Een straat in een kleine stad aan zee. Het wegdek is in verval, maar de herenhuizen zijn goedkoop. Een gezin, net verhuisd uit een grotere stad. Een huis in verbouwing. Een jong kind dat eindeloos aandacht vraagt. Een hypotheek die afbetaald moet worden. Een relatie waarin de zorg nooit helemaal eerlijk verdeeld raakt. Frustraties die vaker uitgeschreeuwd dan uitgepraat worden. En dan zijn er nog de buren, die hun familiaal geweld op straat gooien. En vooruit, waarom ook niet, een polyamoureuze driehoeksverhouding. Er gebeurt veel, te veel, in het leven van Aline. En Aline wordt boos. Steeds bozer. Ze zoekt houvast in het feminisme en bij de psycholoog. Maar leert ze zo goed kijken naar haar eigen tekortkomingen?
Ik hou van boeken die goed geschreven zijn, en een verhaal vertellen dat je aan het denken zet, dat aan de ontbijttafel tot boeiende gesprekken leidt. Aline is er zo een.
Komt een vrouw bij de psycholoog - zo hebben we er de laatste tijd wel meer zien passeren.
‘De Laatste Sessie’ is duidelijk nog niet aan de orde in (licht) literatuurland.
Maar kijk, deze Aline weet toch even je aandacht te trekken én vast te houden - op voorwaarde dat je haar larmoyante biecht in één ruk uitleest.
Langer in haar bijzijn vertoeven zou namelijk ondraaglijk zijn.
Want Aline is boos.
Boos omdat huisje-boompje-babietje toch niet is zoals ze het eigenlijk sowieso al niet gedroomd had.
Maar vooral toch boos op de mensensoort 'man'.
Waar die boosheid vandaan komt, is wat ze dus probeert uit te leggen aan de naamloze psycholoog. Het heeft vast iets te maken met haar al even naamloze wederhelft.
En met haar jeugd. En haar afwezige vader.
Jaja, blabla.
Het is het soort boek dat je na een paar bladzijden hoofdschuddend naast je wil neerleggen.
Want dan al blijkt dat je als mannelijke lezer misschien niet meteen dader, maar toch minstens medeplichtig zult zijn:
“Uit mijn gedroomde straatbeeld, wiste ik alle mannen”.
Sukkels, zijn het. Dominante eikels.
Zelfs het zoontje van haar beste vriendin is een ramp in wording.
Zelfs Delvaux is een pervert.
Zijn we (hij, hem) dan echt nérgens goed voor, vraag je je af. En dus lees je verder, want het is goed om te weten hoe de vijand (zij, haar) denkt.
Wat een heerlijk boek! Aline is een actueel, intelligent en humoristisch verhaal dat ik met veel plezier heb gelezen. Het verhaal blijft boeiend en door de korte hoofdstukken was mijn leestempo hoog.
De keuze om leestekens in dialogen weg te laten, is in dit geval een briljante beslissing. Normaal zou ik deze stijl misschien niet waarderen, maar hier voegt het juist iets toe. Het maakt de dialogen directer en zorgt voor een dynamisch ritme. De Vlaamse woorden en uitdrukkingen versterken de sfeer van het verhaal.
Voor mij waren de scènes bij de psycholoog de hoogtepunten van Aline. Ze bieden een kritische, maar tegelijkertijd humoristische blik op de therapiecultuur en Aline’s persoonlijke zoektocht naar antwoorden. Het maakt duidelijk hoe we soms vast kunnen zitten in onze eigen overtuigingen en dat Aline geen betrouwbare verteller is. Aline zegt zelf het volgende: "Ik plamuurde het gesprek vol met mijn nieuwe overtuigingen, ik ging sneller praten, liep een beetje rood aan, vervoerd als ik was door mijn eigen ideeën, alsof ik dit zelf had bedacht, de eerste ooit die begreep hoe de wereld in elkaar zit." Hiermee beschrijft ze perfect hoe ze in elkaar zit en hoe ze zichzelf verliest in haar eigen waarheid.
Het enige minpuntje vond ik het einde, dat voor mijn gevoel wat abrupt kwam. Maar ondanks dat, heb ik het boek met veel plezier gelezen. De balans tussen ernst en humor is perfect, en het maakt het tot een boek dat niet alleen vermaakt, maar ook aanzet tot nadenken over de moderne samenleving.
Kortom, Aline is een boek dat weet te verrassen met diepgang, terwijl het je blijft entertainen met humor en scherpe observaties. Zeker een aanrader!
Wanneer je je ergert aan een hoofdpersonage kan je ofwel het boek wegleggen ofwel vinden dat het gewoon goed is. Wanneer een schrijver dat gevoel kan opwekken, kan ik het alleen maar goed vinden. Het hoofdpersonage wentelt zichzelf in boosheid en zelfmedelijden en lijkt bovendien het moederschap als weinig bevredigend te zien. Er valt veel over haar te zeggen en ik kan me niet in haar herkennen, maar toch vind ik het een goed boek. Lezen maar!
Goed, vlot geschreven boek. Voor mij is dit een originele, hedendaagse en voor velen dus herkenbare versie van "het stuklopende huwelijk". Hoewel ik geen sympathie voelde voor hoofdpersonage Aline - ze is niet eerlijk, heeft veel te veel zelfmedelijden, is uiteindelijk een mannenhaatster - kon ik toch echt genieten van het verhaal, van de maatschappijkritiek erin, van haar soms heel terechte woede, van de grappige ondertoon. Ja, een aanrader!
'Dit is geen feminisme, dit is narcisme,' krijgt Aline, de hoofdpersoon en verteller van dit verhaal, op een zeker moment in het boek naar zich toe geslingerd. Inderdaad bevindt Alines woedende 'cultuurkritiek' zich voortdurend ergens op dit spectrum; terechte knelpunten over het kerngezin en de maatschappelijke druk op vrouwen over hun rol daarin worden steevast afgewisseld met komisch overdreven zelfmedelijden zonder enige zelfreflectie. Het is een ontzettend intelligent en geestig boek waar een hele hoop actuele kwesties in zitten - de woningnood en gentrificatie (of, in dit geval, Gentificatie, ha-ha-ha), huiselijk geweld, sekisme en feminisme, de therapiecultuur, etc., etc. - maar dit alles op een organische manier verwerkt in het drama, zodat het nooit voelt als een verkapt non-fictief betoog. Door de korte, zeer behapbare hoofdstukjes leest het boek daarnaast ook gewoon lekker vlot weg, waardoor het nooit als een klus begint te voelen.
Kortom, een heel fijn en geestig boek dat ik iedereen ga aanraden.
Geen boek om blij van te worden, wel eentje die je doet nadenken over de complexiteit van (moderne) relaties.
Want wie heeft gelijk? Vanwaar komt al die eenzaamheid en die woede? Zijn ze allebei narcist of allebei slachtoffer? Kan feminisme ook doorslaan? En wat met de mensen die worden meegetrokken in hun verhaal, de dochter, de vrienden, de buren, de therapeut,..? Wat speelt er achter de façade van een doorsnee kerngezin in een gerenoveerde woning?
Zo’n relatie, beginnen we daar best niet meer aan?
Ik was zo overdonderd door Aline, de nieuwe roman van Heleen Debruyne, dat ik het boek meteen drie keer na elkaar las. Grote fan. Ah, om te kunnen schrijven als Heleen Debruyne.
Wanneer Aline ontdekt dat ze zwanger is, verhuist ze samen met haar partner van een krappe studio in de grote stad naar een statig maar wat in verval geraakt herenhuis in een grauw stadje aan zee. Maar de verbouwingen duren te lang, de zorg voor het kind raakt niet eerlijk verdeeld, en Aline wil helemaal geen moeder zijn. En haar partner laat de boel de boel, en Aline mag opruimen en zogen en zorgen. De roman opent met een hevige ruzie op de overloop, en rond wat er die avond precies gebeurd is bouwt Debruyne haar verhaal.
Aline zoekt naar antwoorden in literatuur, in feminisme, in polygamie en bij een psycholoog in wie ze eigenlijk geen vertrouwen heeft een voor wie ze haar moordlust vakkundig verzwijgt. Eerst schrikt Aline ervan op wanneer ze de buren door de dunne wanden hoort tekeergaan, maar geleidelijk ontdekt ze hoe bevrijdend het is om te schreeuwen en te schelden. Aline slikt haar woede niet in, maar spuugt die in het gezicht van de mannen om haar heen: haar eigen partner en de partners van haar buurvrouwen, stuk voor stuk bruten die het op de autonomie en de waardigheid van hun vriendinnen gemunt hebben. ‘Ik was een vehikel voor de vrucht geworden,’ denkt Aline ergens in de roman, maar draait later de rollen om en laat de vrucht, haar kind, het vehikel voor haar woede worden, wanneer ze bewust het door haar partner gekoesterde zakmes stukgooit en de schuld in de schoenen van haar peuter schuift. Haar partner hecht immers te veel aan gentle parenting om boos op Gloria (o, de ironie van die naam!) te zijn.
Als lezer verlies je misschien af en toe je sympathie voor Aline, die haar allesverterende razernij het hele boek volhoudt. Maar is dat terecht? Of zijn we eenvoudigweg geneigd moeders te veroordelen en af te vallen in plaats van begrip voor ze op te brengen, wanneer ze niet willen of kunnen voldoen aan de vele eisen die de maatschappij aan hen stelt? Aline is een ijzersterke roman (én feministisch pamflet) over vrouwelijke woede, moederschap, gentrificatie en klassisme en is net zoals Debruynes roman De huisvriend: messcherp, intelligent en verslavend. Debruynes proza is een stomp in de maag: haar observaties zijn stuk voor stuk raak en de stille verwijten die Aline naar het hoofd van haar partner slingert zijn heerlijk vilein. Op een afwisselend subtiele en expliciete, maar altijd genadeloze manier ontleedt Debruyne dubbele standaarden.
De tierende Aline in een stadje aan zee. Het doet me denken aan een regel uit Madame Bovary: ‘Elle n'aimait la mer qu'à cause de ses tempêtes.’
Aline is een meesterlijk en meeslepend verhaal over intersectionaliteit. Ik heb de roman ontzettend graag gelezen en heb een ontzettende honger naar Heleen Debruynes volgend werk.
(Sorry, een beetje staccato, een bespreking én een boek per dag begint een beetje te wegen.)
Edoch. Hier gaan we dan. Feministische woede.
Ik vond dit een goed boek (misschien moet ik daar maar mee beginnen). Heel boeiend, en enorm intrigerend, erg graag gelezen. Ik vond een verwantschap met Ariana Harwicz.
Ironie. Dat was voor mij het sleutelwoord voor dit boek.
Aline is een unreliable narrator (met een twist). Alles wordt vanuit haar standpunt verteld, maar ze lijkt zich ervan bewust dat ze de waarheid naar haar hand zet: “Als ik mijn verhaal, mijn versie van wat er die nacht is gebeurd maar vaak genoeg aan Lena vertel, wordt het dan de waarheid?”
Aline is verward. Aline is woedend. Woedend op hem, op kleinburgerlijkheid, op zichzelf. Ze zoekt antwoorden die er maar niet komen, wat ze ook probeert. En dat maakt haar nog woedender. Aline verwart bovendien haar woede met feminisme. Ze zit vol vooringenomenheid, vol meningen waarvan ze overtuigd is dat het dé juiste zijn.
Identitaire hyperindividualiteit en de daaruit voortkomende vertwijfeling en onzekerheid (waarvan zelfzeker overkomende meningen een paradoxaal symptoom zijn), zijn een onderschat probleem van onze tijdgeest.
Debruyne maakt trefzekere observatieschetsen. Tussendoor sijpelt de frustratie om het onvermijdelijke: het verlies van die hyperindividualiteit.
Het boek loopt bijna over met tekst: het begint en eindigt zonder witte tussenbladen. Je opent het boek en baf, de lezer valt in de tekst. Je leest het laatste woord en bam, het boek sluit zichzelf in de omslag.
“Had schuld met de intentie van je daad te maken of vooral met de gevolgen?”, schreef Marijke Schermer in Mensen in de zon. Het is een citaat om te onthouden wanneer we bij de ontknoping van dit boek komen.
Aline woont met haar man, wiens naam we nooit te horen krijgen, en haar dochter Gloria in een klein huis. Omringd door andere huizen en een binnen koer hoort ze ‘s nachts gehuil, geklop, gevecht uit de andere huizen. Een verhaal over een sociale woonwijk waarin de vrouwen niet zonder blauwe plekken te zien zijn en mannen een pint en sigaret in de ene en een een kind in de andere hand hebben. Aline ondergaat, lang, veel te lang, tot ook zij bezwijkt aan een fysiekek drift en haar man een klap geeft. Hij kaat haat achter in de woonwijk, krijgt al snel een nieuwe vriendin die Aline graag heeft. Aline kiest voor zichzelf, gaat opzoek naar wat zij nog wilt, nieuwe seksuele verlangens ten opzichte van vrouwen en gaat samenwonen met haar beste vriendin.
Alweer zeer vlot en meeslepend geschreven verhaal waar je aan begint en onafgebroken wil verder lezen. Heel rake beschrijvingen van het huis, de straat, de bewoners en eventuele passanten. Die accurate typeringen en vindingrijke taal blijf ik bewonderen. Toch is het verhaal geen walk in the park. Aline is woedend, negatief , uiterst kritisch tegenover ‘hem’ wiens naam we nooit te weten komen en tegenover àlle mannen , eerder in haar leven en in de straat. Is zij, zijn alle vrouwen in haar buurt alleen maar slachtoffers van hun mannen?? Vanwaar de behoefte om wekelijks naar de psycholoog te gaan? Staat ze daardoor anders in het leven en evolueert ze naar het einde toe?
Een teleurstellende roman over wat zich vermoedelijk nog het beste laat omschrijven als de ontwikkeling van een, op zich alleszins verklaarbare, woede. Wat een gezanik, wat een irritante herhaling van zetten. Ik heb er nog wel wat aan overgehouden: het voornemen om binnenkort maar eens echt te gaan genieten van ‘de ontwikkeling van een woede’ – met hoofdletter D, wel te verstaan, namelijk in de vorm van het herlezen van het titelverhaal (en de drie andere verhalen) van het bundeltje van Bob den Uyl dat in 1972 werd uitgegeven als Salamander.