Suske, Wiske en Sidonia ontfermen zich over Seppe die in een krotwoning woont en door de verhuurder uitgebuit wordt. Samen met Jerom en Lambik bouwen ze een huis voor hem. Na een klap op zijn hoofd gedraagt Lambik zich wat vreemd en is hij een straatridder geworden die iedereen wil hij bevrijdt de dieren uit de zoo en bouwt snel aan het huis voor Seppe. Maar is hij ook de bankovervaller die door de politie gezocht wordt?
Suske en Wiske helpen Barend, een arme man die uit zijn schamel huisje zou gezet worden. Ze bouwen aan een nieuw huis voor hem, maar iemand blaast het op. Door een klap op zijn hoofd wil Lambik een straatridder worden, en samen met Jerom wil hij alle dieren bevrijden. Ondertussen gebeuren er echter misdaden in het stadje, die nu ook aan de straatridder toegeschreven worden. Sidonia, Suske en Wiske moeten de onschuld van hun vrienden bewijzen en de echte schurk opsporen.
In dit verhaal krijgt Lambik het op zijn heupen nadat hij Don Quixote heeft gelezen. Hij vermomt zich als ridder en meent alle dieren te moeten bevrijden van hun bazen. Ondertussen vinden er allerlei raadselachtige gebeurtenissen plaats en het is aan Suske en Wiske om de dader te vinden. De lezer wordt in dit intrigerende plot vaak op het verkeerde been gezet. In mijn versie waren er drie paginas in het midden van het verhaal in kleur afgedrukt, waarin ook de namen veranderd waren: Seppe was Barend, Schalulleke werd Schanulleke en voor het eerst was tante Sidonie nu opeens Sidonia.