'Ze herkent me niet meer, maar weet ik zelf nog wel wie ze was?' John de Wolf heeft spijt, omdat hij zijn belofte aan zijn dementerende moeder heeft gebroken. Hij zou haar helpen voordat het te laat was. Nu zit ze in een verzorgingstehuis en zijn alle herinneringen uit haar geheugen gewist.In Ma, ik ben het, John de Wolf volgen we John en zijn moeder tijdens haar aftakelingsproces. Een intiem portret over ziekte, mantelzorg, familie, het verleden en de juiste beslissing nemen als je niks meer kan vragen.
In Ma, ik ben het, John beschrijft John de Wolf, opgetekend door Jeroen Siebelink, niet alleen het aftakelingsproces van zijn moeder door dementie, maar ook zijn eigen ontwikkeling als zoon, profvoetballer en volwassen man die terugkijkt op een leven dat onlosmakelijk met haar verbonden is. Het boek wisselt scènes uit het heden — bezoeken aan verzorgingstehuis Frankeland — af met herinneringen aan zijn jeugd in Schiedam én aan zijn carrière in het profvoetbal. Zo ontstaat een gelaagd portret waarin privéleven en publieke loopbaan voortdurend in elkaar grijpen.
Het boek opent in het verzorgingstehuis, waar Johns moeder steeds verder verdwijnt in verwarring, achterdocht en agressie. Ze herkent haar zoon nauwelijks meer, verwart tijden en personen en kan hem plotseling grof of vijandig benaderen. John probeert contact te maken met humor, muziek en gedeelde herinneringen, maar moet telkens constateren dat hij haar kwijtraakt terwijl ze lichamelijk nog aanwezig is. Deze scènes vormen de emotionele ruggengraat van het boek.
In deze confrontaties laat De Wolf zien hoe dementie niet alleen het geheugen aantast, maar ook taal, gedrag en identiteit. Zijn moeder praat met mensen die er niet zijn, grijpt terug op fragmenten uit haar jeugd en wantrouwt juist degenen die het dichtst bij haar staan. De dialogen zijn rauw, soms schokkend, maar altijd eerlijk weergegeven.
Daartegenover staan uitgebreide terugblikken op het leven van zijn moeder, Margaretha de Wolf. Haar jeugd wordt getekend door oorlogstrauma’s, schaamte en afwijzing: als kind van een Duitse soldaat groeit ze op met het gevoel een “vergissing” te zijn. Dat gevoel van ongewenst zijn vormt een onderstroom die doorwerkt in haar latere leven als moeder en mogelijk ook in haar gedrag tijdens de dementie.
Tegelijkertijd beschrijft John zijn eigen jeugd in De Gorzen in Schiedam: een leven vol straatvoetbal, kattenkwaad en fysieke uitlaatkleppen. Voetbal fungeert al vroeg als ontsnapping en richtinggever. Zijn moeder is daarbij een constante factor: zorgzaam, waakzaam, soms streng, maar altijd aanwezig. Ze beschermt hem, maar projecteert ook haar angsten en verwachtingen op haar zoon.
Wanneer Johns profcarrière op gang komt — met Feyenoord, Oranje en later buitenlandse avonturen — verschuift de dynamiek. Hij wordt een publiek figuur, een harde verdediger met een rauw imago, terwijl thuis de kwetsbaarheid en afhankelijkheid blijven bestaan. Het boek laat zien hoe zijn voetbalmentaliteit — doorgaan, niet zeuren, pijn verdragen — ook zijn omgang met de ziekte van zijn moeder beïnvloedt. Hij wil sterk zijn, oplossen, volhouden, maar botst steeds weer op de machteloosheid die dementie met zich meebrengt.
Op subtiele wijze verbindt het boek zijn carrière aan het centrale thema van verlies. Terwijl John op het veld leert omgaan met winst en nederlaag, leert hij in het verzorgingstehuis dat sommige verliezen niet te keren zijn. Zijn status als ex-international biedt geen bescherming tegen de aftakeling van zijn moeder; integendeel, het contrast tussen publieke herkenbaarheid en persoonlijke eenzaamheid wordt schrijnend voelbaar.
Het boek eindigt niet met een klassieke afronding, maar met voortgaande afbraak. Herinneringen verdwijnen, verbanden vallen uiteen en John blijft achter met vragen, schuldgevoel en liefde voor een moeder die steeds verder van hem afdrijft. De nuchtere constatering: ‘Dit is wat er over is van mijn moedertje. Of: wat ervan geworden is.’ vat die onmacht treffend samen.
Ma, ik ben het, John is een indringend en liefdevol boek over dementie, familie en identiteit. Jeroen Siebelink slaagt erin Johns stem ongefilterd weer te geven: grof waar nodig, teder waar mogelijk. De kracht van het boek ligt in de combinatie van zorgverhaal, familiegeschiedenis en sportbiografie. Dementie wordt niet neergezet als een abstract ziektebeeld, maar als een chaotische, soms agressieve binnenwereld waarin een heel leven blijft doorschemeren.
De zwarte humor — vaak ongemakkelijk — ontregelt eerder dan dat hij verzacht, en versterkt juist de ervaring van machteloosheid. Door de uitgebreide terugblikken krijgt zowel de moeder als John zelf een gelaagdheid die verder reikt dan ziekte of sportieve prestaties.
Dit is een confronterend, soms pijnlijk, maar ook warm en menselijk boek. Het biedt een aangrijpend beeld van dementie, ook een eerlijk zelfportret van een man die terugkijkt op zijn leven als zoon en profvoetballer. Bijzonder geschikt voor lezers die geïnteresseerd zijn in autobiografische literatuur, familierelaties én de mens achter de sporter.
De titel insinueert dat het boek over (de relatie met) zijn moeder gaat. Het gaat gewoon over John zelf. Wellicht naïef om meer diepgang te verwachten 😇
Veronique las 'Ma, ik ben het John de Wolf' geschreven door Jeroen Siebelink.
Haar mening lees je hieronder.⬇️
De moeder van voetballer John de Wolf heeft Alzheimer. John maakt zich zorgen en zou zijn moeder het liefst in een verzorgingstehuis plaatsen. Zijn zus Petra weet dat hun moeder zich thuis voelt in haar flatje in Schiedam. Petra vindt het nog te vroeg om hun moeder te verhuizen. Aan hun moeder kan John het niet vragen, want ze herkent hem niet meer. Hij zou zijn moeder helpen als ze dement zou worden, maar dat heeft hij niet gedaan en daar heeft hij spijt van.
Het verhaal begint in het heden, op het moment dat John de Wolf bij zijn moeder op bezoek gaat in het verzorgingstehuis. Hiermee wordt meteen een duidelijk beeld geschept. Het gesprek tussen John en zijn moeder is onsamenhangend en confronterend. Het geeft meteen een duidelijk beeld van Alzheimer.
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld en dat vind ik bij dit verhaal passend. Je wordt als lezer meteen geconfronteerd met de gevolgen van Alzheimer.
Na dit confronterende begin gaan we terug in de tijd en helaas wordt het verhaal dan toch anders als verwacht. Het verhaal is opgedeeld in verschillende periodes waarin gebeurtenissen uit die tijd aangestipt worden.
Ik had verwacht dat het verhaal echt over de ziekte Alzheimer en de gevolgen hiervan, zou gaan, maar helaas. Hierna gaat het vooral over de voetbalcarrière van John de Wolf, de steun van zijn ouders en zijn blessures.
Uiteraard wordt de dementie van zijn moeder hier en daar wel aangestipt maar helaas minder dan verwacht. Ik denk dat dit vooral een beeld geeft van het leven van John de Wolf en zijn keuzes die hij gemaakt heeft. Ik denk dat dit vooral een boek is wat interessant is voor personen die de carrière van De Wolf gevolgd hebben en meer over zijn leven willen weten.
In het laatste deel komt de Alzheimer wel weer aan bod en dit maakt het voor mij dan toch nog gedeeltelijk goed. In het laatste deel krijg je een goed beeld van hoe John de Wolf omgaat met zijn moeder en de verwardheid waar ze last van heeft door haar Alzheimer. De moeder van John de Wolf komt op mij wel over als een sterke vrouw en wellicht is het daardoor meer een eerbetoon aan zijn moeder dan dat het echt een verhaal over Alzheimer is.
De verwachtingen werden helaas niet waargemaakt en ik denk dat het een boek is dat vooral boeiend is voor mensen die de carrière van De Wolf gevolgd hebben. Ik heb persoonlijk niks met voetbal, al ken ik John de Wolf uiteraard wel, en dan vooral door zijn markante uiterlijk toen hij onder andere in het Nederlands elftal voetbalde.
Dit boek ontvingen wij van LS Uitgeverij. Dit beïnvloedt onze mening niet.