Stefan Brijs neemt ons in Het geduld van de bloemen opnieuw mee naar Andalusië. Terwijl het klimaat er steeds grilliger wordt observeert hij de schoonheid en de kwetsbaarheid van de natuur met een even scherpe als poëtische pen. Nestelende zwaluwen, wilde pioenrozen, de zeldzame Spaanse zilverspar, een wesp met de taille van een model, de als heks verklede kaalkopibis en zoveel Brijs’ woorden zijn tegelijk een lofzang op de veerkracht van de natuur en een treurzang om de teloorgang ervan. Het geduld van de bloemen mag eindeloos lijken, het heeft zijn grenzen. Een urgent boek dat je achterlaat met een gevoel van bezorgd verdriet én verrukking over zoveel schoonheid, in de natuur en in Brijs’ taal.
Stefan Brijs (born 29 December 1969) is a Belgian novelist writing in Dutch. He was born in Genk, where he lived most of his life. He finished his studies for teacher in 1990. Since 1999 he is a full-time writer. In 2003 he moved to the province of Antwerp.
Not my cup of tea. Heb ook geen zin om over klimaatproblemen te lezen in m’n spaarzame momentjes dat ik in een boek kan duiken; dan zet ik wel de NOS aan. De meeste mensen krijgen na hun dertigste een fascinatie voor flora en fauna, maar moet zeggen dat dat me matig interesseert. Ik hou van dure chardo, croissants, (kinder)boeken en kunst. C’est ca.
Het geduld van bloemen van Stefan Brijs is een intiem en tegelijk meeslepend boek waarin de schrijver zijn diepe verbondenheid met Andalusië en zijn natuur laat zien. Hij woont er al jaren en observeert met scherpe blik hoe het landschap verandert onder invloed van het grillige klimaat. De lezer wandelt met hem mee door dorpen, heuvels en velden waar de bloemen, planten en dieren elk op hun manier worstelen met droogte, hitte en plotse overstromingen. Brijs maakt zichtbaar hoe fragiel dit ecosysteem is, maar ook hoe veerkrachtig.
De toon van het boek laveert voortdurend tussen treurzang en lofzang. Treurzang, omdat hij beschrijft hoe eeuwenoude olijfbomen verdrogen, hoe akkers onvruchtbaar worden en hoe boeren en dorpelingen hun gewoontes moeten opgeven. Lofzang, omdat hij telkens opnieuw verwonderd staat over de schoonheid van bloeiende amandelbomen, de geur van wilde kruiden of het onverwachte zingen van een vogel.
Zijn taal is rijk en poëtisch, zonder ooit zwaar te worden. Hij weet kleine details – een dorstig bloemetje, een beek die na maanden droogte weer stroomt – te verbinden met grote thema’s als klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Daardoor voelt het boek tegelijk persoonlijk en universeel.
Wat Brijs bijzonder doet, is de lezer herinneren aan de waarde van traagheid en geduld. Bloemen wachten, passen zich aan, houden vol. In die zin wordt de natuur een spiegel voor ons: ook mensen moeten leren vertragen, verduren en koesteren wat er is.
Het geduld van bloemen is dus geen klassieke roman, maar een mengvorm van natuurobservatie, dagboek en meditatie over leven en sterven. Het is een ode aan een streek die hem dierbaar is, maar ook een waarschuwing dat schoonheid nooit vanzelfsprekend is. Wie dit boek leest, krijgt zin om zelf met andere ogen naar de natuur te kijken, dichterbij en met meer aandacht.
Het is een werk dat nazindert: een oproep tot zorg, maar ook een viering van alles wat nog bloeit.
Het geduld van de bloemen is een sympathiek natuurboek, dat ik met interesse en een gevoel van instemming heb gelezen. Als een betrekkelijke leek, die dankzij zelfonderricht wat beter is ingevoerd dan de meeste natuurleken, kijkt Belg Stefan Brijs naar zijn leefomgeving, Andalusië geheten, waar hij al jaren woont, en bespeurt in vrijwel alles wat hij ziet de menselijke bemoeienis, die de boel intussen al aardig verruïneerd heeft. Zijn nuchterheid, die zich ook vertaalt in een zakelijke stijl, werkt verhelderend en vergroot de aannemelijkheid van het drama dat zich om ons heen voltrekt, maar nog niet voor iedereen voldoende zichtbaar is: de verwoesting van milieu en klimaat, wat een grove vorm van automutilatie is. ‘Geen beter pleidooi voor wat groeit en bloeit dan een literair logboek zoals dit.’
Het jaar samen met Stefan Brijs, daar waar hij woont in het zuiden van Spanje. Dit is een boek waarbij de auteur ons vertelt over de gevolgen van de klimaatopwarming in zijn deel van de wereld, en hoe hij die waarneemt en beleeft. Dit boek is tevens een aanklacht t.a.v. het verdienmodel waarin wij allen (moeten?) leven - geen morzel grond mag onbenut blijven, de mens is een producent, de natuur staat hem ten dienste. Het waterarme zuiden van Spanje offert dit schaarse goed op voor de irrigatie van de talloze mango- avocado- pistache- whateverplantages. De natuur verdort, is droog, de bodem is schraal en het schaarse water dat blijft wordt opgepompt om die teelt te blijven runnen.
Toevallig is deze kroniek net ook geschreven in het jaar van de grote overstromingen in Spanje, extreem weer als gevolg van de klimaatverstoring. We herinneren ons moeiteloos de verschrikkelijke beelden die ons bereikten uit Valencia. Ook in zijn woonplaats in de streek van Malaga viel er meer regen dan in de jaren ervoor.
Ook klaagt de auteur de manier waarop de boeren met het land omgaan aan. Wat natuurlijk groeit op de grond wordt weggehaald en kapot gespoten, zodat bij de minste overstroming er aardverschuivingen zijn. Niet dat het bij ons beter is met Brauns en zijn "normen". Gisteren zag ik in West-Vlaanderen alweer de typische rosse velden, ze zaaien dan iets om het onkruid tegen te houden en voor ze gaan bewerken, spuiten ze dat allemaal dood. Daarna eten wij wat er daar groeit. Top.
Gelukkig is er ook ruimte voor verwondering en observatie in dit boek. Het arriveren van de verschillende soorten zwaluwen, het ontdekken van vele soorten orchideeën, een speciaal soort dennenboom. Je haalt er een beetje hoop uit in al die donkerte.
Dit boek kan je zien als een soort requiem voor onze wereld. Alleen volgt er aan het eind geen In Paradisum.
Toch maar 4 sterren zal je zeggen. Ja, ik voel zelden warmte bij Brijs. Wanneer ik bvb Hertmans lees dan vult mijn hart zich steeds met melancholie. Niet zo bij Stefan Brijs, ook niet bij eerdere boeken die ik van hem las. Ondanks mijn even grote verontwaardiging, ondanks de herkenning van de blijdschap bij het zien van vogels die terugkomen na de winter, blijft het allemaal redelijk afstandelijk, een beetje kil.
Natuurdagboek van de auteur van het fantastische De Engelenmaker (2005).
Brijs woont deels in Andalusië en maakt van zijn wandelingen en observaties interessante verslagen. Daarbij kan hij het niet laten om zo nu en dan te wijzen op de catastrofale effecten van klimaatopwarming in combinatie met onverstandige keuzes van Spaanse ondernemers en grootgrondbezitters. Alles bij elkaar toch een rustgevend en informatief boekje dat regelmatig het gevoel geeft dat je met Brijs meewandelt.
Interessant qua inhoud en mooi geschreven, maar een beetje braaf en pathetisch verteld vond ik het ook wel. En terwijl het over dramatische ontwikkelingen in de natuur gaat, raakte de tekst me niet. Geen idee hoe dat komt.
Een jaar niet in Spanje geweest is een verloren jaar, als ik er Cees Nootenboom nog eens op na sla (rust zacht, Cees).
Zo uitvoerig en lovend is de natuur van Andalusië in dit boek besproken dat er gevoelsmatig nog 8 maanden zijn om dit jaar geen verloren jaar te maken. Veel aandoenlijke interacties met andere Andalusische wel-biologen en niet-biologen, en veel om te leren. Zin om vogels te spotten.
En om nog even terug te komen bij het verdrietige punt van dit boek, namelijk dat de mens toch vooral zelf schuldig is aan de harde achteruitgang van dit gebied: stuur toch eens wat minder zinloze prompts de wereld in voor zaken die je ook zelf kunt bedenken of op kunt zoeken, eet eens wat minder vlees, laat een pakketje naar een ophaalpunt komen (en stem voor de terugkeer van postkantoren), neem toch ook eens vaker de trein en rijd niet in een pick-up truck, stem niet op partijen die de problematiek weer doorschuiven naar volgende generaties, maar vooral: trek er weer eens op uit om te koesteren wat er allemaal nog voor moois over is, waarbij je toch vooral de bloemen lekker laat staan waar ze staan.
Mooi boek over vogels dat ook niet vogelaars weet te bekoren. Stefan slaagt erin zijn onverholen enthousiasme zelfs over te brengen op de leek die met moeite een kip van een duif kan onderscheiden. Heb zelf regelmatig een paar vogels en wat planten gegoogeld om mij een nog beter beeld te vormen van de omschrijvingen. Het boek is natuurlijk breder dan alleen de vogels en de planten. Ik heb niet vaak zo een boeiend en interessant boek gelezen over een thema dat mij in de basis niet interesseert.
Blijft toch 1 van de schrijvers die het mooist natuur tot (be)leven kan brengen. Mooi om te zien hoe hier niet enkel vogels, maar ook planten een rol in het verhaal kunnen opnemen. En hij kan schrijven, dat onderscheidt hem toch van wetenschappelijke natuurboeken. Al moet ik toegeven dat er wel enige sleet op de formule begint te komen...
Het was even wennen aan een boek zonder echt plot. Geen spannend verhaal waar je aan vast gekleefd zit. Maar toch... Stefan Brijs slaagt erin zijn liefde en bezorgdheden voor de natuur over te brengen. De hulpkreten en de hoop. Genoten van elk woord van schoonheid.
Al ben ik het ook niet met elke stelling in het boek eens.