Na lang geen thrillers meer gelezen te hebben ben ik vol verwachtingen aan Tirtha van Sterre Carron begonnen. Om met een cliché te openen: ik zat van bij het begin op het puntje van mijn stoel en ik ben voor de rest van het boek op dit puntje te blijven zitten. Dit boek voldoet honderd procent aan de belangrijkste vereiste van een “thriller”, namelijk dat het boek “thrilling”, moet zijn.
Sterre Carron haar boek heeft opgedeeld in meer dan 50 kleine hoofdstukjes, waardoor het boek zeer makkelijk wegleest, maar ook de spanning nooit ver weg is. Spannende en gruwelijke (écht gruwelijke) stukjes worden afgewisseld met ietwat rustigere hoofdstukken. Opmerkelijk vond ik dat er ook in de rustige hoofdstukjes een zeker spanning aanwezig is. Je weet dat er elk moment iets staat te gebeuren.
Deze thriller moet het duidelijk hebben van de spanning, maar de personages, toch ook belangrijk bij een goede thriller, zijn goed uitgewerkt. Achteraf bekeken zijn de meeste personages eigenlijk nogal clichématig ingevuld: Rani Diaz, een humeurige hoofdinspecteur met een rijk verleden, een lastige baas die haar tegenwerkt, en een collega die de goedheid zelve en regelmatig de frustraties van zijn collega moet ondergaan. Toch voelen deze personages niet aan als clichés tijdens het lezen, wat volgens mij toch bewijst dat het boek goed en overtuigend geschreven is.
Het derde belangrijke kenmerk van een thriller is voor mij het plot, en Sterre Carron heeft in Tirtha een zeer indrukwekkend plot neergeschreven. De auteur start het verhaal met verschillende subplots, waaronder een man die zijn stiefdochter misbruikt, een andere man die zijn vrouw bedriegt, het zusje van een hoofdpersonage dat vermist raakt, enzovoort. (U merkt het, niet de meest vrolijke materie, maar het is een thriller voor iets natuurlijk.) Doorheen het verhaal laat Carron de plots in elkaar overlopen en vallen de puzzelstukjes in mekaar. Door de verschillende subplots krijg je echter wel een overvloed aan namen en gebeurtenissen, en is het niet altijd makkelijk om je bepaalde zaken die eerder in het boek aan bod kwamen en nu opnieuw naar boven komen, te herinneren (zeker omdat het boek toch een 350 bladzijden telt). Ik heb enkele malen bepaalde fragmenten opnieuw moeten opzoeken en herlezen, wat me toch wel eventjes uit de spanning haalde. Voor mij had het plot iets simpeler gemogen, maar toch: mijn hoed af om zo’n complex en sterk plot te bedenken. Tot 20 bladzijden voor het einde had ik nog geen enkel idee hoe de vork precies aan de steel zat!!
Ten slotte zou ik ook nog iets willen zeggen over de manier van schrijven. Carron toont in Tirtha zeker dat ze kan schrijven, maar ik had soms wel het gevoel dat ze met één beeld een bepaald gevoel beter kon weergeven dan door het personage zelf volledig te laten vertellen hoe hij/zij zich voelt. Er mag voor de lezer ook nog iets van interpretatie overblijven, vind ik persoonlijk. Daarnaast viel het me ook op dat er heel veel korte zinnen in het boek staan. Wat meer afwisseling tussen korte en lange zinnen zou ervoor zorgen dat het boek nog beter leest.
Conclusie: Tirtha is een aanrader voor iedereen die graag een ijzingwekkende thriller leest met sterke personages en een doordacht plot. Sterre Carron zal, zeker wanneer ze haar stijl nog wat verfijnt, binnenkort behoren tot de crème de la crème van de Vlaamse (en Nederlandstalige in het algemeen) thrillerauteurs.