Joby geeft een uitgebreid overzicht van het gebruik van het Nederlands in Groot-Brittannië van 1550 tot 1702 en biedt daarmee een correctie op de veelal op Nederland, België en in mindere mate Suriname gerichte Nederlandse taalgeschiedenissen.
De keuze voor de periode, met name het einde, voelt echter soms wat arbitrair en Joby heeft soms de neiging om heel veel voorbeelden heel kort te noemen zonder er uitgebreid op in te gaan, waardoor het soms wat taai wordt om te lezen. Maar in de doelstelling om de geschiedenis van de Nederlandse taal diverser te maken slaagt het boek zeker!