Dat transnationale adoptie niet meer van deze tijd is, staat buiten kijf. In hun betoog tegen de eenduidig positieve stellingen over adoptie, maken Van Geel en Van der Avert zich echter zelf ook schuldig aan tal van veronderstellingen en veralgemeningen die, op hun beurt, eenduidig negatief zijn. Zo stellen ze dat adoptie "het narratief herschrijft" maar dat is precies wat zij zelf ook doen in dit boek. Er wordt op haast elke pagina met vage bewoordingen zoals "veel geadopteerden vinden dat..." of "weinig adoptanten weten dat..." gestrooid.
Mijn algemene indruk na dit boek te hebben uitgelezen: Van Geel en Van der Avert vertellen hier en daar over hun eigen ervaring, en dat is waar de authenticiteit van dit boek ligt. Maar veel vaker lijken ze zich sterk te maken dat zij de spreekbuis van de meerderheid van de geadopteerde mensen zijn, en ze verliezen daarbij grotendeels de nood aan nuancering.
Als veellezer verteer ik hun slechte manier van redeneren niet, bijvoorbeeld:
- Geadopteerde baby's wenen veel meer dan andere baby's, of net veel minder dan andere baby's omdat ze weten dat het geen zin heeft
- Geadopteerde mensen kampen met mentale problemen. Wanneer geadopteerde mensen gelukkig en succesvol zijn, wil dat zeggen dat ze hun verdriet/trauma ontkennen (dan zijn ze zogezegd "nog niet uit de mist").
Tja, zo kan je alles naar je hand zetten.
Ik had hoge verwachtingen van dit boek, maar ik ben teleurgesteld.
- Deze recensie werd geschreven door een geadopteerde persoon