelier wordt opgeknapt en hij komt schoorvoetend weer onder de mensen. Een nieuw onbeschilderd doek wacht op hem. Mogelijk was het schrijven van deze roman voor Campert een noodzakelijke uitweg uit het schrijven van alleen maar columns zoals hij jarenlang deed. Hij schrijft met een fijnzinnige pen en er zit een mooie opbouw in het boek. De hoofdpersoon maakt duidelijk een ontwikkeling door.
Excellent novel on an artist, on thing from the past that haunt us, on growing old, beeing old and the passing of time. The writer reads the novel as an audiobook which, as in most cases enhances the experience.
Camperts roman werd destijds genomineerd voor een van de drie felbegeerde literaire prijzen in het Nederlandstalige taalgebied, een eer die niet verzilverd werd. In een achterkamer van het geheugen was de titel me bijgebleven. Ik plukte hem onlangs uit het rek van een Antwerps antiquariaat, proefde de eerste zinnen en rekende af aan de kassa. Dat ik me mijn aankoop niet beklaagd heb, meneer.
Met ‘Het satijnen hart’ biedt Remco Campert een inkijk in het kunstenaarshoofd van Hendrik van Otterlo, een tot kluizenaar omgeschoolde schilder-op-leeftijd. Jaren na datum kauwt hij nog steeds op een verdriet dat hem werd aangedaan. Tot het heden hem dwingt de draad weer op te pikken en de confrontatie aan te gaan met dat onverwerkte verleden.
Schijnbaar moeiteloos slaagt Campert erin een ongedwongen vertelstijl te verweven met een resem heerlijk heldere inzichten over liefdesleed, verbeten cynisme en de jaren die in elk mensenleven zonder genade wegtikken. Literair, zonder de minste zweem van pretentie. Een plezier om te lezen.
Ik vond het ergens wel mooi dat ik toch net begonnen was met het lezen van dit boek, één dag voordat Remco Campert overleed.
Ik vond dit een typisch boek van Campert, en ik heb ervan genoten. Het leuke element aan dit boek is het inzicht dat Van Otterlo langzamerhand door het boek heen krijgt. Zijn blik op zijn leven, zijn spijt, maar ook zijn omkeer. Dat alles is een mooie ingeving.
Een prachtig boek over een oude man die de schoonheid van het leven opnieuw ziet. We moeten allemaal wat vaker uitspreken wat we van dierbare mensen vinden en wat ze voor ons betekenen. Het leven is fragiel en er schuilt zoveel moois achter alles.
Een confronterend zelfportret van een kunstenaar Teruggetrokken in zijn huis laat de oude schilder Hendrik van Otterlo de buitenwereld aan zich voorbij gaan, in ogenschijnlijke berusting. Het leven is voor hem als ‘een gewoonte’, ‘een dommekracht’ waartegen hij zich ‘niet verweren kan of wil’. Ondertussen is hij verbitterd over zijn onmacht niet meer te kunnen schilderen sinds het vertrek van zijn ex-vriendin Cissy, ‘dat rotwijf’, en over de onmacht die hij voelt door zijn toenemende afhankelijkheid van anderen. Het ouder worden ervaart Hendrik als een vernedering en een verlies. ‘Het is voortdurend afscheid nemen als je oud bent en toch nog doorleeft.’ Zijn halfzus Bettina en zijn beste vriend, tevens schilder, en groot levensgenieter Jongerius proberen hem al langer uit zijn egocentrische cocon te halen. ‘Je loopt achter Van Otterlo […] In welke eeuw leef jij?’ Het overlijdensbericht van Cissy heeft opeens ‘de speelstukken door elkaar gegooid’. Verward kijkt de eens zo succesvolle kunstenaar achterom naar zijn verleden en maakt de balans op. ‘Ik krijg het begin van een inzicht in mezelf waar ik nog niet aan toe ben, of juist wel, ik had het alleen eerder moeten hebben.’
Als hij Jongerius en Bettina eindelijk vragen stelt over Cissy, blijkt die altijd van hem gehouden te hebben, terwijl hij alleen maar aan zichzelf dacht. Langzaamaan gaat zijn klaagzang over in bespiegeling over zichzelf, over de liefde en over zijn werk. Kunst was waarvoor hij leefde, zijn grote liefde, maar bedroog hij zichzelf daar ook niet mee? De reflectie doet de stelligheid waarmee hij zijn visie op de zaken verkondigde wankelen. ‘Ik hoor het mezelf betogen en weet allang niet meer of ik het bij het rechte eind heb en of er nog mensen in de zaal zitten.’
Zijn behoefte om weer te gaan schilderen wordt intussen steeds groter. Hij heeft zich er niet meer toe kunnen zetten sinds Cissy’s vertrek, afgezien van het zelfportret dat hij in al zijn woede die nacht nog had geschilderd. ‘Alleen door te bevestigen wie ik was kon ik mezelf behoeden voor de gevolgen van een nederlaag.’ Het is zijn laatste en volgens hem zijn beste werk geweest. Zijn recalcitrantie weet hij om te buigen naar een positieve energie om de draad weer op te pakken. Dat doet hij door te demonstreren tegen de afbraak van zijn atelier dat plaats moet maken voor een benzinestation, in ruil waarvoor het actiecomité de ruimte opknapt. En vervolgens, als een soort ultieme loutering, wil hij daar een portret maken van Cissy, maar dan zoals zij het gewild had, als een uiting van liefde. Een heel ander portret dan hetgeen hij destijds op haar verzoek met bijna sadistisch genoegen had geschilderd: hard en lelijk. Met de nieuwe start lijkt hij wraak op zichzelf te nemen en is daarmee vernieuwender dan ooit. Hij komt met zichzelf en zijn verleden in het reine en verbaast daarmee iedereen, zichzelf nog het meest.
In hoofdstuk 1 wordt de oude kunstenaar Hendrik van Otterlo onderworpen aan een wekelijkse wasbeurt door zijn halfzuster Bettina. Ze hebben dezelfde vader maar een verschillende moeder. Bettina zorgt ervoor dat Hendrik zichzelf niet verwaarloost. Hendrik begint zichtbare tekenen van verval te vertonen. Van Otterlo vindt het ouder worden een voortdurend afscheid nemen van bepaalde ledematen.
Alles wordt slap en rimpelig in tegenstelling tot het lichaam van zijn even oude kunstvriend Jongerius jr. Deze schilder is nog veel actiever en ook maatschappelijk betrokken. Elke week bezoek Jongerius jr. zijn vriend: ze drinken vaak een borrel en praten over het verleden. Bij Hendrik van Otterlo is “het kunstlicht” een beetje uitgegaan, toen twintig jaar geleden zijn geliefde, Cissy, het genoeg vond en zijn huis verlaten had. Hij had haar recent naakt geschilderd: zij vond het geen mooi schilderij, maar hij had haar als een lustobject afgeschilderd. Na haar vertrek had hij zich opgesloten in zijn atelier in Weesp, had van woede een zelfportret geschilderd en daarna had hij de deur van zijn atelier achter zich dichtgetrokken en geen penseel meer aangeraakt. Hij spreekt over Cissy in termen als “rotwijf”, maar zijn kunstvriend zegt dat dit een ouderwetse term is en dat hij tegenwoordig beter kan spreken over “kutwijf”. Zijn halfzusje Bettina is echter van mening dat hij jaren geleden Cissy verkeerd heeft behandeld. Hij had in zijn leven de verkeerde keuzes gemaakt. Het lijkt er inderdaad op of Van Otterlo meer in de kunst heeft geloofd dan in de liefde. De man van Bettina, die hij overigens niet zo graag mag, adviseert hem vaak op financieel gebied. Deze Pieter Mijnssen is schrijver. Hij is niet geweldig bekend, maar zit vaak in jury’s voor literaire prijzen.
De gemeente Weesp wil het atelier waar Van Otterlo sinds twintig jaar toch niet meer in werkt, kopen om er een industrieterrein op te vestigen. Zijn zwager adviseert hem op het bod in te gaan, maar hij wil zich eigenlijk liever aansluiten bij de actiegroep die tegen de bouw van het industrieterrein is.
Hendrik heeft gehoord van het overlijden van zijn vroegere vriendin Cissy. Geboren in Amsterdam, overleden in New York. Van Otterlo vraagt aan zijn vriend of die ook iets heeft gehad met Cissy, want Hendrik kon slecht met vrouwen omgaan, maar die huilden dan vaak weer uit bij Jongerius jr. Deze laatste stelt echter dat hij nooit aan vriendinnen van zijn vriend zou komen. Zoiets doe je niet.
Er komt een studente Fiona zijn geïsoleerde leventje binnen. Ze is hem aanbevolen door Jongerius jr. Dit meisje dat erg onbevangen is, vraagt hem honderduit hoe hij met zijn studie als kunstschilder begonnen is. Het doet de verteller terugdenken aan de jaren na de oorlog toen zijn vader teruggekomen was uit Dachau en zijn eigen moeder uit zijn leven was verdwenen. Zijn vader was daarna met Tine (een verzetsvrouw) getrouwd en uit die relatie was Bettina voortgekomen. De vader van Jongerius jr, was trouwens “fout”geweest in de oorlog, in die zin dat hij zich aangesloten had bij de “Kulturkammer”om zijn werk te kunnen blijven tentoonstellen. Fiona is ook het doelwit van Jongerius om te poseren. Het meisje doet hem denken aan “Leentje” een meisje voor wie hij wel bewondering had en die hij zogezegd had uitgetekend toen hij haar “het”had zien doen met een vriendje. Later bleek dat niet waar geweest te zijn en had hij de seksuele tekening uit zijn fantasie tevoorschijn getoverd.
Zijn huisarts Friso keurt hem medisch en vindt hem nog wel gezond, maar hij moet meer naar buiten gaan.(symbolisch voor meer contact met de buitenwereld hebben, je niet afzonderen) Ze maken later ook een wandelingetje, waarop Van Otterlo de huisarts vertelt van een ontmoeting met de koningin, die hij daarvoor ook al eens had ontmoet. Zijn vriendinnetje Cissy was er stinkend jaloers op geweest dat de koningin Hendrik op een zo persoonlijke wijze had toegesproken.
Hij had Cissy als geliefde gekregen, nadat zij een relatie had gehad met een autocoureur. Alle ogen van de mannen waren altijd op haar gericht. Ze hadden mooie tijden meegemaakt o.a. een studie/werkreis naar Barcelona waar ze heerlijk genoten van de Zuid-Europese mentaliteit. Hendrik was naarmate zijn carrière vorderde, steeds meer op commerciële wijze gaan werken. Massaproductie omdat hij zo bekend geworden was.
Bettina komt Hendrik ophalen voor een reisje naar zee: ze wil met hem oude herinneringen ophalen. Zo weet ze alles nog van de dag dat hij als grote broer haar kwam ophalen voor zo’n dagje aan zee. Hendrik is dat allemaal vergeten. Ze vertelt ook dat Cissy heel erg van hem hield, haar zelfs een aantal keren had opgebeld om te vertellen dat Hendrik zo onbereikbaar voor haar was. In Bergen waar ze wat lunchen, moet Hendrik terugdenken aan Cissy en aan het portret dat hij van haar had gemaakt. Zij wilde echte liefde van hem ontvangen, maar hij had slechts één grote liefde: de kunst. Dus besteedde hij te weinig aandacht aan haar. Ook in een restaurant in Bergen gedraagt hij zich wat horkerig, als hem wordt gevraagd of het eten heeft gesmaakt. Zijn halfzusje is daarover boos en vindt dat hij zich beter had moeten gedragen. Ze benadrukt dat hij alles verkeerd heeft gedaan met Cissy. Toch bedankt hij haar voor het uitje.
Bij thuiskomst ziet hij een mooie serie litho’s staan die hij eens heeft gemaakt in Parijs. Het had hem beroemd gemaakt. Ook Jongerius is later weer enthousiast als hij de serie litho’s ziet. Hendrik had toen in Parijs een vriendin, Jeannette, maar ook dit meisje heeft hij laten barsten. Jongerius weet het nog allemaal heel goed, want het meisje had een tijd naar Hendrik gezocht. Die nacht denkt Hendrik aan de avond dat Cissy zonder een spoor achter te laten het huis verlaten had. Hij had haar portret van de muur gehaald, omdat hij haar niet meer wilde zien. Daarna had hij een zelfportret geschilderd om later niet te kunnen vergeten hoe hij zich op dat moment voelde.
De volgende ochtend gaat Hendrik wandelen: hij neemt blijkbaar de raadgevingen van de mensen uit zijn directe omgeving aan. Als hij thuiskomt, ziet hij Bettina’s auto voor de deur staan. Ze had voor zaterdag afgesproken, maar dan is ze naar een schrijverscongres met haar man. En daarom komt ze hem nu helpen. Het congres gaat over de vrijheid van meningsuiting en Hendrik vindt dat hij zijn halfzusje daarin wat tegemoet moet komen. Hij wil zijn handtekening wel zetten, zodat er een beroemde schilder op de lijst voor actie staat. Hij is namelijk milder aan het worden. Hij vraagt aan Bettina of ze nog wel eens contact heeft gehad met Cissy en ze zegt dat ze haar wel eens gebeld heeft, maar dat ze het hem nooit heeft willen vertellen.
Daarna moet ze op bezoek bij een tante die voor Bettina heeft gezorgd toen haar eigen moeder Tine na de dood van Hendriks vader zelfmoord had gepleegd. De Tweede Wereldoorlog had altijd als en zwaar gordijn in het gezin gehangen. Vader in Dachau en moeder in het verzet en Hendriks eigen moeder is er na de oorlog met een Canadese militair vandoor gegaan..
Hij had Bettina in het begin zoveel mogelijk omzeild, maar ze had een keer na een kunstreis van hem contact opgenomen en hem gevraagd haar te vergezellen naar Zeeland waar een oorlogsmonument o.a. ter ere van hun vader zou worden geopend. Hij stemt node in, ontmoet haar op het station en ergert zich aan de festiviteiten die door de autoriteiten worden georganiseerd. De nacht brengen ze door in een Zeeuws hotel en midden in de nacht komt Bettina vragen of ze bij hem mag liggen. Hij raakt opgewonden door de aanwezigheid van haar lichaam en ze hebben lichamelijk contact. Tot hoever laat de schrijver in het midden. In ieder geval zoenen ze met elkaar. Het was hun goed bewaard geheim gebleven en het had een band tussen hen geschapen.
Dan vraagt hij zich in dat weekend af waar de sleutels van zijn oude atelier zijn. Hij belt Bettina en zij heeft wel eens ergens twee sleutels gezien. Hendrik wil naar Weesp en zijn zwager Pieter wil dat hij lid wordt van de Wesp van Weesp, het actiecomité om de bouw van het industrieterrein tegen te gaan. Als hij aankomt in zijn oude atelier, is het er een puinhoop als gevolg van veel vandalisme en graffiti. Het naakt portret van Cissy is verminkt, maar het is ook geen mooi portret en zijn zelfportret het mooiste wat hij ooit had gemaakt, is ook vernield. Eigenlijk is het atelier een afspiegeling van zijn leven na het vertrek van Cissy
Zijn zwager zegt hem toe dat ze het atelier zullen opknappen als hij boegbeeld van de stichting Wesp van Weesp wil worden en voor de televisie een verklaring daarover wil afleggen. Hij doet dat en dan wordt zijn atelier mooi opgeknapt. Het eerste wat hij wil gaan maken, is een mooi, nieuw portret van Cissy, een liggend naakt. ``In warme, heldere kleuren met te late liefde geschilderd, maar kunst kent geen tijd slechts eeuwigheid.' De drang om opnieuw schilderwerk te scheppen, brengt de oude en afgeleefde man weer tot leven. De slotzin van de roman luidt . ``Ik ben alleen in een suizende stilte, het geluid van de kunst.' (blz. 189)
De oude kunstenaar die een satijnen hart bezat, heeft weer een ijzeren hart gekregen. Zijn blik gaat naar het lege doek. Hij heeft weer zin om iets te scheppen.
Een boek waar ik geen moment mijn gedachten aan ben verloren. Ik vond de setting soms onrealistisch. Café Manhattan met foto’s aan de muur van voor, tijdens en na de aanslag van de twin towers. Welk cafe hangt dit in godsnaam aan de muur? Je gaat toch ook niet de gaskamers van Hitler exposeren in een Duits café?
Wat de schrijver schreef over ouderdom kwam bekend voor. Een soort gejank dat je ook al jaren van je (groot)ouders hoort. Niets nieuws. Of een te ver-van-mijn-bed-show waardoor het gewoon niet binnenkwam. Zoals vele gezegdes en clichés ook pas binnenkomen wanneer je ze beleefd hebt. (B.v. “We wouden andere dingen in ons leven”, wanneer een relatie is verbroken, die snap ik ineens.)
Vond het beeld dat werd neergezet van een modernistische schilder en welke denkwijze achter deze stijl zit, erg goed. Bijvoorbeeld hoe de schilder tegen politiek en de functie van het schilderen aankijkt.
O, wat een prachtig boek. En ook nog eens schitterend voorgelezen door Campert himself. Dus: lezen of luisterlezen (dat is me om het even)!!
Een hoogbejaarde en wereldberoemde schilder, van Otterlo, heeft zich zo goed als teruggetrokken uit het openbare leven. Hij wacht eigenlijk op de dood. De startscene van het boek is daarbij veelzeggend: zijn veel jongere halfzusje wast zijn billen en geslacht terwijl hij op bibberbeentjes in de badkuip staat. De dagen van van Otterlo kennen een zeer vast patroon: 's morgens schilderen en 's middags met zijn vriend en collega Jongerius jr. een borrel drinken. Langzaam de dood tegemoet.
Maar dan ziet hij de overlijdensadvertentie van zijn vroegere vriendin Cissy. Zij heeft hem op een manier verlaten die hem vreselijk verbitterd heeft gemaakt. Het bericht van haar dood brengt hem totaal uit zijn routine. Zozeer zelfs dat hij aan het einde van het boek niet meer de oude en verbitterde man is van het begin, maar een oude man die probeert een nieuwe start te maken. Of hem dat ook gaat lukken is natuurlijk de vraag, die overigens door het boek niet beantwoord wordt.
Op zoek naar een makkelijk in de hand liggend boek nadat ik twee zwaargewichten (letterlijk dan) had verteerd kwam ik dit werk van Campert tegen in mijn kast, ooit afgeprijsd opgepikt bij mijn boekhandel en daarna vergeten. De titel was niet bepaald een aanbeveling maar ik herinnerde me vaag nog eerdere werken van Campert en hoopte er het beste van. Ik vond het een interessant boek omdat het de lezer mooi meeneemt in de beschrijving van hoe je gevangene wordt van een gevangenis die wordt opgetrokken met muren van eigenwaan en gesloten deuren van vaste overtuigingen. "hier is een meester aan het werk" staat er als aanbeveling van "Een liefde in Parijs" op de zijflap van het boek. Ik vroeg me af of dat een aanbeveling was of dat ze de mogelijkheid openlieten dat het werk nog niet af was. "Het satijnen hart" had een betere titel verdiend maar is verder een heel mooie roman.
Campert is de perfecte schrijver als het gaat om weemoed om het verleden, spijt om de fouten en gemiste kansen. Enkel spijtig dat zijn protagonisten vaak zo antipathiek egocentrisch zijn dat empathie wreed lastig wordt.
Heel mooi boek. De afloop is lichtjes voorspelbaar, maar dat stoort niet. De kracht zit niet in de verrassende plot, maar in de mooie manier waarop het verhaal verteld wordt.
Ik ken mezelf beter door dit boek. Een groot feest der erkenning in de gedachte en het gedrag van de hoofdpersoon Van Otterloo. Zelden dat ik een boek met zulks gemak uitlas. Bedankt Remco.
Remco Campert is een waanzinnig goede schrijver - in die zin dat hij literair, grappig en laagdrempelig tegelijkertijd kan schrijven. Ik heb erg genoten van zijn boeken ‘Alle dagen feest’ en ‘Het leven is verrukkulluk’.
Van dit boek ben ik minder fan. Het hoofdpersonage is een onmogelijk moeilijke mens die zichzelf en z’n rampzalige liefdesleven gaandeweg steeds meer in vraag begint te stellen. Het is echter helemaal niet duidelijk wat die cruciale ommekeer in gang zet, waardoor het hele verhaal een beetje leeg blijft.
Je blijft lezen omdat Campert zo’n klasbak van een schrijver is. Het verhaal is vaardig genoeg in elkaar gedraaid zodat je het uit wil hebben. Maar verder beklijft niet, het blijft niet aan je ribben kleven.
Nog een laatste noot in mineur: er zit een korte uithaal in naar Marokkaanse jongeren en hoofddoeken. Heel onnodig, want het voegt helemaal niets toe aan het verhaal of de karakterschets van het hoofdpersonage. Personages in boeken hoeven wat mij betreft helemaal niet politiek correct te zijn, wel integendeel, maar dan moet wel duidelijk zijn wat het daar staat te doen.
61 jaar reeds, en nu pas las ik een boek van Remco Campert. De man overleed recent, in 2022, werd 93 en liet 55 titels na bij uitgeverij De Bezige Bij. Gelukkig heb ik nog wat tijd om de achtervolging in te zetten, want 'Het satijnen hart' (2006) was een enorme meevaller. De roman draait om de wereldvermaarde kunstschilder Van Otterloo, hoogbejaard en tot stilstand gekomen. Hij loopt vast in zichzelf, heeft vrijwel iedereen van zich verjaagd, in zijn blinde zegetocht naar de ware kunst, of eerder nog, in de zegetocht van zijn ego. De meesten van zijn kennissen zijn inmiddels dood. Zo gaat dat, in dit leven. Zo ook zijn laatste ex, Cissy, a.k.a. "rotwijf". Wordt het nog wat met die Van Otterloo?, vraagt de roman zich af. Komt het verstand nog voor de dood? Goeie vraag, zoek het zelf maar uit.
Een mooi boekje over een kunstenaar die, worstelend met zijn ouder wordende lichaam, nogal verbitterd in het leven staat. In de loop van het verhaal vindt er een ommekeer plaats. Hij wordt milder, neemt meer deel aan het leven en gaat weer schilderen. Een mooi open einde. Prachtig geschreven.
Dit boek ga ik snel vergeten. Het plakt niet. Gelukkig niet te dik zodat ik er snel door ben. De achterflap zegt dat het hoofdpersonage moeite heeft om te kiezen tussen liefde en kunst. Tja…. Een scherp portret? Nee toch.