De ingenieuze nieuwe roman van Richard razend actueel en meesterlijk geschreven Wanneer Inaya na een lang en liefdeloos huwelijk weduwe wordt, hoopt ze op rust. Haar zoon Nadir stelt voor om het ouderlijk huis in Canada te verkopen – hij weet een betere plek voor haar. Inaya vreest een kille zorginstelling, maar wat haar zoon in gedachten heeft, is iets wat ze zich niet had kunnen een verborgen stad, diep in het hart van een afgelegen berg in Kazachstan. Met het fortuin dat hij in Silicon Valley vergaarde, bouwde Nadir zijn droom. Hij gelooft dat het einde van de wereld nadert en wil een veilige haven creëren, een nieuwe Ark, van waaruit de mensheid herboren kan worden. Wanneer de eerste bewoners hun intrek nemen, ontwaakt de stad als een levend organisme. Zonnepanelen leveren stroom, een onderaardse rivier voert schoon water aan, verticale tuinen zorgen voor voedsel. Er is een smidse, een bakkerij, een wasserij – alles wat nodig is om zelfvoorzienend te zijn. Dan sluiten de deuren.
De pers over 'Meeslepend en ingenieus. Een schitterende roman!' De Morgen 'Een meesterwerk' Nederlands Dagblad 'Osinga is bezig met een belangrijke opmars' Het Parool 'Richard Osinga toont zich een meesterverteller' de Volkskrant
Munt werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs (longlist), Boon Literatuurprijs (shortlist) en Boekenbon Literatuurprijs (shortlist)
Richard Osinga (Haarlem,1971) is een Nederlandse schrijver. Hij studeerde economie en algemene letteren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna werkte hij, naast zijn schrijverschap, als diplomaat, internetondernemer, online-marketeer en meest recentelijk zorgondernemer.
Een beetje een koortsdroom, omdat er zoveel tegelijk gebeurt. Ik heb een dystopische, interculturele, psychologische familie-toekomstroman met wisselende perspectieven gelezen. En nu ben ik vooral in de war.
Je kunt Bunker lezen als een spannend verhaal over wat er gebeurt wanneer een groep mensen zich opsluit in een bunker terwijl het einde van de mensheid dreigt. Je kunt het lezen als een aanklacht tegen de superrijken, die in zo’n situatie voor hun eigen hachje kiezen en hun medemensen aan hun lot overlaten. Je kunt het ook lezen als een voorspelling van het einde der tijden dat door onze eigen zucht naar beter en meer onafwendbaar is. Maar daarmee doe je de roman en Richard Osinga tekort, vind ik. Osinga is voor mij een van de interessantste schrijvers van Nederland, samen met Martin Michael Driessen. Dat komt door hun beider fascinatie voor de vraag waarom mensen doen wat ze doen. Bestaat er zoiets als een vrije wil? Of zijn we een speelbal van het lot, van een buitenwerkelijkheid die naast de menselijke werkelijkheid staat? En kunnen we daaraan ontsnappen? Die vragen stellen Driessen en Osinga zich in hun romans. Zo ook in Bunker. De handeling draait om Jonas, Cindy en Inaya. Verspreid over de vijf delen van de roman komen ze alle drie elf keer aan het woord; de hoofdstukken dragen hun namen. Daarnaast voert Osinga 22 nevenfiguren op. In elk van de eerste vier delen krijgen zij ieder één kort hoofdstuk, met een ampersand (&) als titel, waarin hun achtergrond wordt geschetst. Er is dus sprake van een duidelijke hiërarchie. Maar vreemd genoeg is ook Nadir een nevenfiguur, terwijl hij degene is die het hele project in gang heeft gezet en controleert. Hij is de megarijke AI-wizzkid die 24 mensen zover heeft gekregen hem te volgen naar zijn ondergrondse bunker en die vanuit zijn kamer alles en iedereen in de gaten houdt. Dat riep bij mij de vraag op wie het verhaal eigenlijk vertelt. Als lezer moet je behoedzaam omgaan met je conclusies, maar het antwoord meen ik gevonden te hebben in het vijfde deel. Daar treedt de verteller tevoorschijn in vier ultrakorte hoofdstukjes met een &. Ze beschrijven niemand, zijn onpersoonlijk, en vormen de buitenwerkelijkheid naast de werkelijkheid van de vier eraan voorafgaande bunkerdelen. Maar in dit slotdeel keert die verhouding zich om: de buitenwerkelijkheid wordt de bunker, terwijl de werkelijkheid wordt gevormd door wat Inaya, Jonas en Cindy ertoe drijft te vertrekken – hoop, en de bereidheid het onbekende tegemoet te treden, dat per definitie niet te voorspellen is, ook al geloven de Nadirs van deze wereld het tegendeel. En het lot, of hoe je het ook noemen wilt, beziet het met milde instemming en gaat over tot de orde van de dag.
Richard Osinga zal een jaar of 20 zijn geweest toen Biosphere2 in gebruik werd genomen in de woestijn van Arizona.
Het was een gigantisch, luchtdicht laboratorium van glas en staal waarin onderzocht werd of mensen in een volledig gesloten ecosysteem konden overleven.
Uiteindelijk faalde het project door een tekort aan zuurstof en shakespeareaanse conflicten.
Het hele opzet moet indruk op Osinga gemaakt hebben, want ruim dertig jaar later doet hij het experiment nog eens over in 'De Bunker'.
Niet wetenschappelijk - daarvoor hangt het allemaal te veel als los zand aan elkaar - wel verpakt als dystopische fictie.
En dat doet hij aanvankelijk goed: in sneltreinvaart neemt hij je mee van de geboorte van Nadir - bevlogen ideoloog of gevaarlijke gek - tot aan de al dan niet vermeende apocalyps.
Eén voor één leer je de personages kennen met wie je halfweg het boek onder de grond wordt gestopt.
Maar daar stokt het - want veel verder dan heimwee naar vroeger en twijfel over de toekomst reiken de psychologische bespiegelingen vervolgens niet.
En dat het boek uitmondt in een soort halfslachtige actiethriller had ook al niet gehoeven.
Maar ja, hoe eindig je een boek over het einde van de wereld?
Thought provoking and intelligent. Especially given the context of current global developments and tech-bro’s role in societies worldwide. Makes you aware of what aspects of peoples lives make life worth living in the end.
Ik hoopte op meer diepgang en karakterontwikkeling. In plaats daarvan lag de focus vooral op (klimaat)trivia, wat voor mij ten koste ging van het verhaal.
Jammer, want het uitgangspunt “hoe verankeren mensen-met verschillende achtergronden- zich in een enge, minder leefbare en snel veranderende wereld” had potentie.