Vijf jaar na de dood van zijn vrouw ontworstelt Pieter Boskma zich krachtig aan de rouw, die niet zomaar overgaat, maar waarvan je zelf afscheid moet nemen. In een serie bijzondere zelfportretten bezingt hij vol verwondering zijn herwonnen leven.
[...] "Wat mis ik je toch, lieveling. Al vijf jaar staat elk uurwerk stil als een kapot en zinloos ding. Soms hoor in de nacht gegil
en elke keer ben ik het zelf. Dan sta ik op en zie het zwarte veld en ruik het in de haard verkoolde hout en heb je lief, nog steeds, en heb het koud."
Paar hele mooie, maar hele mindere. In sommige gedichten weet hij het gevoel van rouw precies goed te verwoorden. Hierboven daarom ook een paar van mijn favorieten.
Zeer matige bundel. Boksma kan (veel) beter. Natuurlijk staat er met zoveel bladzijden af en toe iets moois tussen, maar het overgrote deel is zeer plichtmatig (hij kreeg een subsidie) of te flauw. Onbegrijpelijk dat dit een nominatie voor de VSB Poëzieprijs binnengehaald heeft.