Dit boek bevat 3 verhalen. Het titelverhaal speelt zich af onder joden in een Pools dorpje. Een stokoude man, uitgebuit door een luiaard, wordt gedood door een ezeltje. Het 2e verhaal, Heilig vuur, speelt zich af in Groningen van 1971 tot 1992. De ik-figuur is een vrijzinnig joodse journaliste. De zoon van een vriendin wordt een fanatiek orthodoxe jood. De ouders hebben daar veel problemen mee. De zoon schiet ten slotte in Hebron een Palestijn dood, hetgeen op de Nederlandse televisie wordt getoond. In het 3e verhaal reist de ik-figuur van haar woonplaats Amsterdam regelmatig naar een Belgisch dorpje, waar ze haar doodzieke moeder verzorgt.
Carl Friedman (1952) debuteerde in 1991 met de alom geprezen novelle Tralievader. Hiervan verschenen inmiddels vertalingen in het Duits (Vater, eine Erzählung, 1993), Engels (Nightfather, 1994), Italiaans (Come siamo fortunati, 1997), Frans (Mon père couleur de nuit, 2001) en Spaans (Al otro lado de la alambrada, 2001). Voorts werd het boek verfilmd door Danniel Danniel, de film werd in 1997 uitgezonden op de NPS-televisie.
In 1993 verscheen de roman Twee koffers vol. Opnieuw volgden vertalingen, in het Duits (Zwei Koffer, 1996), Engels (The shovel and the loom, 1996), Frans (Une histoire perdue, 2003) en Russisch (Dva tsjemodana vospominani, 2004) en een verfilming, ditmaal door Jeroen Krabbé onder de titel Left Luggage (1998). Friedmans derde boek, De grauwe minnaar, verscheen in 1996. Deze bundel bestaat uit drie lange verhalen en werd door de Raad voor Cultuur genomineerd voor de Europese literatuurprijs 1997 (Aristeionprijs) en in 1998 voor de Prix des Ambassadeurs, een prijs ingesteld door 25 in Nederland werkzame buitenlandse ambassadeurs. Een Duitse vertaling verscheen in 1997 (Der graue Liebhaber), een Engelse in 1998 (The Grey Lover) en een Italiaanse in 2001 (L'amante biglio).
Carl Friedman woonde en werkte in Amsterdam. Zij schreef columns in Trouw en Vrij Nederland. In november 2001 verscheen een bundeling van deze columns onder de titel Dostojevski's paraplu. In het najaar van 2004 verscheen een tweede bundeling van haar beste columns: Wie heeft de meeste joden.
Voor haar werk ontving de schrijfster in januari 2004 de E. du Perronprijs 2003 van de Gemeente Tilburg en de letterenfaculteit van de Universiteit van die stad.
Drie verhalen waarin jood zijn (in 2 ervan) en mens zijn (in alle 3) centraal staan. In het eerste verhaal vindt een stokoude, krom gebogen jood, die een vreselijk leven heeft bij 2 dorpsgenoten die hem na de dood van zijn vrouw in de kost hebben genomen, troost bij een nog veel slechter behandelde ezel, de grauwe minnaar. Het tweede verhaal heeft een onthutsende actualiteitswaarde. De plotselinge ommekeer van een 15jarige Joodse jongen die radicaliseert, ultra orthodox wordt, vanuit Nederland naar Israël emigreert en eindigt als terrorist. In het laatste verhaal staat een moeder-dochterrelatie centraal. De moeder is stervend aan kanker, de dochter reist telkens heen en weer van Amsterdam naar een Zeeuws dorpje om bij haar te zijn. De moeder, omringd door boeken, heeft 'full time' verzorging nodig en eist alle aandacht van de dochter (en 1 van haar broers). Drie geheel verschillende verhalen, alle drie de moeite waard.
Deze bundel bevat drie lange verhalen. In de grauwe minnaar vindt een oude joodse man, Gersjom Katz troost bij een ezel. Samen sterven zij, ineengestrengeld. Het tweede verhaal, Heilig vuur, gaat over Hans Levie, die voor de orthodoxie kiest en radicaliseert in de richting van godsdienstwaanzin. Hij schiet in Hebron, op de westelijke Jordaanoever een jonge Palestijn dood. Het verhaal wordt daarmee erg actueel. Het laatste verhaal, Stilstaan bij Bette, gaat over het stervensproces van Bette en de relatie met haar dochter. Het is geschreven vanuit het perspectief van de dochter, die ook twee broers heeft, die ieder op hun eigen manier op het naderende einde van hun moeder reageren. Alle drie verhalen weten je te raken.
“Is het waar dat ieder wordt getroffen door het noodlot dat hij verdient en dat de hemelse machten daarvoor niet alleen het passende tijdstip kiezen maaar ook de meest geschikte plaats.” Drie vertellingen, elk strak en zuiver in opzet. Soms klonk de stem van de verteller wat scherp. Altijd bleef de achtergrond helder verlicht.
I gotta say I really didn't get "The Grey Lover" by Carl Friedman. It's possible I don't know enough about Jewish literature to fully appreciate it, so I'm trying to keep that in mind. The endings were unsatisfying. The stories rambled. I just couldn't get into it. I didn't hate the book, but it's not a book I'd recommend.