Wisselwachter is een goed boek. Tegelijkertijd is het, helaas, ook een overbodig boek: Wisselwachter biedt, voor zo’n dik boek, naar mijn smaak, veel te weinig nieuws of verrassends. Er is natuurlijk al veel geschreven over de jaren 1930 en de New Deal & de jaren 1940 en de Tweede Wereldoorlog, dus nog iets nieuws toevoegen aan wat al bekend is, is geen makkelijke opgave.
Toegegeven, het is aannemelijk dat de naam van een van de hoofdpersonen, Harry Hopkins, voor veel Nederlandse lezers, mezelf inbegrepen, een onbekende is, maar echt verrassend is het toch niet dat President Roosevelt een rechterhand had, die zowel sparringpartner als probleemoplosser was. Bovendien, er zijn al 4 biografieën over Harry Hopkins geschreven. Veel nieuwe of verrassende feiten lijkt Wisselwachter niet toe te voegen aan wat al bekend is. Geert Mak heeft prijzenswaardig veel tijd en moeite gestoken in relevante locaties en archieven in de VS bezoeken, maar ik heb niet de indruk dat daar veel nieuwe feiten naar boven gekomen zijn die ons anders naar de geschiedenis doen kijken. De foto op pagina 258 is voor mij symbolisch voor het gebrek aan relevante nieuwe feiten: Mak vond in een archief het vel papier met een uitslagenschema van de presidentsverkiezingen van 1940 met daarop tekeningen en krabbeltjes van Hopkins. Zeker leuk, de vondst gaf Mak een tastbaar bewijs, een fysieke link, naar zijn hoofdpersoon en naar die verkiezingsavond. Maar het blijft bij leuk. Nieuwe feiten of onverwachte informatie levert het allemaal niet op.
Iets nieuws toevoegen kan ook op andere manieren dan nieuwe feiten aandragen. Ook hierin schiet Wisselwachter, vind ik, tekort. Een voor de hand liggende manier om verrassend te zijn in een geschiedenisboek is om op basis van de bestaande feiten met nieuwe, originele analyses te komen. Wisselwachter is meer een kroniek van de jaren 1933 -1945 dan een vehikel voor analyse. Mak geeft veel goede observaties, maar over het algemeen passen die in onze gangbare interpretaties van die tijd.
Nog een andere manier om verrassend te zijn is door concrete lessen uit het verleden te trekken die toepasbaar zijn op onze huidige tijd. Hier had ik goede hoop, aangewakkerd door de laatste zin op de achterflap, en doordat Mak er voor koos dit boek op te dragen aan Max Kohnstamm, een van grondleggers van het Europese vredesproject in de 2de helft van de twintigste eeuw. Er wordt zo nu en dan een link gelegd tussen toen en onze tijd, maar echt doorgepakt wordt er niet. In de verantwoording zegt Mak zelf dat ‘’dit boek geschreven moest worden, juist nu’’ (pagina 568). Als er in zijn ogen zo’n noodzaak voor dit boek was, dan had Mak van mij wel wat meer invulling mogen geven aan dat ‘’juist nu’’.
Enkele voorbeelden.
Een van de problemen van onze tijd is de wijde verspreiding van nepnieuws en het onbestrafte liegen van politici. Het blijkt dat Roosevelt hier ook een handje van had. In december 1941, na de Japanse aanslag op Pearl Harbor, wilde Roosevelt dat de VS ook aan Duitsland de oorlog zou verklaren. Hij gebruikte een incident tussen een Duitse onderzeeër en een Amerikaans schip, dat met een sisser afliep, als een reden voor een oorlogsverklaring (pagina 338). Twee pagina’s later komt er ook een nepkaart, uit de koker van de Britse geheime dienst, tevoorschijn, die leek aan te geven dat de Nazi’s verregaande plannen hadden voor Latijns Amerika. Mak schrijft: Roosevelt ‘’was in deze fase in staat tot alle leugens en trucs om de Amerikanen klaar te stomen voor de oorlog en om Europa te hulp te komen’’ (pagina 340). Mak volgt deze zin niet op met een morele analyse (heiligt het doel altijd de middelen?) of met praktische lessen hoe we ons kunnen weren tegen zulk nepnieuws en/of hoe we nepnieuws eventueel kunnen gebruiken als het de goede zaak betreft. Weer even later merkt Mak op over Roosevelts poging Duitsland de oorlog te verklaren: ‘’Het doel heiligde alle middelen, inclusief de nodige leugens’’ (pagina 352), dit keer om Duitsland te betrekken bij de directe verantwoordelijkheid van de aanval op Pearl Harbor. Uiteindelijk verklaarde Hitler een paar dagen later de oorlog aan de VS, waardoor Roosevelts gemanipuleer niet verder nodig was. De vraag blijft wel hangen, wanneer zijn leugens geoorloofd om een oorlog te starten? Wat voor lessen vallen te trekken uit die decembermaand 1941? Zeker gezien de leugens die ons in latere oorlogen trokken, zoals Irak in 2003. Wisselwachter is een kroniek, en waagt zich niet aan analyses en mogelijke lessen.
Een ander voorbeeld is Roosevelts neiging om soms gebruik te maken van informele machtsstructuren en instanties, vaak door hemzelf opgetuigd buiten parlementair toezicht om. Vaak was dit succesvol, zowel tijdens de New Deal als tijdens de oorlog, zoals de Joint Chiefs of Staff, dat ‘’geen formele status had… de uiteindelijke macht lag bij informele office boys, niet bij enige formele autoriteit’’ (pagina 363). Maar het roept wel vragen op over hoe verstandig het is om als president zo veel te regelen buiten de controle van het Congres en wat voor precedent dit allemaal ging scheppen. Anno 2025 wordt her en der per decreet geregeerd en doen regeringen hun best om crisissituaties uit te roepen, zodat met noodwetten het parlement omzeilt kan worden. Ook over dit thema zal je geen analyse of wijze lessen vinden in Wisselwachter.
Nog een voorbeeld, het opsluiten van de Japanse Amerikaanse staatsburgers in concentratiekampen aan de westkust van de VS in het begin van 1942 (pagina 373). Iedereen in de VS ging hier gewoon in mee, zonder zich af te vragen of dat nu wel zo’n goed of rechtvaardig idee was. Wat kunnen wij, anno 2025, daar van leren? De Wisselwachter zwijgt.
Gaandeweg heb ik me er bij neer gelegd dat Wisselwachter niet meer is dan een kroniek, zonder veel nieuws of verrassingen. Desalniettemin heb ik het zeker met plezier gelezen, het boek zit voor leuke weetjes en goede anekdotes (alhoewel het op enkele plekken ook de sappige roddel helaas niet schuwt. Soms onbewezen, en vaak niet nodig, vond ik).
Om misverstanden te voorkomen, onmogelijk is het niet om met iets nieuws en verrassends te komen over de jaren 1933-1945. Eerder dit jaar las ik ‘’Het kleedje van Hitler’’, dat me wel veel aan het denken zette. En grappig genoeg is wat dat boek origineel maakt de methode die Mak zelf ook toegepast heeft, met zijn prachtige ‘’De eeuw van mijn vader’’: De eigen familie geschiedenis in de context van de grote historie. Spoiler alert, wat ik een van de beste anekdotes vond in ‘’De eeuw van mijn vader’’, over hoe Maks moeder in Indonesië reageerde op de Japanse invasie, komt in ‘’Wisselwachter’’ terug op pagina 371.
Ben je op zoek naar een eerste kennismaking met de jaren 1933 -1945? Of ben je al bekend met de grote lijn en wil je die invullen met interessante details? Lees dan vooral dit boek. Maar wil je verrast worden, nieuwe inzichten opdoen, originele analyses lezen, dan zou ik dit boek links laten liggen.