En wat nu? bestaat uit twee delen: in deel één onderzoekt Dominique Willaert de oorzaak van de erosie van de Amerikaanse democratie en de modus operandi van Trump en de superrijken die hem omringen. In een tweede (hoopvoller) deel legt hij uit hoe eenieder zich hiertegen kan verweren - dit echter niet zonder dat de democratie voor een stuk heruitgevonden wordt.
Al decennialang wordt de Amerikaanse democratie uitgehold, dit door structurele redenen (het achterhaalde systeem van kiesmannen bijvoorbeeld) maar ook door het altijd sluimerende nativisme en de disruptieve opkomst van het internet (op vraag van het Pentagon, om computertechnologie als informatiewapen te gebruiken). Willaert belicht hoe de Democratische partij de werkende klasse in de steek liet en mee de kaart trekt van de meritocratie (the American dream) - wie het niet maakt in de States, heeft daar zelf schuld aan. Onthutsend is het hoofdstuk over de informatie-oorlog (microtargeting op sociale media) en de cyberoorlog door de Russen om Trump aan de macht te krijgen. Willaert besteedt ook de nodige aandacht aan de trukenfoor van extreemrechts: de affectieve polarisatie (mensen aanspreken in de onderbuik) en appeleren aan nabootsing en besmetting.
In de analyse van Willaert is het onderliggend economisch systeem - het neoliberalisme - de grote boosdoener. Het huidig economisch systeem voedt het wantrouwen van de burger, de structuren die de ongelijkheid voeden, blijven ongemoeid.
Hij formuleert tien voorstellen om de democratie te redden - niet allemaal even realistisch (het reguleren van big tech en de financiële markten bijvoorbeeld). Hij roept op tot meer engagement in het middenveld en meer burgerparticipatie, en pleit voor een sterke en actieve overheid die privatisering van overheidsbedrijven tegengaat. Last but not least roept hij op tot warmte en geborgenheid in je eigen handelen: als het discours van extreemrechts besmettelijk is, is jouw eigen houding dat ook.
Broodnodig leesvoer in deze sombere tijden.