Waarom vallen alle vrouwen voor de personages van Tommy Wieringa? Waarom zijn Arnon Grunbergs helden gedoemd om te falen? Waarom is ironie de ziekte van deze tijd - en van de literatuur in het bijzonder? Waarom zijn de jonge schrijvers van nu zo bang voor intimiteit? Waarom is het not done om een overhemd met een borstzakje te dragen? Met Clausewitz en De republiek vestigde Joost de Vries zich al als een van de meest originele romanschrijvers van zijn generatie - met Vechtmemoires toont hij zichzelf een essentieel criticus. In negentien met elkaar vervlochten, sprankelende essays onderzoekt De Vries de (literaire) cultuur van de eenentwintigste eeuw, waarbij hij met speels gemak wisselt tussen reisreportage en literatuurkritiek, tussen close reading en verhalende memoires. Impliciet en niet-zo-impliciet ontstaat er een zelfportret van de schrijver als lezer. Of hij nu schrijft over Henry Kissinger, Tiger Woods, Girls, of de aandrang van volwassen mannen om de slag bij Waterloo na te spelen, steeds bedrijft De Vries in Vechtmemoires kritiek in zijn meest vrije vorm - overrompelend, gewaagd, eclectisch en zonder zichzelf al te serieus te nemen.
Verzameling essays, de meeste gaan over recente Nederlandse literatuur, andere zijn persoonlijke ervaringen en beschouwingen. Ik vond dat het allemaal een beetje aan de oppervlakte bleef. Slechts enkele konden me bekoren, zoals het essay “Huisgenoten”. Geef mij maar die andere Joost (Zwagerman)
De essayist Joost de Vries is nog steeds de puberjongen, die zo bang is dat zijn klasgenootjes denken dat hij in het weekend niets leuks heeft gedaan, dat hij iedere maandagmorgen al in de fietsenstalling begint te hinten naar zijn belevenissen.
Het maakt niet uit wat het onderwerp is, net als in De gelukkigste man van Nederland moeten en zullen zijn essays vergiftigd worden met zogenaamd terloopse terzijdes waarin blijkt wat voor prachtig leven De Vries heeft, wat voor prachtige plekken hij bezocht heeft, wat voor chique kleren er in zijn kast hangen, wat voor hilarische onderonsjes hij heeft gehad met personen die in zijn bubbel heel erg Belangrijk zijn, wat voor ondeugende dingen hij gedaan heeft met zijn vrienden en wat voor meisjes hij allemaal gedatet en genomen heeft ('Ik weet nog dat een meisje voor het eerst [zie wat hij hier doet: de suggestie dat hij er later nog vaker mee gecomplimenteerd is] tegen me zei "Je nám me echt."').
Hoe vertekend moet je zelfbeeld dan zijn als je op de achterflap laat zetten dat je jezelf niet al te serieus neemt? Pardon? Iemand die zelfs op de meest ongepaste momenten bezig blijft met het vormen van een imago neemt zichzelf mega serieus. En dat is mijn grootste bezwaar tegen de essayist Joost de Vries: wel op een zelfverzekerde as-a-matter-of-fact-toon je vermeende inzichten in de Mens, de Maatschappij en de Literatuur tentoonspreiden, maar tegelijkertijd geen enkele blijk geven van zelfinzicht. En dat laatste zou altijd vooruit moeten lopen op het eerste, wil je een geloofwaardige auteur zijn.
Daarnaast zijn de essays in Vechtmemoires ook argumentatief van een bijzonder laag niveau: zo doet De Vries zonder onderbouwing een bizarre bewering over 'auteurs als Jonathan Safran Foer, wiens personages steevast kinderen of maagden zijn, om zo het hete hangijzer van seks maar te ontwijken' (p.111). Voor alle duidelijkheid: twee jaar na het verschijnen van Vechtmemoires bracht Safran Foer zijn derde roman Here I am uit, met een getrouwd stel met kinderen als hoofdpersonages.
Een boek beginnen met een van mijn favoriete quotes uit The Godfather (Luca Brasi sleeps with the fishes), maakt mij al direct enthousiast. Ik heb niet moeten vechten om dit uit te lezen, integendeel, ik heb mij moeten inhouden om het niet in een keer uit te lezen. Maar wat voor mij moeilijk blijft, is dat het een verzameling essays is. En sommige essays vind ik subliem, maar andere vind ik saai. Als ik ze niet interessant vind, is het om de simpele reden dat ik de referenties niet snap of er niet mee vertrouwd ben. Voor het geven van de sterren heeft Joost wel geluk dat net de laatste 80 pagina's uit essays bestond waar ik de referenties wel ken. Ik heb het meest genoten van het stuk ‘huisgenoten’. Ik kende niet alle personages, maar ik krijg plots de drang om net die boeken nu te gaan lezen. En ja, Joost lijkt wel nogal arrogant… Of hij nu echt arrogant is of dat we het allemaal met een korreltje zout mogen nemen, is moeilijk in te schatten bij iemand die je niet kent. Ik vond zowel Clausewitz als De republiek heel goed en kies er dus voor om het allemaal met een korreltje zout te nemen ;-).
3,5 sterren. Altijd gemengde gevoelens als ik Joost de Vries lees: aan de ene kant pretentieus, aan de andere sluit het precies aan bij mijn belevingswereld en snap ik de vele verwijzingen. In dit 'essayboek' weer veel herkenning en met plezier gelezen (ligt het aan hetzelfde geboortejaar?) over boeken die ik bijna allemaal ook ken. De hoofdstukken met persoonlijke anekdotes ( de daadwerkelijke ' vechtmemoires' ) spreken me minder aan.
'Vechtmemoires' is zo'n roman die je op het verkeerde been blijft zetten - en daar precies zijn kracht uit haalt. Joost de Vries schrijft met een soort geamuseerde afstandelijkheid die tegelijk scherp en ontwapenend is: je voelt constant dat er onder de ironie iets schuurt, iets wat niet gezegd wordt, maar wel de hele tijd aanwezig is.
Wat ik echt graag had aan dit boek, is hoe De Vries speelt met intellectuele pose en emotionele onhandigheid. De ik-figuur beweegt zich in een wereld vol literaire ego's, culturele referenties en semi-filosofische bespiegelingen, maar je voelt ook een onderliggende kwetsbaarheid - een man die wél iets wil voelen, maar vooral wil begrijpen. Dat levert momenten op die zowel grappig als pijnlijk herkenbaar zijn.
De roman raakt aan thema's zoals mannelijkheid, rivaliteit, geheugen en het verlangen naar betekenis in een wereld die zichzelf niet altijd ernstig neemt. En dat zonder ooit zwaar te worden. De Vries blijft lichtvoetig, speels, soms zelfs een tikje hautain, maar telkens met zoveel stijl dat je hem met plezier volgt.
Waarom geen 5 sterren? Af en toe is het wel héél cerebral, alsof hij net iets te graag toont dat hij slim is. Dat maakt bepaalde passages minder innemend en houdt je soms op afstand. Maar goed - dat is ook deel van de charme.
Kortom: een slimme, ironische en verrassend gevoelige roman die je doet glimlachen én fronsen. Perfect voor lezers die houden van zelfbewuste literatuur die met de literaire wereld flirt maar er ook genadeloos mee lacht.
Fijne leesbaar essays, met betekenisvolle en functionele pretentie. De auteur treedt veel op de voorgrond en dat werkt vaak goed, maar is hier en daar ook overdreven. Favoriete essays: 'Waar we het over hebben als we het over ironie hebben', 'Zomergasten: over Oek de Jong' en 'Huisgenoten'.
Essays over boeken en tv-programma's die ik nooit gelezen/bekeken had. Omdat het onderwerp mij niet meteen aanstond. Essays daaromtrent konden mij duidelijk ook niet echt boeien.
Essays over boeken en tv-programma's die ik wel gelezen/bekeken had. Bij de meeste van deze laatste essays was het mij vaak niet duidelijk welk punt De Vries nu precies wou maken.
Ik heb vaak gezucht bij het lezen van dit boek en - ik beken - sommige essays in de helft afgebroken omdat ik ze écht niet goed vond.
Joost De Vries is ongetwijfeld een goede schrijver, maar dit boek vond ik bijzonder vervelend, oninteressant en ik had meer de indruk dat De Vries de verhalen schreef vanuit een "kijk eens hoeveel ik weet! kijk eens hoe belezen ik ben! kijk eens hoe vlot ik connecties leg tussen literatuur en het leven!"-obsessie, dan hij daadwerkelijk een (of een aantal) leuke vertellingen wou overbrengen naar een lezerspubliek. En dit vaak op een heel pedant toontje, waar ik mij ook wat aan ergerde...
Het minste van de boeken die ik voor De Gouden Boekenuil moest lezen tot nu toe...
Ik ben geen ervaren essay-schrijver. Wat Joost de Vries graag zou hebben is dat we de bundel essays als een geheel zien. Dat kwam bij mij zo niet echt binnen. Ik begrijp niet zo goed wat dit op de shortlist komt doen. En dat heeft volgens mij niets te zien dat ik quasi geen enkel van de boeken of films die hij in zijn betoog gebruikt heb gelezen of gezien. Hij kadert de fragmenten altijd goed, zodat je als leek ook mee bent met wat probeert aan te tonen. Het belangrijkste dat ik uit dit boek heb gehaald is een resem auteurs en titels die ik in de bibliotheek eens nader ga bekijken en dat is op zich natuurlijk wel nuttig.
In sneltreinvaart en met een flinke portie tongue-in-cheek door kunst en literatuur de afgelopen paar decennia, door de ogen van Joost De Vries. Leuk leesvoer, als je je over twee zaken heen zet: - de auteur heeft veel gelezen dat je (misschien) zelf niet gelezen hebt, waardoor je hem soms echt wel op zijn woord moet geloven; - hij generaliseert nogal flink om zijn eigen punt te maken en verliest daarbij wel eens het concept 'nuance' uit het oog. Als je een hoop columns zo samen ziet staan, komt de auteur onder andere hierdoor ook nogal snel als behoorlijk vol van zichzelf over (al de rest van de auteurs wordt ergens in een hoekje weggeduwd waar wel iets mis aan is).
Joost De Vries zal met dit boek niet op mijn hoogste schap geraken. Daarvoor zijn een aantal essays te weinig beklijvend. Als je weinig of niet geïnteresseerd bent in televisie, zijn essays over televisieseries niet meteen atractief. Gelukkig zijn er een pak andere waar je al snel met een grijns doorheen leest. Zijn ironie laat je niet onberoerd. Ook nu bulkt zijn boek weer van de referenties. Als je ooit niet meer weet wat te lezen dan schotelt de auteur je in dit boek tientallen suggesties voor.
Joost de Vries is een verteller waar je heerlijk naar kan luisteren. De essays zijn eerder verhalen die hij, met oog voor detail, neerzet. Her en der, wanneer ik een boek uit zijn verhalen herkende, merkte ik de prachtige diepgang van zijn verhalen. Alleen jammer dat je heel belezen moet zijn om die gelaagdheid overal te vinden. Misschien over een aantal jaren er nog eens bij pakken, volgens mij is hij dan echt de moeite.
Joost de Vries blijft een gouden schrijfpen, maar met zijn Vechtmemoires heeft hij mij minder kunnen bekoren. Ik zou hem voorstellen terug naar de roman te gaan en zich daar weer op te focussen. Buiten zijn gevechten met zijn broer, een kort stukje over zijn "schoenvoorvader" en het stuk over het prestigieuze golftoernooi, herinner ik mij spijtig genoeg niets anders meer.
Ik denk dat ik de Vries zijn boodschappenlijstjes graag zou lezen. Alleen jammer dat hij af en toe gevaarlijk dicht in de buurt van Jort Kelder-land komt.
Dit is zo'n boek that I love and hate! Positief is de schrijfstijl van deze jonge schrijver, negatief is zijn te veel mangerichte schrijven en te veel sensatie zoeken op het kap van een ander.