René Lambrechts (1923-1981) was 19 toen hij aansloot bij het Partizanenkorps 037 uit Heist-op-den-Berg, dat aanleunde bij het Onafhankelijkheidsfront. In oktober 1943 was Korps 037 betrokken bij de overval op een dynamiettransport te Averbode. Drie ton dynamiet kwam in handen van de Partizanen, maar zeven leden van het Korps werden terechtgesteld en 23 verzetsmensen gedeporteerd. Bij zijn aanhouding was René Lambrechts 20. Hij vertrok vanuit de gevangenis van Antwerpen naar de nazi-kampen: KZ Esterwegen, Gross-Strehlitz, Gross-Rosen, Dora en Nordhausen. Pas op 10 juni 1945 was hij terug thuis. Boordevol herinneringen en emoties begon hij te schrijven. Over het lijden, de honger, de ziekten en het vuil in de kampen. Over de ontmenselijking door de nazi's. Over het contact met gevangenen van andere verzetsgroepen: de Witte Brigade van Lichtervelde, De Zwarte Hand en Belgian Tommies. Zijn tekst was klaar in 1946. 'De gruwelen lieten zo'n diepe indruk na dat ik namen, cijfers en data fotografisch had geregistreerd. Met een kalender en door uiterste concentratie kon ik de gebeurtenissen situeren en reconstrueren.'
RL; Wij, Muselmänner; Gross-Rosen, pg167: “De vertoning gaat verder. Vier gevangenen, gegrimeerd als Arabieren, zitten met gekruiste benen op de grond. Ze slaan op omgekeerde gamellen en zingen in koor het klassieke stuk van Ketelbey – Op de Perzische markt. Dezelfde Fransman van daarnet, nu verkleed als danseres, wringt zich in duizend bochten. Op zijn magere lichaam kan men alle ribben tellen. Het toneel is prachtig in de gele schijn van de lamp, onwezenlijk. Gefascineerd zit ik te kijken. Het doet me voor de eerste keer even mijn miserie vergeten. Deze sombere slavenzang, gezongen door slaven en beluisterd door slaven… nog nooit heeft muziek me meer ontroerd. Al onze droefheid weent in dit tragisch koor. We luisteren ademloos en denken aan de schimmen van de honderden doden tot rook vergaan in het crematorium. Morgen herbegint ons lijden. Wat zal de toekomst brengen?”