Is ‘Hebban olla vogala’ echt het oudste zinnetje in het Nederlands? Waarom kondigde Maria van Bourgondië taalwetten af? Was de Statenbijbel het eerste boek in het Standaardnederlands? Was het Nederlands in Vlaanderen inderdaad belabberd tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden? Waarom werd tante Sidonie in de jaren zestig tante Sidonia? Welke woorden en uitdrukkingen hebben we te danken aan Koot en Bie? Waarom zijn de Limburgse dialecten wel een erkende streektaal in Nederland en niet in België?
Auteur en taalexperte Miet Ooms loodst je, geholpen door schitterende illustraties, van inscriptie naar oorkonde en van boek naar televisie-uitzending, door de geschiedenis van de Nederlandse taal. Een verhaal waarin, naast woorden en klanken, ook status en identiteit centraal staan.
Dit is niet het eerste boek dat ik lees over de geschiedenis van het Nederlands en het zal ook vast niet het laatste zijn.
Misschien ben ik hier erg kritisch over, maar ik vraag me toch af of dit nu goed gaat verkopen, eerlijk gezegd. Er zijn voors en tegens.
De grote voor is dat Ooms wel degelijk weet hoe ze voor een groot publiek moet schrijven. Haar uitleg is goed begrijpelijk, toegankelijk geschreven en moet voor iedereen toch wel bevattelijk zijn. De hoofdstukken zijn vijf tot tien bladzijdes lang, dus het boek is ook in hapklare brokken voorgekauwd. Persoonlijk ben ik veel minder fan van die introductietekstjes bij elk hoofdstuk - dat soort zaken komt op mij nogal vaak, en dus ook hier, kinderachtig en daardoor tenenkrommend over - maar misschien hebben andere mensen er geen last mee. Door de band genomen kan ik me nog herinneren dat ik een paar jaar geleden een boek heb gelezen over de evolutie van het Nederlands van Nicoline van der Sijs, en ook al wordt die algemeen en terecht beschouwd als de grote historische neerlandica, het moet gezegd dat ik vond dat ze niet voor een groot publiek kon schrijven. Dit boek heeft daar op geen enkel vlak last van.
Het grote nadeel is: het is 428 bladzijdes lang, dus dat is érg lang. Taalliefhebbers pur sang zullen hun weg naar dit boek wel vinden, maar de wat incidentelere geïntersseerde... Zou iemand die dit boek ziet liggen het zomaar oppakken? Het is wel erg dik. En ik snap dat je moet keuzes maken over de onderwerpen en ik denk ook dat er goede keuzes gemaakt zijn - ik heb eigenlijk niet één keer gedacht, 'Dit had ik er niet in gestoken' - maar het blijft dik. Ik vrees dat het mensen gaat afschrikken. Het formaat doet daar ook geen goed aan. Van Vogala tot Noncha is niet op gewoon boekformaat gedrukt, maar in een iets bredere uitgave, waardoor het mij qua vorm eigenlijk meer doet denken aan studieboeken voor het hoger onderwijs (waar ik ervaring mee heb). Een erg aangename associatie is dat dus niet. De opmaak binnen in het boek ziet er wat dat betreft ook niet erg uitnodigend uit. Daar heeft de uitgeverij naar mijn mening een vergissing begaan.
Inhoudelijk zit het, zoals ik al kort zei, wel goed. Ik denk dat er op de juiste onderwerpen is gefocust, dat die in de goede volgorde behandeld zijn en dat er een grote diversiteit is aan die onderwerpen ook. Echt elk historisch en sociaal aspect van het Nederlands dat in een boek als dit aan bod moet komen (volgens mij dan toch), komt ook aan bod. De titel vind ik trouwens ook heel goed gevonden. Temeer omdat meteen al blijkt dat het niet bij 'vogala' begint, dus je wordt al direct op het verkeerde been gezet.
Ja, een paar typfouten staan erin. Dat valt ook niet te vermijden, maar het waren er maar een stuk of vijf. Geen man overboord dus - en ook geen vrouw.
Hier en daar stoorden de citaten mét de vertalingen wat. Veel mensen gaan die oorspronkelijke teksten toch niet lezen en soms hebben ze ook niet echt een functie. (Dat is natuurlijk wél zo als het puur gaat over de vorm of de vormverandering van de taal, maar dat is niet altijd het geval.) Daar had ik die eerder weggelaten.
En als laatste vraag ik me af wat de Nederlanders nu van dit boek vinden. Het is met een onderwerp als dit onvermijdelijk dat er veel aandacht naar Vlaanderen/België uitgaat- helaas. De taalstrijd van het Nederlands is hier altijd heel aanwezig geweest. Maar daar heeft de gemiddelde Nederlander helemaal geen boodschap aan, dus blijft die aanhaken van A tot Z of haakt hij op een gegeven moment af? Veel meer over Nederland kon er ook niet echt bij, want daar valt gewoon weinig of niks over te vertellen. Aan dat onevenwicht kan Ooms zelf natuurlijk niets doen, maar ik vraag me wel af of het niet als effect heeft dat Nederlanders dit boek aan de kant leggen als ze merken hoe vaak het over hun zuiderburen gaat. Dat is jammer, maar begrijpelijk - als de zaken omgekeerd waren geweest, had ik waarschijnlijk hetzelfde gedaan.
Van Vogala tot noncha is een leuk en interessant boek! Het leest supervlot, zelfs als je – net als ik – geen taalkundige bent. Elk hoofdstuk start met een kort verhaaltje dat je meteen meezuigt, en daarna krijg je op een heel toegankelijke manier uitleg over hoe onze taal is geëvolueerd.
Wat ik er zo tof aan vond, is dat het niet alleen over de geschiedenis van het Nederlands gaat, maar ook over dingen die vandaag leven. Van oude taalvormen en rederijkers tot jongerentaal zoals "yappen", "noncha" en zelfs "skibidi". Ook het verschil tussen jongerentaal en straattaal wordt uitgelegd. En er komt van alles aan bod: het kinderwoord van het jaar, Leuven-Vlaams, en nog veel meer.
Kortom: een boek dat je echt iets bijbrengt zonder zwaar te zijn. Ik ben blij dat ik het gelezen heb. Zeker een aanrader voor iedereen die iets met taal heeft / of er gewoon nieuwsgierig naar is!
Wat een leuk, informatief en goed geschreven boek! Het leest erg vlot en die verhaaltjes aan het begin van elk hoofdstuk vind ik erg fijn: ze nemen je meteen mee in het onderwerp. Het bestaat uit zo'n 50 hoofdstukken, elk van 5 á 10 pagina's waarin het bijbehorende onderwerp grondig wordt besproken. Heel veel namen, gebeurtenissen, achtergrondinformatie - maar het zou dom zijn om daarover te klagen bij een informatieboek. Echt spek voor de bek van taalnerds die meer willen weten over deze prachtige en rijke taal.
Fijne, informatieve wandeling door de lange geschiedenis van de Nederlandse taal via concrete gebeurtenissen en voorwerpen. Van de oertijd (een Germaanse inscriptie van tweeduizend jaar oud in de 'Negau B-helm') tot de jongerentaal van 2025, skibidi nog eens aan toe! Ook veel aandacht voor de (historische) verhouding tussen Nederlands-Nederlands en Belgisch-Nederlands.