L.S. Ik had je willen vragen om één keer, als was het voor de laatste keer en dan voor eeuwig niets als zouden wij nooit meer dan nu, nooit eerder heeft er iemand iemand zo gewild, heeft iemand zo verlangd als was het voor de eerste keer, net voor het niets begint had ik je één keer willen vragen.
Sinds ik ooit, lang geleden, kort nadat het uitgegeven werd Tongkat : een verhalenbordeel las, wist ik dat ik met een schrijver te maken had die de grenzen van de literatuur wilde verleggen, zeker binnen ons taalgebied. Sinds dat boek las ik zowat alles wat er van Peter Verhelst verschenen is, bezocht ik lezingen en theaterstukken van hem en blijf ik tot vandaag gefascineerd door zijn unieke schrijfstijl, zijn sensuele taal, zijn poëtica en zijn onweerstaanbare, beeldende verbeelding.
En ja, natuurlijk (her)ken je op den duur zijn stokpaardjes, symbolen, idiomen en terugkerende zinswendingen, maar dat is in zijn geval meestal geen nadeel. Integendeel. Het voelt als thuiskomen in een vertrouwde omgeving, als het voeren van een voortdurend gesprek met een vriend verspreid over een heel leven, het verveelt haast nooit, want deze dichter vervelt bij elke bundel als een poëtische slang wiens vorm je dan wel herkent, maar die je toch kronkelend blijft verrassen.
Ik las 'Nachtatlas' twee keer en weet nu al dat het een van mijn favoriete Verhelstbundels zal blijven. Gewapend met of geïnspireerd door drie vooraan geplaatste citaten die elk een cyclus aankondigen duikt de dichter de nacht in, op zoek naar de stilte, de droom, het verlies, het niet zijn, het nocturnale natuurleven, de schoonheid van beelden, van kunstwerken die hem fascineren, op zoek, altijd opnieuw, naar liefde en tenslotte stuitend op de dood. Die laatste zorgt in de gedaante (of de vele gedaantes) van het lange, overweldigende gedicht 'Gij' voor het absolute hoogtepunt van deze bloedmooie bundel.
En zoals hij wel vaker doet, geeft Peter Verhelst je als lezer een link mee naar een bij zijn 'Nachtatlas' passende soundscape en enkele websites van kunstenaars die hem inspireerden.
Dit boek - roman in het nachtkleed dat poëzie heet - verdient meer lezers, verdient jubelende lezers. Dus, terwijl ik het nog eens en nog eens en nog eens lees: loop jij, lezer, naar boekhandel of bibliotheek en val - voor even, hooguit voor even - uit het leven, deze wemelende zindering in (woorden van Verhelst, die laatste).