“De mens is het enige wezen dat kan praten. Hoe minder je praat, hoe minder mens je wordt.”
“Het is laat, het is vroeg. Het is tijd om te gaan slapen, zegt Julie. Of tijd om op te staan, zegt Babs en ze staat op.”
Een onnavolgbare samenkomst van postmodernisme en surrealisme, met een vreemd, alwetend en onbetrouwbaar wij-perspectief. Vanaf de ontmoeting van de twee hoofdpersonages weet je hoe het verhaal eindigt en toch is het zo versprokkeld geschreven, wordt er zo (bewonderenswaardig) gegoocheld met taal dat je gedesoriënteerd raakt in de tijdlijn.
De verteller is onbetrouwbaar, de tijdlijn springt van heden naar verleden naar toekomst en terug. Misschien ben ik gewoon te dom voor dit boek, dat kan. Maar mij greep het verhaal van Babs en Julie niet zo door de versnippering en alle losse personages en de flarden van verhalen en achtergronden.
Een mooie ophoping van taal en metafoor, maar meer dan dat was het niet.
*
“Humans are the only creatures that can talk. The less you talk, the less you become human.”
“It's late, it's early. It's time to go to bed, says Julie. Or time to get up, says Babs and she gets up.”
An inimitable blend of postmodernism and surrealism, with a strange, omniscient, all-knowing and unreliable we-perspective. From the moment the two main characters meet, you know how the story is going to end, but it's written in a way that is so vague and scattered and language is used in such an (admirably) difficult way, you become lost in the narrative.
The narrator is unreliable, the timeline jumps from present to past to future and back. Perhaps I'm just too stupid for this book, that's possible. But the story of Babs and Julie did not get to me because of the shattered storytelling and loose characters with scattered stories and backgrounds.
De verteller is onbetrouwbaar, de tijdlijn springt van heden naar verleden naar toekomst en terug.
A nice accumulation of language and time, but nothing more than that.