Sibylle de Lansere is martelares, het typisch soort van de katholieke martelaar, die juist door de consequente naleving van haar geloof tot het ongeloof wordt gebracht. Bij Sibylle spitst zich deze tragedie toe, doordat zij na de plotselinge dood van een van haar broers, die zijn vader als directeur van het pensionaat had moeten opvolgen, met de verantwoordelijkheid voor het opvoedingsgesticht wordt belast.
Gerard Walschap is dit najaar 30 jaar dood. Een revival ligt niet meteen in het verschiet. Onterecht? In deze roman, verschenen in 1938, fileert hij een kleinburgerlijke katholieke dorpsgemeenschap, waar de godvruchtig opgevoede Sybille haar geloof verliest. Walschap stond al op de index, maar dat weerhield hem niet van een zekere bonhomie: het wordt geen afrekening. Hoewel zijn stijl onherroepelijk verouderd is, heb ik de roman toch graag gelezen. In 1938 verscheen ook Het Been van Willem Elsschot, en als je Walschaps Sybille naast Elsschots dubbelroman Lijmen/Het Been legt, dan is de vrucht van Walschap een pluimgewicht: Elsschots taal is nog altijd springlevend, en zoveel scherper en puntiger dan Walschaps gepatineerde zinnen.
Met alle respect voor mensen als Walschap die hun geloof hebben verloren en daarmee worstelen, maar gewone, "gezonde" ongelovigen hebben hier totaal geen boodschap aan.