Soms beeld ik me in dat ik ter sprake kom. Pijnloos voor hen, als een oud jaartal, een onopvallende rechtsachter van een middenmoter in de jaren negentig. Vriendschappen zijn er en dan niet meer. Nadien komen de vragen, heerst er stilte. Mannen praten niet, zonder woorden breken ze je hart.
Met zinnelijke taal en wetenschappelijke precisie schetst Lieven Stoefs een wereld van vrienden en broers, vaders en zonen. Zijn tweede roman is een verhaal van scheurende vriendschappen en onvoorwaardelijke verbondenheid.
Lieven Stoefs is ingenieur en schrijver. Hij groeide op in Griekenland. Zijn kortverhalen verschenen onder meer in Kluger Hans en Op Ruwe Planken. Met zijn debuut Peninsula werd hij genomineerd voor De Bronzen Uil.
Neen, een roman kun je dit niet noemen. Eerder een farde vol flarden die op weg naar de uitgever ook nog eens per ongeluk op straat is beland.
Tot overmaat van ramp heeft een uit het niets opduikende bries een paar netjes volgetikte velletjes weggeblazen, maar gelukkig valt dat nauwelijks op - het haastig bij elkaar geharkte stapeltje hoofdstukjes springt toch al alle kanten op: kleutertijd, volwassenheid, middelbaar, universiteit - het dagboek huppelt jolig over en weer van Vlaanderen naar Griekenland over Peru en weer terug naar de lagere school.
Veel zelfbeklag wel. Lamentabel gelamenteer. Allemaal de schuld van depressieve mama en alcoholistische papa.
En neen, het is niét omdat er af en toe een fraaie zin uit het schuim opduikt, dat je van een weldadig taalbad mag gewagen.
Het is niet omdat er een proloog en een epiloog is, dat je het een roman mag noemen.
Ik vind het niet makkelijk om een review te schrijven van dit boek, want Lieven en ik kennen elkaar. Door het tamelijk aanzienlijke autobiografische gehalte zal ik dit boek dus ongetwijfeld anders hebben ervaren dan een meer neutrale en objectieve lezer.
Maar als ik daar even abstractie van maak, dan kan ik zeggen dat het verhaal me hoe dan ook zou geraakt hebben. Omdat ik niet veel mensen ken die met zulke mooie en rake woorden zo’n pijnlijk en eenzaam proces kunnen beschrijven.
Een vriendschap verliezen valt iedereen zwaar. Al blijft het voor de een wat langer plakken dan voor de ander, en dat heeft volgens mij grotendeels te maken met hoe je brein bedraad is. Wie zo’n breuk niet op diezelfde diepgaande manier voelt, zal dit boek misschien minder kunnen appreciëren, of misschien zelfs luidop en licht geïrriteerd zuchten: laat het toch lós, jongen.
Maar niet kúnnen loslaten en tegelijk je vingers een voor een zien wegglijden van wat je halsstarrig probeert vast te klemmen, is voor mij een even grote mindfuck als voor de ik-persoon. Ik heb me dus wel in dit boek herkend en gezien gevoeld, en zou het aanraden aan iedereen die weleens worstelt met bepaalde keuzes uit het verleden, waarin je niet altijd trouw bent gebleven aan jezelf.
Extra punten voor de tedere, openhartige en bescheiden manier waarop de ik-persoon nadenkt over en omgaat met de moeilijkheden met zijn zoontje.
Over liefdesverdriet is er al ontiegelijk veel geschreven, gezongen en zijn er films van gemaakt. Maar over vriendschapsverdriet veel minder, stukken minder. Terwijl vriendschapsverdriet ook een vorm van rouw is, soms misschien zelfs nog zwaarder. Lieven slaagt erin om (ik denk zijn eigen) gebroken vriendengroep op een kwetsbare manier te beschrijven; je leeft mee. De zinnen die Stoefs uit zijn pen kan toveren, zijn fenomenaal. Onvoltooid-deelwoordzinnen alom, ik houd van dit boek!
Ik beken: ik had het lang moeilijk met de korte, haast wetenschappelijke zinnen. Zinnen zonder werkwoorden. Zinnen met betrekkelijke voornaamwoorden waar het soms zoeken was naar het onderwerp. Maar toen de plot duidelijk werd, kon ik het boek niet meer neerleggen.
‘De zomer toen’ van Lieven Stoefs is een roman die op gevoelige wijze de complexe dynamiek tussen mannen, vrienden en familie onderzoekt.
Het boek draait om scheurende vriendschappen en onvoorwaardelijke verbondenheid binnen een hechte vriendengroep, broers, vaders en zonen. De verteller blikt terug op de jeugdjaren waarin hij samen met vrienden een sterke band vormde, maar ook op het pijnlijk uiteenvallen daarvan en de daaropvolgende stilte en vragen die deze breuk achterlaat.
Stoefs schrijft over hoe mannen vaak moeite hebben met communicatie en gevoelens. Het vaderschap speelt een centrale rol: de hoofdpersoon leert, door zelf vader te worden, belangrijke inzichten over zichzelf en zijn relaties. Er wordt gereflecteerd op patronen van gedrag en emotie die van generatie op generatie worden doorgegeven.
‘De zomer toen’ is een intieme roman over vriendschapsverdriet, groei en troost, die universele patronen weet te vangen in een persoonlijke zomer
Prachtig boek. Je voelt zo mee met de onmacht, de drang, de hunkering, de frustratie en de bevrijding van het hoofdpersonage. Hoewel de meeste interacties zich afspelen tussen mannen/jongens, lijken bepaalde dynamieken toch ook universeel menselijk en dus herkenbaar. Net als het laattijdig besef van verspilde tijd, verspilde vriendschap/liefde en het onvermijdelijke diepe verdriet dat je bijna fysiek meevoelt tijdens het lezen. En omgekeerd ook: liefde vinden die er eigenlijk altijd was, onvoorwaardelijk. Zo mooi en zo hard.
Van Pelckmans uitgeverij de roman mogen ontvangen van auteur Lieven Stoefs. De titel is "De zomer toen". De auteur ontving voor dit boek een werkbeurs van Literatuur Vlaanderen. Op de cover zie je blauwe lucht met twee bomen. De schrijfstijl is emotioneel. De korte hoofdstukken zetten je tot nadenken. De roman is geschreven in de "ik" stijl, dat raakt je.
Ik ben in Griekenland opgegroeid en rond mijn zevende jaar verhuisd naar België. Ik woonde daar met mijn ouders en mijn broers Tristan en Simon in een geweldig groot huis. Mijn vader was alcoholist. Hij was rekenkundig een genie en gedwongen door zijn ouders om er iets mee te gaan doen. Mijn moeder was onder andere hard, venijnig en zwijgzaam. Ik kon ook onverwacht in woede uitbarsten. Totdat ik in een vriendengroep terecht kwam. Ik trok me aan hun op. Maar was het wel echte vriendschap of onverschilligheid? We gingen samen op vakanties, deden gekke dingen. Maar naarmate we ouder werden veranderde de vriendschap. Het voelde niet fijn meer. Mijn broer Tristan belde ik elke week in New York waar hij werkte bij een grote bank. Met Simon had ik een goed contact hij leeft, mijn inziens als, autonoom. Inmiddels kreeg ik een relatie met Anna en hieruit werd onze zoon Jakob geboren. Doordat de zogenaamde vrienden uit mij dagelijks leven verdwenen, kwamen er weer uitbarstingen. Ik raakte zelfs onze zoon Jakob in een speeltuin kwijt. Later besefte ik, dat onze vader onder andere ons altijd met een glimlach overal naar toe reed en ophaalden. Dat onze moeder onder andere ook onze boterhammen smeerde, onze troep op ruimde.
Deze roman zet je tot nadenken. Je gaat anders naar je ouders en broers of zussen kijken. Familie is vaste bodem maar kan ook drijfzand zijn. Deze zin raakte mij in mijn hart. De roman is echt een aanrader, omdat er voor iedereen wel herkenbare zaken zijn.
‘We waren met vijf, tien jaar lang. Een halve eeuw in totaal,’ herinnert de verteller van De zomer toen zich zijn vrienden van vroeger, en hij dacht dat hun vriendschap eeuwig zou duren. Maar nee dus, ergens raakte hij uitgesloten en wist hij niet hoe daarmee om te gaan. Als scholier besefte hij al dat er meer gecommuniceerd moest worden, maar van zijn vader, een succesvolle verkoper die zijn gezin meenam naar Griekenland en uiteindelijk aan de drank raakte, en van een moeder die alleen zweeg en rookte, leerde hij het niet. Zelf vader worden leidde uiteindelijk tot inzicht, beschrijft Stoefs de evolutie van zijn hoofdpersonage in opvallend elegant en melodieus proza.
Ik snap er niets van, van dit boek. Het citaat verwoordt mijn gevoel helemaal.
Er is de pathologische noodzaak voor een vriendschap die de houdbaarheidsdatum lang voorbij is en eigenlijk nooit gezond is geweest. En een bizarre veralgemening als uitgangspunt dat stelt dat mannen niet zouden kunnen communiceren. Men are from Mars, women are from Venus. Hopelijk is dat wat achterhaald ondertussen —of wordt het op zijn minst als al té rolbevestigend aangenomen.
Lang geleden dat ik zo’n slechte roman las. De schrijver heeft vast het een en ander te verwerken gehad maar doet dat in zo’n bombastisch en larmoyant proza waarin constant dingen herhaald worden, amper scenes uitgewerkt worden maar meteen al verklaard en uitgelegd en wat wil hij nu eigenlijk zeggen? Dat hij nooit bij zijn vrienden gepast heeft? Dat hij door zijn opvoeding een woede in zich heeft? Dat mannen niet praten?
Het beste boek dat ik in 2025 heb gelezen. Een mooi kwetsbaar levensverhaal waarbij elke emotie voor ons als lezers voelbaar is. Ik wou dat het boek dubbel zo lang was maar tegelijkertijd was het - zo - net helemaal perfect en betekent het einde van het boek voor het hoofdpersonage het begin van een nieuw hoofstuk.
Geïnspireerd door de podcast Drie boeken las ik dit boek. Het verhaal over vriendschap, opgroeien en verbindingen wist me te raken. Met ogenschijnlijk eenvoudige woorden weet de auteur precies de vinger op de wonde te leggen…
wat een ontdekking, deze schrijver! een zeer mooi boek ; al gebeurt er niet echt heel veel, toch las ik het in een ruk uit; de gevoelens, het tempo, de stijl ...top.
in vele stukjes gelezen maar dan plots naar het einde toe in 1 stuk door. vriendschapsverlies is een onderschat thema. mooi al zal ik het boek niet gigantisch aanraden zoals andere boeken.