Op een dag staat acteur Rudy Morren op een filmset. Zijn hand trilt oncontroleerbaar. Zijn bange vermoeden wordt bij de dokter bevestigd, hij heeft de degeneratieve ziekte die hij niet wil noemen. Hij doopt haar KL. 'De man die niet alleen viel' verhaalt over hoe je kan vallen, maar ook kan opstaan. Het is een intens verhaal vol hoop.
Zo blij een boek te lezen over een progressieve neurologische ziekte dat niet leest als één goednieuwsverhaal. Bedankt Morren (want bijna niemand zegt Rudy blijkbaar) om voor de hoop ook duidelijk de woede te benoemen, om een volledig en feilbaar personage te schetsen, om niet toe te geven aan het comfort van de lezer. En ook bedankt voor de humor en de hoop.
Heel aangrijpend verhaal over Rudy's leven met Parkinson. Het boek leest heel vlot en sleept je volledig mee, wat je zelf als lezer ook emotioneel triggert.
Rudy Morren is een Vlaamse schrijver, scenarist en (voormalig) acteur. Je kunt hem kennen van zijn rol als ambulancier in de Vlaamse serie Spoed. Verder speelde hij mee in LouisLouise, Ella en Danni Lowinski. Ook in het theater stond hij op menig podium. Naast het schrijven van scenario’s, bracht hij in 2019 zijn eerste thriller uit, Wild vlees. In 2020 volgde zijn tweede boek, Sneeuwspoor, waarmee hij de Hercule Poirotprijs won. In totaal schreef hij 5 thrillers, elk jaar eentje. Verdronken land (2021), Het incident (2022) en Zes (2023) maken dat vijftal compleet. De man die niet alleen viel is geen thriller, het valt onder de categorie non-fictie. Helaas zou de inhoud wel een thriller genoemd kunnen worden. Waarom? Dat lees je in De man die niet alleen viel.
Op de cover leunt Rudy Morren schijnbaar nonchalant achterover in zijn relaxzetel. 1 Been omhoog, 1 voet op de grond, een boek met een rode kaft open op zijn knie, kijkend in de lens van de fotograaf. Op de achtergrond een man, duttend in de zetel, hoed over de ogen. Achter het gordijn, op het terras, nog 2 schimmen.
De man die niet alleen viel bestaat uit 3 delen; Deel 1: Slaan, Tussenzang: Een Sprook, Deel 2: Zalven. Er zijn geen hoofstukken, je vindt enkel af en toe een symbool om op adem te komen. Het boek leest als een script, het script van Morren zijn leven. Hij vertelt zijn verhaal vanuit het ik-perspectief. Morren speelt met lettergrootte, vetgedrukte woorden en lay-out om de emoties neer te zetten. Hij speelt met taal, wordt af en toe poëtisch.
De kaft is stevig, ondanks dat het een paperback is, het papier aangenaam dik.
De auteur is een verhalenverteller en dat merk je. Het lijkt alsof je in het theater zit, Morren staat op het podium en vertelt zijn verhaal. Hij voert een monoloog en jij hangt aan zijn lippen. Gefascineerd, gechoqueerd, geamuseerd. Hij raakt je; scherp, rauw en met een goede dosis humor en zelfspot. Het is een verhaal vol emoties, ze passeren allemaal de revue.
Morren vertelt over de ziekte die in 2018 op zijn pad kwam. Hij doopt hem Kl. Slechts 1 keer wil hij hem bij naam noemen, Parkinson. Daarna niet meer. Als het geen naam heeft, bestaat het ook niet. Morren vecht, stampt en spuwt. Maar hij valt niet alleen. Hij verzamelt een 30-tal vrienden die hem ondersteunen. “Een boek dat gaat over mensen die elkaar in leven houden.”
Kl. wordt tastbaar door zijn woorden, je ervaart samen met hem het proces waar hij doorheen moet. Humor haalt de zwaarte er wat uit. Pijn – wanhoop – boosheid – verdriet – angst. Vechten tegen en misleiden van de ziekte. Het druipt van de letters af, lift mee met de woorden. Het springt van de pagina, recht naar je hart en keel. Maar zonder medelijden, want daar is Morren heel duidelijk over:
“Elke dag opnieuw wacht mij de rol die me het minst goed ligt: die van het slachtoffer. Het is me in de strot geduwd. Onverwachts en ongewenst. Ik vertolk de rol slecht en tegen mijn zin. Ik vecht, spuw en stamp, maar wijken doet hij niet.”
Je wordt een medestrijder. Kl. wordt een personage, iemand die je absoluut niet tot je vriendenkring wilt rekenen, maar die zich opdringt, zijn ego te groot voor de ruimte, spottend, vals, sluw.
Morren is eerste minister in de struisvogelpolitiek, om het wurgend schaamtegevoel de kop in te drukken. Met als belangrijkste punt op de agenda: omgaan met het opofferen van onafhankelijkheid en zelfstandigheid.
De man die niet alleen viel is ook een boek vol liefde en hoop. Een hartverscheurend verhaal over wat Kl. fysiek en mentaal met je doet. Over hulp durven vragen én aanvaarden. Personages in het boek krijgen geen naam, enkel een afkorting (BV = beste vriend, GL = de grote liefde, AC = de actrice …)
Het verhaal komt niet zachtjes bij je naar binnen, het baant zich slingerend en zwaaiend een weg naar je hart en je keel, waar het een poging doet om je te laten voelen hoe het is om met Kl. te leven.
Morren heeft me geraakt, omver gemaaid met zijn pen. Maar hij heeft me ook dingen geleerd. Dat je je ziekte hebt en niet bent bijvoorbeeld. En dat je niet alleen moet vallen, hulp vragen mag. Dat Morren het graag op zijn manier doet bewijst hij met het einde van het boek. Hij bepaalt hoe het eindigt. En of hij dat deed! 5 sterren en een staande ovatie!
Ellen Boutsen Boekencast
Genre: non-fictie Uitgever: Borgerhoff & Lamberigts ISBN: 9789493428737 Uitvoering: paperback Aantal pagina’s: 240 Uitgave: juni 2025
Met dank aan Borgerhoff & Lamberigts voor dit recensie-exemplaar in ruil voor een eerlijke recensie.
Met De man die niet alleen viel deelt de Vlaamse acteur en schrijver Rudy Morren voor het eerst publiekelijk dat hij de ziekte van Parkinson heeft. In 2018 kreeg hij de diagnose, maar jarenlang hield hij dit liever voor zichzelf. In dit boek geeft hij woorden aan de worsteling, de kwetsbaarheid én de strijdlust die de ziekte met zich meebrengt.
Mijn interesse in dit boek werd extra gewekt doordat mijn stiefvader vorig jaar dezelfde diagnose kreeg. Ik was benieuwd hoe iemand anders met deze ingrijpende realiteit omgaat.
Al snel wordt duidelijk hoe zwaar Rudy Morren het heeft. Hij moet noodgedwongen afscheid nemen van acteren en beschrijft schrijnend hoe vanzelfsprekende handelingen ineens grote inspanningen vragen. Zijn relaas over het moeizame proces om simpelweg uit bed te geraken, maakte diepe indruk. Het toont hoe de ziekte niet alleen je lichaam maar ook je zelfbeeld en dagelijks leven ondermijnt.
Hij schrijft met een zekere ambivalentie. Enerzijds bezit hij strijdlust en weigert hij zich neer te leggen bij zijn lot. Anderzijds laat hij de lezer ook voelen hoe machteloos en somber hij zich soms voelt. Vooral in de beginperiode van de ziekte overheersen neerslachtigheid en wanhoop. Gaandeweg zie je echter een kentering: hij leert zijn beperkingen aanvaarden, hulp toelaten en opnieuw betekenis vinden. Zoals hij zelf mooi verwoordt: “Het is zoveel interessanter te kijken naar wat e hebt in plaats van wat je niet hebt” “Ik heb de ziekte. Ik ben ze niet. Ik ben meer dan dat. Ik ben een mens”
De schrijfstijl is direct en openhartig. Morren spreekt de lezer rechtstreeks aan, alsof hij een persoonlijk gesprek met je voert. Hij schuwt de ongemakkelijke eerlijkheid niet, schrijft confronterend, openhartig maar altijd met een zekere warmte. Zijn gebruik van beeldrijke metaforen weten de zwaarte van het onderwerp .te verlichten. Bovendien gebruikt hij regelmatig zelfspot en cynisme, waarmee hij zijn eigen situatie relativeert en de lezer tegelijk aan het lachen én denken zet.
Het boek is zeker geen louter somber ziekteverslag is, maar een intiem en moedig portret van iemand die probeert mens te blijven te midden van verlies, pijn en aftakeling. Rudy Morren toont zich niet enkel als patiënt, maar als schrijver, vriend en bovenal: als mens.
EEN AANRADER! Ik kende Rudy Morren niet als acteur maar ik heb wel al zijn spannende thrillers gelezen; snedig en actueel. Wat hem nu overkomt slaat natuurlijk in als een bom. Parkinson noemt hij “Kl”. Alle nuances van gevoelens bij het vernemen van zijn ziekte volgen, verstomming, de struivogeltactiek, de revolte, de onmacht , het verdriet om het verlies, de strijd om die Kl, die hem grijnzend toekijkt te verschalken. Een beetje gelijkaardig bij iemand die te horen krijgt dat ze kanker heeft, maar dan is er tenminste nog hoop en dat is er hier niet en dat is precies wat dit boek zo aangrijpend maakt. Met soms wat zelfbeklag, het mag, het moet zelfs en veel gevloek. Maar ook een duidelijke beschrijving van het ziekteverloop. En dan zijn er zijn 30 vrienden, zijn letterlijke steun en toeverlaat die hem niet alleen laten en die hem naar een hoger niveau tillen dat hij ooit nog had kunnen verwachten. Eindigend met DE HOOP.
Het begint op een gewone werkdag, tussen camera’s en spotlights...
Acteur Rudy Morren voelt plots hoe zijn hand onophoudelijk trilt. Een klein gebaar dat zijn leven voorgoed verandert. De arts bevestigt zijn vrees: een ongeneeslijke, aftakelende ziekte. Hij noemt haar KL, alsof een naam geven te definitief zou zijn. "De man die niet alleen viel", is zijn openhartige relaas over vallen én weer opstaan, over kwetsbaarheid en hoop, en over de mensen die je dragen wanneer je zelf niet meer kunt.
Ondanks het zware thema leest " De man die niet alleen viel" verrassend licht. Rudy Morren schrijft met een openheid die raakt, maar ook met een subtiele humor die ademruimte geeft tussen de emoties. Daardoor voelt het verhaal niet als een zwaarmoedige strijd, maar als een warme uitnodiging om samen te kijken naar wat kwetsbaarheid, kracht en verbondenheid werkelijk betekenen. Het is een boek dat je met een brok in de keel én een glimlach achterlaat...
Hoewel ik niet hou van struisvogelgedrag, waar het boek vol mee staat, leest het als een trein, je wil weten hoe het verder gaat. Een mooi pleidooi voor zelfgeorganiseerde hulp, sterk.