Jump to ratings and reviews
Rate this book

Deze zachte witte kamer

Rate this book
In dit debuut van Runa Svetlikova blijkt het leven niet meer dan wat atomen die willekeurig de ruimte doorkruisen. De vervreemding bij de geboorte van een kind, het moeizame in stand houden van een liefde zonder te weten of er wel zoiets als liefde is, de drang om een dode vader een stem te geven: wat is de betekenis ervan als alles betekenisloos is?

De dichter probeert met taal een coherente werkelijkheid te construeren maar toont tegen wil en dank steeds weer aan dat die niet bestaat. Het waarom van die nuloperatie ligt eerder in het bezwerende van de handeling dan in het resultaat.

86 pages, Paperback

First published October 9, 2014

11 people want to read

About the author

Runa Svetlikova

5 books3 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
6 (21%)
4 stars
10 (35%)
3 stars
7 (25%)
2 stars
4 (14%)
1 star
1 (3%)
Displaying 1 of 1 review
Profile Image for Hermine Couvreur.
539 reviews27 followers
February 23, 2019
N.a.v deze dichtbundel schreef ik Runa Svetlikova, deze brief:

Dag Runa,

De aanspreking, daar begint het al mee. Je zet in je bundel ‘Deze zachte witte kamer’ zoveel op zijn kop, dat ik ondanks mijn 56 jaar en geconditioneerd door strikte beleefdheidsregels je echt niet kan aanspreken met “Geachte Mevrouw Svetlikova”; het is bedoeld als compliment en het tutoyeren vergeef je me ook wel.
Wie ik ben en waarom ik je schrijf? Wel, het is het tweede deel van een eindwerkopdracht voor repertoirestudie, gegeven door Lies Van Gasse: “Schrijf een brief aan de dichter die je dit jaar hebt leren kennen en die je inspireert.” Ik dacht meteen aan jou, nochtans is dat niet zo evident … Ik leg uit.
Vorig schooljaar startte ik in de AMWD van Mortsel met de driejarige cursus ‘Literaire Creatie/Repertoirestudie’ bij Anneleen Van Offel. In december 2014 kwam de poëzie aan bod. We kregen als verplichte lectuur ‘Deze zachte witte kamer’ van ene RunaSvetlikova opgelegd. In het begin van het tweede trimester, ik geloof februari, zou je naar onze groep komen om te praten over je werk en onze vragen te beantwoorden.
De titel sprak me erg aan ‘Deze zachte witte kamer’, ik herhaalde hem dikwijls in gedachten. Enthousiast bestelde ik de bundel maar toen die op de toonbank werd gelegd, schrok ik van de kaft. Ik herkende de foto’s, heb vroeger Freud gelezen en de opvatting van zijn tijd over hysterie. Hoe kon je het leed van een geesteszieke of geestesziek verklaarde vrouw tonen op de cover van je dichtbundel? Wat is daar poëtisch aan? Voor mij viel het niet te rijmen. Ja, Runa, ik was geschokt.
Het gaat natuurlijk om de inhoud maar het kostte me moeite om onbevooroordeeld te beginnen lezen. Zowat elk gedicht bevestigde mijn vrees: ik vond ze rauw, gewelddadig bijna en begreep er weinig van. Was dit hedendaagse poëzie? Was dit überhaupt poëzie?
Ik heb in mijn jeugd veel en graag poëzie gelezen: epen uit de oudheid, de middeleeuwse troubadours, de wat droge rederijkers … Bredero, Joost van den Vondel, Pieter Cornelisz Hooft uit de 16de eeuw en dan moet ik een sprong maken naar Guido Gezelle en naar mijn lievelingsstroming ‘De Tachtigers’.
Uiteraard kende ik ook Paul Van Ostaijen en ik maakte geïnteresseerd het succes mee van
Jotie T’Hooft maar plots stopte het voor mij. Ik kreeg als prille twintiger een leesdip die ruim
10 jaar zou duren. Poëzie raakte ik zelfs 30 jaar niet meer aan op enkele losse scharrels na. Eén hoogtepunt beleefde ik nog bij een schitterende voordracht van het epos ‘Gilgamesj en Enkidu’.
En dan lees ik‘Deze zachte witte kamer’. Had ik zoveel gemist dat ik deze dichtbundel niet kon waarderen? Moest ik verder kijken? Blijkbaar wel. Wie was ik tenslotte om zo negatief te reageren? Je won de Herman de Coninckprijs. Ik herinner me dat Anneleen de avond van de uitreiking een sms kreeg tijdens de les en ons dit met een brede glimlach meedeelde. De recensies die ik later las, waren eveneens lovend.
De dichtbundel liet me niet los. Ik besloot elk gedicht opnieuw grondig te lezen. Ondertussen gingen de lessen verder: we werden uitgenodigd elkaar vragen te sturen via mail, die dan gezamenlijk zouden besproken worden. Met jouw gedichten in mijn achterhoofd luidde mijn vraag: “Is er nog sprake van poëzie als er grove taal wordt gebruikt?”.
Het antwoord moest ikzelf zien te geven aan de hand van een voorbeeld dat Anneleen meebracht: ‘Oh kut’ van Jules Deelder. Ik was stomverbaasd. “Is dit poëzie, Hermine?” vroeg ze me fijntjes. Ik vond van niet al zou ik na een half uur aarzelend toegeven: “Misschien wel.”
De waarheid is dat ik er nooit echt ben uitgeraakt. Is choqueren om te choqueren nog kunst?
In de week dat je naar onze groep zou komen viel ik ziek, griep. Wat een tegenslag! Ik wou vooralzo graag weten waarom je die foto’s koos.
Waar bij de eerste lezing van ‘Deze zachte witte kamer’ ik me stoorde aan het pessimisme en het cynisme van de gedichten, me dood ergerde aan de onlogische opbouw van de strofen en aan het weglaten van leestekens zodat het lezen stremde, zo ontdekte ik bij de vele herlezingen telkens weer pareltjes van taalgebruik en diepgaande inhoud. Toch waren er weinig gedichten die ik in hun geheel mooi vond.
Door met potlood bogen te plaatsen zoals op een muziekpartituur probeerde ik mezelf vloeiend door je bundel te loodsen. Ik aarzelde niet om extra streepjes te zetten, punten, komma’s en tekens waarvan ik alleen de betekenis begreep. Het kostte me veel tijd en
inspanning maar bracht meer resultaat op dan ik had durven hopen. Ik ontdekte een turbulente
gevoeligheid en een zekere humor achter je woorden.
De gedichten die zacht te noemen zijn, vallen als een klap in het gezicht, de soort klap die je
iemand geeft om hem bij te brengen.
'Toen ik twee stenen baarde'. Hoe eerlijk verwoord je de donkere kantjes van het moederschap, de gevoelens van onmacht bij een postnatale depressie.
In 'Een alledaags verdrinken' herken ik wat ik opmerk bij heel wat mensen rond mij: hoe moeilijk het is om te aanvaarden dat twijfelen aan een relatie er bij hoort, er geen pasklaar antwoord is op vragen daaromtrent.
Interessant vind ik ook de gedichten uit de cyclus 'De gebruiker van dit lichaam', "een reactie", zo schrijf je, "op nooit uitgegeven gedichten van mijn vader". De archaïsche taal met het opvallende gebruik van "gij" en "ge", plaatst me onmiddellijk in de juiste tijd, bij de jongere generaties komt het waarschijnlijk vreemd en gezwollen over.
Ik tel de gedichten: het zijn er 46. Daarvan vind ik er 24 redelijk tot goed, 7 twijfelachtig en 15 niet goed. Dit resultaat verrast me want bij de eerste lezing kon geen enkel gedicht me bekoren. Blijkbaar is poëzie lezen ook iets dat je moet leren.
Wat neem ik mee in mijn eigen werk?
Ik vind dat gedichten helder moeten zijn. Een gedicht waarbij de lezer in een dichte mist wordt gezet, vind ik goedkoop. De opvatting 'hoe vager, hoe beter' irriteert me maar hoewel ik jouw beelden, de sprongen die je maakt niet altijd kan volgen, zijn ze wel sterk. Van ‘zweverigheid’ mag ik je alvast niet beschuldigen.
Het valt me op dat je niet aarzelt meerdere gedichten te schrijven met dezelfde titel. Je duidt hiermee aan dat een gedicht nooit af is. Te onthouden, zeker voor iemand die moeite heeft met het vinden van een titel.
Wat ik zelf nooit zal doen, is woorden uit een andere taal gebruiken. Het is alsof je dan struikelt tijdens het lezen ook al begrijp ik dat het als titel bij sommige van je gedichten wel past, bvb. 'The big Rewind' laat zich moeilijk vertalen in het Nederlands.
Om terug te komen op de kaft van 'Deze zachte witte kamer', die kan ik nog steeds niet waarderen. Toen ik dit enkele maanden geleden opmerkte bij een lezing van een medecursiste
over de bundel, vroeg Lies me: "Wat dan met de foto van de kleine Aylan? Mag die dan ook niet gebruikt worden?" Daar moest ik niet eens over nadenken. Ja natuurlijk, je mag alle foto's gebruiken maar ik hoef het daarom niet goed te vinden. Ik zou trouwens voor de omslag van
een dichtbundel geen foto kiezen, eerder een tekening die de lezer naar binnen trekt.
Hoewel ik ondertussen meer hedendaagse poëziebundels heb gelezen die me wel onmiddellijk
aanspraken, zal ik niet vergeten dat de confrontatie met 'Deze zachte witte kamer' me over een zekere stugheid heeft heen geholpen. Je hebt geen deuren voor me geopend maar hele muren uit elkaar gescheurd. Voor die cultuurshock wil ik je graag bedanken.
Runa, ik kijk uit naar je volgende bundel.

Hartelijke groet,
Hermine Couvreur
Displaying 1 of 1 review

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.